Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
vrijdag 24 oktober 2025 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door [eiseres] over het bepaalde in overweging 2.3,
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van twee verstrekte kredieten aan gedaagde, waarvan één schriftelijk en één mondeling is overeengekomen. De kantonrechter constateert dat het niet duidelijk is of de kredieten beroeps- of bedrijfsmatig zijn verstrekt, wat gevolgen heeft voor de toepasselijke wettelijke verplichtingen.
De rechter wijst erop dat indien sprake is van beroepsmatige kredietverstrekking, eiseres gehouden is aan precontractuele informatieplichten en het uitvoeren van een kredietwaardigheidstoets, zoals voorgeschreven in artikel 7:60 BW Pro. Eiseres wordt daarom opgedragen om nadere informatie te verstrekken over de aard van haar kredietverlening en de naleving van deze verplichtingen.
De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting waarbij eiseres een akte moet indienen met de gevraagde informatie, die tevens aan gedaagde moet worden toegezonden. De rechter benadrukt het belang van correcte communicatie en stelt dat bij het ontbreken daarvan de akte buiten beschouwing kan worden gelaten.
De uitspraak is gewezen door kantonrechter E. Pennink en op 26 september 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere informatie over beroepsmatige kredietverstrekking en naleving van wettelijke verplichtingen.