ECLI:NL:RBAMS:2025:7233

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
30 september 2025
Zaaknummer
11873249 \ CV EXPL 25-12360
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:60 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht bij beroepsmatige kredietverstrekking

In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van twee verstrekte kredieten aan gedaagde, waarvan één schriftelijk en één mondeling is overeengekomen. De kantonrechter constateert dat het niet duidelijk is of de kredieten beroeps- of bedrijfsmatig zijn verstrekt, wat gevolgen heeft voor de toepasselijke wettelijke verplichtingen.

De rechter wijst erop dat indien sprake is van beroepsmatige kredietverstrekking, eiseres gehouden is aan precontractuele informatieplichten en het uitvoeren van een kredietwaardigheidstoets, zoals voorgeschreven in artikel 7:60 BW Pro. Eiseres wordt daarom opgedragen om nadere informatie te verstrekken over de aard van haar kredietverlening en de naleving van deze verplichtingen.

De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting waarbij eiseres een akte moet indienen met de gevraagde informatie, die tevens aan gedaagde moet worden toegezonden. De rechter benadrukt het belang van correcte communicatie en stelt dat bij het ontbreken daarvan de akte buiten beschouwing kan worden gelaten.

De uitspraak is gewezen door kantonrechter E. Pennink en op 26 september 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere informatie over beroepsmatige kredietverstrekking en naleving van wettelijke verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11873249 \ CV EXPL 25-12360
Vonnis van 26 september 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. N.M. Don,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 augustus 2025, met producties,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiseres] vordert uit hoofde van twee kredietovereenkomsten, waarvan één schriftelijk is vastgelegd en de andere mondeling is gesloten, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 12.500,00 vermeerderd met contractuele rente van 50% van het kredietbedrag, een contractuele boete van 10% per maand, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
2.2.
Uit de stellingen en de stukken kan de kantonrechter niet opmaken of [eiseres] de geldleningen al dan niet beroeps- of bedrijfsmatig aan [gedaagde] heeft verstrekt. Klaarblijkelijk is [eiseres] in staat om meerdere leningen met een totaal beloop van € 12.500,00 te verstrekken. Dat is geen gering bedrag. Daarnaast oogt de schriftelijke geldleningsovereenkomst professioneel, ook door het opnemen van bepaalde voorwaarden. Eén en ander zou de conclusie kunnen rechtvaardigen dat [eiseres] beroeps- of bedrijfsmatig leningen verstrekt en in dat geval gelden bepaalde wettelijke verplichtingen, waaronder precontractuele informatieplichten (artikel 7:60 van Pro het Burgerlijk Wetboek). Ook moet dan een kredietwaardigheidstoets zijn uitgevoerd. Naleving van deze verplichtingen moet de kantonrechter ambtshalve toetsen.
2.3.
[eiseres] wordt daarom in de gelegenheid gesteld om de kantonrechter te informeren over het bovenstaande. [eiseres] wordt opgedragen toe te lichten of zij naast de twee kredieten aan [gedaagde] ook nog andere kredieten heeft verstrekt aan anderen. Als moet worden aangenomen dat [eiseres] een beroeps- of bedrijfsmatige kredietverstrekker is, dan dient [eiseres] de kantonrechter ook te informeren over de wijze waarop zij heeft voldaan aan de wettelijke informatieplichten en dient zij de door [gedaagde] verstrekte financiële bescheiden aan de hand waarvan de kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd in het geding te brengen.
2.4.
De zaak wordt voor een akte aan de zijde van [eiseres] verwezen naar de rolzitting.
2.5.
[eiseres] dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan [gedaagde] te sturen, met de mededeling dat [gedaagde] op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer [gedaagde] uiterlijk moet reageren. [eiseres] wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan [gedaagde] in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan [gedaagde] is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
vrijdag 24 oktober 2025 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door [eiseres] over het bepaalde in overweging 2.3,
3.2.
bepaalt dat [eiseres] de akte aan [gedaagde] moet sturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.5,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.
991