ECLI:NL:RBAMS:2025:7269

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
2 oktober 2025
Zaaknummer
C/13/768005 HA ZA 25-975
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opzegging van de bankrelatie door Rabobank en de belangenafweging met eisende partijen

In deze zaak vorderen vier vennootschappen, gezamenlijk aangeduid als eisers, dat de Rabobank de bancaire relatie met hen voortzet. De Rabobank heeft de relatie opgezegd op basis van artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden (ABV), omdat zij twijfels had over de herkomst van contante stortingen op de rekeningen van de eisers. De rechtbank oordeelt dat het belang van de Rabobank om de relatie te beëindigen zwaarder weegt dan het belang van de eisers om bij de bank te blijven. De eisers hebben niet voldoende meegewerkt aan het klantonderzoek van de Rabobank, wat heeft geleid tot een vertrouwensbreuk. De rechtbank wijst de vorderingen van de eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor banken om hun verplichtingen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) na te komen, en dat klanten moeten meewerken aan klantonderzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/768005 / HA ZA 25-975
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van

1.[eiser 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
2.
[eiser 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
3.
[eiser 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
4.
[eiser 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. S.N. Peijnenburg,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. T.R.B. de Greve.
De zaak in het kort
[eisers] houden bankrekeningen aan bij Rabobank. Rabobank heeft de relatie met [eisers] opgezegd. [eisers] vorderen in deze zaak dat Rabobank de bancaire relatie met [eisers] moet voortzetten zodat [eisers] weer kunnen beschikken over alle bancaire producten. De rechtbank wijst die vorderingen af omdat het belang van Rabobank om de relatie te beëindigen zwaarder weegt dan het belang van [eisers] om bij Rabobank te kunnen blijven bankieren.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 juli 2023, met producties;
- de conclusie van antwoord van 18 oktober 2023 van Rabobank, met producties;
- het tussenvonnis van 15 november 2023 waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het rolbericht van 25 juni 2024 waarin eenstemmig is verzocht om doorhaling van de zaak;
- het rolbericht van 14 april 2025 waarin Rabobank heeft verzocht de zaak weer op te brengen;
- het bericht van 11 augustus 2025 met productie 19 van [eisers] ;
- het bericht van 4 augustus 2025 met productie 23 van Rabobank;
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025, waarvan de griffier separaat aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

Partijen
2.1.
[eisers] maken onderdeel uit van een grotere groep ondernemingen. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is (middellijk) bestuurder en uiteindelijk belanghebbende (UBO) van [eisers] richten zich op de handel in en/of distributie van veterinaire en diergerelateerde producten, waaronder dierenmedicijnen.
2.2.
De aandelen van [eiser 4] B.V. (hierna: [eiser 4] ) zijn in handen van de besloten vennootschap [eiser 2] B.V. (hierna: [eiser 2] ). Deze vennootschap is ook bestuurder van [eiser 4] . [eiser 2] is ook enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser 1] B.V. (hierna: [eiser 1] ).
2.3.
[eiser 2] wordt bestuurd door [naam 1] . De aandelen van [eiser 2] zijn gecertificeerd en worden gehouden door Stichting [naam stichting] (hierna: [naam stichting] ). [naam 1] is bestuurder van de [naam stichting] en heeft vanuit deze rol de feitelijke zeggenschap over de rechtspersoon. Alle certificaten van aandelen, die zijn uitgegeven door [naam stichting] , worden gehouden door de besloten vennootschap [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ). Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] is de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ).
2.4.
[naam 2] is ook enig aandeelhouder en bestuurder van de Luxemburgse vennootschap [bedrijf 2] S.a.r.l. Deze vennootschap is op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder van de besloten vennootschap [bedrijf 3] B.V. (hierna: [bedrijf 3] ).
2.5.
[naam 1] is ook enig aandeelhouder en bestuurder van [eiser 3] B.V. (hierna: [eiser 3] ), de moedervennootschap van [bedrijf 4] B.V. (hierna: [bedrijf 4] ). [naam 1] is ook bestuurder van [bedrijf 4] .
2.6.
[naam 1] heeft een aantal jaren samengewerkt met [naam 2] . Zij zijn op enig moment met elkaar gebrouilleerd. Tussen [naam 1] en een aantal van zijn vennootschappen enerzijds en [naam 2] en een aantal van zijn vennootschappen anderzijds lopen verschillende rechtszaken.
2.7.
Tussen Rabobank en [eisers] bestaat een bancaire relatie. [eisers] hebben een rekening-courantovereenkomst met Rabobank en houden daar ieder een zakelijke betaalrekening aan. Aan [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 4] is daarnaast hoofdelijk een krediet in rekening-courant verstrekt met een kredietmaximum van € 200.000 en twee geldleningen van respectievelijk € 150.000 en € 50.000.
2.8.
[eiser 3] heeft ook een bankrekening bij ING Bank N.V. (hierna: ING Bank) en Swan.
2.9.
Op de rekeningen bij Rabobank zijn de Algemene Bankvoorwaarden (hierna: ABV) en de Algemene Voorwaarden voor rekening-courant 2023 van toepassing. In de ABV staat (onder meer):
Artikel 2 — Zorgplicht
Wij hebben een zorgplicht. U bent ook zorgvuldig tegenover ons en u mag
van onze dienstverlening geen misbruik maken.
(…)
2. U bent zorgvuldig tegenover ons en houdt zo goed mogelijk rekening met
onze belangen. U werkt eraan mee dat wij onze dienstverlening correct
kunnen uitvoeren en aan onze verplichtingen kunnen voldoen. Hiermee
bedoelen wij niet alleen onze verplichtingen tegenover u, maar bijvoorbeeld
ook verplichtingen die wij in verband met onze dienstverlening aan u hebben
tegenover toezichthouders of fiscale of andere (nationale, internationale of
supranationale) autoriteiten. U geeft ons, als wij daarom vragen, de
informatie en documentatie die wij daarvoor nodig hebben. Als het u duidelijk
moet zijn dat wij die informatie of documentatie nodig hebben, geeft u die uit
uzelf. U mag onze diensten of producten alleen gebruiken waarvoor ze zijn
bedoeld en hiervan geen misbruik (laten) maken. Denkt u bij misbruik
bijvoorbeeld aan strafbare feiten of activiteiten die schadelijk zijn voor ons of
onze reputatie of die de werking en betrouwbaarheid van het financiële
stelsel kunnen schaden.
Artikel 3 - Activiteiten en doeleinden
Wij vragen u om informatie om misbruik te voorkomen en risico’s te
beoordelen.
1. Banken hebben een sleutelrol in het nationale en internationale financiële
stelsel. Helaas wordt onze dienstverlening soms misbruikt, bijvoorbeeld voor
het witwassen van geld. Wij willen misbruik voorkomen en moeten dit
volgens de wet ook doen. Wij hebben hiervoor informatie van u nodig. De
informatie kan bijvoorbeeld ook nodig zijn voor de beoordeling van onze
risico’s of het goede verloop van onze dienstverlening. Daarom informeert u
ons, als wij dat vragen, in ieder geval over:
a) uw activiteiten en doelen
b) waarom u een product of dienst van ons afneemt of wilt afnemen
c) hoe u bent gekomen aan geld, waardepapieren of andere zaken die u bij of
via ons onderbrengt.
Ook verstrekt u ons alle informatie die wij nodig hebben om te bepalen in
welk(e) land(en) u fiscaal inwoner bent.
2. U werkt eraan mee dat wij de informatie kunnen controleren. Bij het
gebruik van de informatie houden wij ons aan de geldende privacyregelgeving.
Artikel 35 - opzegging van de relatie
U kunt de relatie opzeggen. Wij kunnen dit ook. Opzegging betekent dat de
relatie eindigt en alle lopende overeenkomsten zo snel mogelijk worden
afgewikkeld.
1. U kunt de relatie tussen u en ons opzeggen. Wij kunnen dit ook. Het is
daarvoor niet nodig dat u in verzuim bent met de nakoming van een
verplichting. Wij houden ons bij opzegging aan onze zorgplicht als genoemd
in artikel 2 lid 1 ABV. Als u ons vraagt waarom wij de relatie opzeggen, dan
laten wij u dat weten.
2. Opzegging betekent dat de relatie en alle lopende overeenkomsten
worden beëindigd. Gedeeltelijke opzegging kan ook. In dat geval kunnen er
bijvoorbeeld bepaalde overeenkomsten blijven bestaan.
3. Als er voor de beëindiging van een overeenkomst voorwaarden gelden,
zoals een opzegtermijn, worden die nageleefd. Tijdens de afwikkeling van de
relatie en de beëindigde overeenkomsten blijven alle toepasselijke
voorwaarden van kracht.
Transacties
(
(i) Contante stortingen op de rekening van [eiser 1]
2.10.
In de periode van 26 november 2018 tot en met 12 december 2019 vinden er op de
rekening van [eiser 1] 127 contante stortingen plaats tot een bedrag van € 1.423.276, waaronder 508 coupures van € 500,00.
2.11.
Medio 2020 hebben Rabobank en [eisers] afgesproken dat contante stortingen waarvan de herkomst niet verklaard kan worden, niet zijn toegestaan.
(ii) Transacties met Access Win Limited op de rekening van [eiser 1]
2.12.
In de periode van 20 december 2019 tot en met 2 november 2020 maakt de onderneming Access Win Limited in totaal € 1.886.260 giraal over op de rekening van [eiser 1] . Acces Win Limited heeft een rekeningnummer in Hong Kong en een adres in Polen.
(iii) Transacties op de rekening van [eiser 3] afkomstig van [bedrijf 3]
2.13.
Op 30 september 2020 wordt er op de rekening die [bedrijf 3] (de vennootschap van [naam 2] zie 2.4) bij Rabobank aanhoudt in 15 contante stortingen een bedrag van totaal € 159.600 afgestort. Op 1 oktober 2020 wordt in 23 contante stortingen op diezelfde rekening van [bedrijf 3] een bedrag van € 223.250 afgestort. Deze rekening vertoonde kort voor het moment van de contante stortingen een gering creditsaldo. [naam 1] heeft (een deel van) deze contante stortingen verricht.
2.14.
Op 1 oktober 2020 wordt in 6 transacties ten laste van de rekening van [bedrijf 3] met omschrijving ‘Aanbetaling overname voorraad’ een totaalbedrag van € 249.600 overgemaakt naar een rekening bij ING Bank op naam van [bedrijf 4] . Op 2 oktober 2020 wordt er in 2 transacties ten laste van de rekening van [bedrijf 3] met omschrijvingen ‘Aanbetaling overname voorraad’ en ‘Restant betaling overname voorraad’ een totaalbedrag van € 76.400,00 overgemaakt op diezelfde rekening van [bedrijf 4] .
2.15.
[bedrijf 4] B.V. maakt op 1 oktober 2020 in 3 transacties een bedrag over van € 166.000 naar de rekening van [eiser 3] bij Rabobank onder vermelding van ‘aflossing RC’. Op 2 oktober 2020 is nogmaals € 45.000 op de rekening van [eiser 3] ontvangen van [bedrijf 4] .
2.16.
[eiser 3] maakt eveneens op 1 oktober 2020 een bedrag over van € 165.000 naar de rekening van [eiser 4] bij Rabobank met als omschrijving ‘tijdelijke lening’. Het saldo op de rekening van [eiser 3] bedroeg voorafgaand aan de overboeking vanuit [bedrijf 4]
€ 248,01. Op 1 oktober 2020 is van de rekening van [bedrijf 4] respectievelijk € 55.992,73 en € 27.136 overgeboekt naar de rekeningen van [eiser 1] en [eiser 4] met als omschrijving ‘betaling openstaand saldo NN cf mail’.
Cliëntenonderzoek
2.17.
Rabobank stelt in het kader van het door haar uit te voeren cliëntonderzoek op
19 november 2020 per e-mail aan [naam 1] vragen over de transacties.
2.18.
Over de transacties met Acces Win Limited vraagt Rabobank onder meer:
“- Wie is de tegenpartij en wat zijn haar bedrijfsactiviteiten?
- Hoe bent u met deze tegenpartij in contact gekomen?
- Waarom heeft de tegenpartij een rekeningnummer in Hong Kong en een adres in Polen?
- Waar is het bedrijf gevestigd? Bij zowel het adres in Hong Kong als in Polen komen we uit bij woonappartementen
- Welke producten koopt de tegenpartij bij u aan?”
2.19.
[naam 1] antwoordt hierop bij brief van 7 december 2020 onder meer:
“De tegenpartij betreft het bedrijf Access Win Limited (zie KYC formulier) (...)
Het oorspronkelijke contact dateert nog uit de tijd van wijlen mijn ouders (…) in de tijd dat zij de ondernemingen runde die ondergetekende heeft overgenomen en geërfd. Het internationale klant- en relatiebestand van de ondernemingen van mijn ouders en heden te dage van ondergetekende is enerzijds ongekend omvangrijk en anderzijds van ongekende (commerciële) waarde. Tot dit bestand behoren ook zeer succesvolle buitenlandse ondernemers uit gekende ondernemersfamilies. (...)
Tegenpartij heeft een (bedrijfs)adres in Hong Kong. Het adres in Polen, blijkt bij navraag te gaan om een postadres. (…) Volgens de directie/directeur betreft het adres in Hong Kong een kantoor-/bedrijfsadres. Het betreft een bedrijfsverzamelgebouw (…). Access Win Limited heeft daar een kantoor- / businessunit van waaruit de werkzaamheden worden verricht.
(…)
Vooralsnog betreft het de veterinaire producten waar Rabobank in eerdere communicatie over is geïnformeerd. Voor de toekomst, tweede kwartaal 2021, zullen daar meerdere producten aan worden toegevoegd zowel in- als verkoop, import en export. De intentie is een verregaande en diepgaande samenwerking met Access Win Limited en de aan haar gelieerde netwerkrelaties is met name Azië meer in het bijzonder Honk Kong, main land China, Singapore en Japan. Ondergetekende zal gebruik maken van het relatienetwerk van Access Win Limited voor de export van onze (veterinaire) producten aan de hiervoor genoemde gebieden. Access Win Limited zal de goederen via haar bedrijf/bedrijven
verkopen met een verantwoorde winstmarge. De inkoop van producten in China dewelke ondergetekende in Europa, Afrika, United Kingdom en Turkije wenst te verkopen worden door Access Win Limited ingekocht en met een verantwoorde marge aan ondergetekende doorverkocht.”
2.20.
Over de transacties van [bedrijf 3] op 30 september 2020 stelt Rabobank de volgende vraag:
“Op 30-09-2020 en 01-10-2020 heeft u voor meer dan EUR 350.000,-- contanten gestort op de rekening van (…) [bedrijf 3] B.V.
Waarom stort u op de rekening van [bedrijf 3] B.V. terwijl u geen bankpas heeft voor deze rekening en volgens de KvK gegevens ook geen functie heeft bij dit bedrijf?
Wat is de herkomst van de contante gelden?”
2.21.
Hierop antwoordt [naam 1] op 7 december 2020:
“De heer [naam 2] is op maandag 29-09-2020 bij het filiaal van de Rabobank te [vestigingsplaats 2] geweest met de (hulp)vraag hoe op verantwoorde wijze de contante ontvangen middelen af te storten met/zonder hulp van een bankbediende.
Ondergetekende was daarbij aanwezig (…). De Rabobank medewerk(st)er heeft toegelicht dat dit via de gebruikelijke geldautomaat kan en diende te gebeuren wat ook is geschied. Doch door een fout is de ontvangst gestaakt. Volgens de medewerk(st)er was de geldautomaat/geldautomaten vol en diende de afstorting(en) op een ander tijdstip plaats te vinden. (…)
Mede gelet op het feit dat de ontvangen gelden dringend noodzakelijk waren voor de continuering van de bedrijfsvoering én het gegeven dat het in bezit hebben van een dergelijk groot geldbedrag de nodige persoonlijke- en bedrijfsrisico’s met zich brengt, heeft de heer [naam 2] ondergetekende gevraagd dit zo spoedig - daags nadien - mogelijk verder af te wikkelen. Gelet op de onderlinge verstandhouding, de zakelijke relatie(s) én de noodzaak van de vraag, heeft ondergetekende - met een mondelinge opdracht/volmacht, niet wetende noch beseffende dat dit mogelijk in strijd is met de geldende algemene bankvoorwaarden (ABV), het verzoek ingewilligd en de laatste aanwezige contanten op de rekening van [bedrijf 3] B.V. afgestort. (...)”
2.22.
Op de vraag van Rabobank wat de herkomst van die contante gelden is, antwoordt [naam 1] :
“Het betreft de betaling van een restpartij veterinaire producten dewelke aan [bedrijf 2] sárl te Luxemburg zijn verkocht.”
2.23.
Over de reden van de girale overboeking van de gelden door [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] gevolgd door de girale overboekingen van [bedrijf 4] naar [eiser 3] , [eiser 1] en [eiser 4] , heeft Rabobank op 19 november 2020 eveneens vragen gesteld. [naam 1] antwoordt:
“In beginsel wordt er betaald op grond van facturen/overeenkomsten. Zie voor de betaling van EUR 27.136 en EUR 55.992,73 de e-mail van ‘ [bedrijf 4] verrekeningen richting [eiser 4] en [eiser 1] . (zie bijlage)
De betaling van EUR 50.000 aan [eiser 3] B.V. betrof een aflossing van een ontstane rekening-courant verhouding tussen moeder en dochter. Het restant is uitgeleend aan [eiser 3] . Hierop is inmiddels afgelost.
Als er daarnaast geld uitgeleend wordt aan zustermaatschappijen of andere direct of
indirect gelieerde ondernemingen wordt dit zoveel mogelijk gedaan via de top holdings. Dit om te voorkomen dat er een wildgroei ontstaat aan rekening-courant verhoudingen.”
2.24.
In de tweeënhalf jaar volgend op de eerste vragen van Rabobank wordt er veelvuldig gecorrespondeerd tussen Rabobank en [naam 1] . De contante stortingen op de rekening van [bedrijf 3] , de feitelijke herkomst van deze gelden en de geldstromen naar en binnen de onderneming van [naam 1] zijn onderwerp van nadere vragen van Rabobank op 7 juli 2021. Rabobank merkt in dat kader op:
“Indirect heeft u contante inkomsten ontvangen. Daarom wekken deze transacties bij ons de indruk dat u de afspraken die wij met u hebben gemaakt m.b.t. het verklaren van de herkomst van contante stortingen bij [eiser 1] B.V. en [eiser 4] B.V. (…) mogelijk heeft willen omzeilen via [bedrijf 3] B.V.”
2.25.
Op 26 juli 2021 antwoordt [naam 1] aan Rabobank:
“ [bedrijf 2] Sarl heeft voor haar dochter onderneming [bedrijf 3] de voorraad overgenomen van [bedrijf 4] .
[bedrijf 4] had webshops voor consumenten, maar is hier mee gestopt. (…)
Voor de overname van deze voorraad heeft er een taxatie plaatsgevonden.
[bedrijf 3] heeft ook een webshop, genaamd [internetsite]
Deze producten worden/werden op deze site verkocht.
De eigenaren hebben een netto prijs afgesproken voor de partij.
A. [bedrijf 4] heeft bankair ontvangen van [bedrijf 3] - zie toelichting bijgevoegde ntab lijst. Onder executie waarde verkocht aan [bedrijf 3] . [bedrijf 3] heeft zelf de producten verkocht daar is mijn onderneming niet bij betrokken.
(…).”
2.26.
Rabobank reageert daarop bij brief van 29 juli 2021 aan [naam 1] als volgt:
“Alhoewel u heeft onderbouwd dat [bedrijf 2] S.a.r.l. producten heeft overgenomen van [bedrijf 4] B.V. - waarbij de transacties naar uw bedrijven via [bedrijf 3] B.V. giraal zijn verlopen blijven wij het niet plausibel vinden dat contante transacties ten grondslag liggen aan deze transacties. Dit vinden wij niet passen bij de bedrijfsactiviteiten. Ondanks uw aanvullende onderbouwing hebben wij als bank nog altijd de indruk dat u via [bedrijf 3] B.V. de afspraken m.b.t. contante stortingen bij uw eigen bedrijven heeft willen omzeilen. Dit komt omdat u zelf de betreffende contante stortingen heeft uitgevoerd en bedrijven van u indirect via [bedrijf 3] B.V. een deel van deze gelden hebben ontvangen. Het kan zijn dat deze transacties nog eventuele consequenties hebben voor de klantrelatie.”
Rabobank vraagt in de brief verder om nadere informatie en documentatie.
2.27.
In oktober 2021 bericht Rabobank [naam 1] dat het klantdossier van [eisers] is overgedragen aan de afdeling Klantoffboarding, die het verzoek om de klantrelatie met de vennootschappen te beëindigen, zal beoordelen.
2.28.
Op 25 mei 2022 bericht Rabobank [eiser 1] dat zij voornemens is de klantrelatie met [naam 1] en zijn bedrijven te beëindigen indien de in de brief van 29 juli 2021 gevraagde informatie niet wordt aangeleverd.
2.29.
[naam 1] herhaalt in zijn reactie op 14 juni 2022 dat [bedrijf 2] S.a.r.l. een partij goederen van [bedrijf 4] heeft overgenomen en dat deze partij door [bedrijf 3] is betaald aan [bedrijf 4] . Over de reactie van Rabobank in 2.26 hiervoor schrijft [naam 1] , onder meer:
“U miskent hiermee dat de heer [naam 2] u namens zijn bedrijf [bedrijf 3] op 9 december 2020 per e-mail een brief van 8 december 2020 heeft toegezonden waarin
hij zijn verklaring doet van de herkomst van deze gelden en tevens verklaart wie hij heeft gevraagd de afstorting van de gelden verder voor hem te doen dat spaak liep die dag op het kantoor van u. En zo is het gebeurd. Hij was in de dagen erna verhinderd wegens verblijf in het buitenland. (…) Ik kan u geen verklaring doen anders dan wat ik verband van de herkomst van de zakelijke gelden van de heer [naam 2] c.q. zijn onderneming. (…) dat ik daar ook niet de persoon voor ben, u moet die vraag stellen (en u heeft daarop antwoord ontvangen) aan de heer [naam 2] namens zijn ondernemingen Ik heb geen functie bij deze ondernemingen, die zijn niet van mij en ik ben er ook niet werkzaam. (…) Ik ben niet verantwoordelijk voor en heb geen enkele bemoeienis met de betaling van mijn partij goederen die ik heb verkocht en geleverd aan [bedrijf 2] S.a.r.l. Die betaling is aan [bedrijf 4] gedaan namens [bedrijf 2] door [bedrijf 3] . [bedrijf 2] , mijn afnemer, heeft kennelijk gekozen voor deze girale betaling, ik heb niet om een girale betaling via [bedrijf 3] verzocht. Ik snap niet dat u stelt dat er contante stortingen ten grondslag liggen aan mijn transactie. [bedrijf 2] is mijn afnemer en dient aan mij te betalen voor de aan haar geleverde goederen. Dat is gebeurd op voornoemde wijze via een dochter van [bedrijf 3] , naar ik aanneem in opdracht van de heer [naam 2] . Wat heb ik, of hebben mijn ondernemingen, van doen hoe [bedrijf 2] of haar dochter [bedrijf 3] , die goederen overneemt van de moeder, deze transacties financiert? Ik heb daar geen enkele bemoeienis mee gehad. U heeft dus een volkomen onjuiste indruk van mij en ik ook niets omzeild.”
2.30.
Tijdens een bespreking op 9 november 2022 tussen Rabobank en [naam 1] worden het klantonderzoek en de daarin centraal staande transacties nader besproken. Bij die gelegenheid verklaart [naam 1] dat de contante gelden, die op de rekening van [eiser 1] zijn gestort in de periode november 2018 tot en met december 2019 (zie 2.10 hiervoor), afkomstig zijn uit de verkoop van veterinaire producten aan de in Mauritanië gevestigde dierenarts [naam dierenarts] (hierna: [naam dierenarts] ). [naam 1] verklaart verder dat hij nadat de contante stortingen op bezwaren van Rabobank stuitten voor de transacties in Afrika gebruik is gaan maken van betaaldienstverlener Acces Win Limited als tussenschakel. [eisers] leveren op 2 december 2022 nadere informatie aan over de contante stortingen en over de transacties met Acces Win Limited.
2.31.
Tussen januari 2023 en april 2023 corresponderen Rabobank en [naam 1] over de herkomst van de gelden van [naam dierenarts] en de rol van Acces Win Limited. Op 31 januari 2023 vraagt Rabobank, onder meer:
“(…)
• In ons gesprek gaf u aan dat de contante stortingen op uw rekening afkomstig zijn vanuit de heer [naam dierenarts] . Kunt u het ontstaan van de (betaal)relatie met dhr. [naam dierenarts] en de keuze voor contante betalingen uitgebreider toelichten.
• Wij zien dat er op meerdere momenten gedurende een langere periode maandelijks contante bedragen zijn afgestort. Zijn de betalingen persoonlijk door de heer [naam dierenarts] uitgevoerd? Zo niet, wie heeft dan betaald? Hoe verliep het order- en betalingsproces met dhr. [naam dierenarts] ?
• Heeft u acties ondernomen om de herkomst van gelden die u van dhr. [naam dierenarts] heeft ontvangen vast te stellen? Zo ja, kunt u aangeven om welke acties het gaat? Zo nee, waarom niet?
(…)
• Op de facturen staat vermeld dat goederen zijn geleverd bij een hotel in Mauritanië. U heeft in ons gesprek aangegeven dat deze goederen niet daadwerkelijk op dit adres zijn afgeleverd. Wat was wel het uiteindelijke afleveradres en beschikt u over documentatie waarmee wij dit kunnen verifiëren?
• Het is voor Rabobank belangrijk dat het doel en herkomst van alle transacties op de rekening moet kunnen worden vastgesteld. Graag ontvangen wij aanvullende (transport)documenten waarmee het bestaan van de goederenstromen verbonden aan de contante stortingen en girale transacties met Access Win Limited aannemelijk gemaakt kan worden. U heeft een aantal transportdocumenten aangeleverd. Op basis van deze documentatie hebben wij nog onvoldoende inzicht in de goederenstromen die ten grondslag liggen aan de transacties op uw rekening. Zo ontbreekt voor een groot aantal facturen de transsportdocumentatie en/of douanedocumentatie. Wij verzoeken u derhalve aanvullende documentatie aan te leveren waarmee het doel en de herkomst van de betreffende transacties kan worden geverifieerd.
• U heeft verklaard dat de betalingen van de heer [naam dierenarts] na het verbod op contante stortingen via Access Win Limited zijn voortgezet. De laatste betaling met deze partij heeft plaatsgevonden op 02-11-2020. Is de (betaal)relatie met dhr. [naam dierenarts] gestopt? Zo ja, waarom? Zo nee, wat is nu de vorm van deze betaalrelatie?
(…)”
2.32.
[naam 1] stuurt zijn antwoord op 14 februari 2023 en daarin staat onder meer:
“Wij hebben eind 2020 besloten definitief te stoppen met alle contante betalingen en met andere vormen van girale betaling anders dan rechtstreekse girale betalingen afkomstig van onze klanten. Wij kunnen dan ook niet meer handelen met klanten of met landen van waaruit die klanten niet zelf bancair kunnen betalen. Wij hebben dus ook met de heer [naam dierenarts] moeten stoppen en geen nieuwe gelden meer van hem ontvangen.
Ofschoon hij altijd zijn afspraken met ons correct is nagekomen.
Alle transacties zijn afhaaltransacties geweest waarbij de klant zelf af-magazijn heeft afgehaald en zelf voor transport buiten de EU naar zijn afzetadressen in N-W Afrika heeft zorg gedragen.
De geldbedragen zijn door mij ontvangen voor zover contant ontvangen door [eiser 1] . Ik gaf kwitanties af voor alle betreffende ontvangen [eiser 1] -gelden. [naam dierenarts] was al een handelsrelatie van wijlen mijn ouders, mijn vader had ook een handelsbedrijf in
medicamenten en handelde al met Afrika. Ik ken hem dus van vroeger. Toen wij zaken gingen doen introduceerde hij zijn assistent bij mij, de heer [naam assistent] , ook uit Mauritanië.
Hij zou de contacten onderhouden en de orders en betalingen afhandelen, zo is het
gebeurd. [naam dierenarts] handelde in heel Noord-West-Afrika. Het schijnt in zijn land gebruikelijk te zijn om een business-adres aan te houden op de locatie van het factuuradres in de hoofdstad, hij was bijna altijd op reis voor zaken en rondreizend in met name Afrika. Hij kon in dollars of euro’s betalen en zo deed hij dat ook met zijn afnemers. Het is voor mij niet mogelijk om aan te geven van welke klanten hij gelden ontving, dit lijkt mij onmogelijk van mij te vragen voor de door hem verhandelde producten. Bancair vanuit Mauritanië behoorde niet tot de mogelijkheden. Naar het schijnt nog steeds niet. Ook met buurlanden schijnt het niet goed mogelijk te zijn. En hoe zou ik dan hebben kunnen controleren van wie zijn gelden afkomstig zijn.”
2.33.
Over de herkomst van de contante gelden die zijn gestort op de rekening van [bedrijf 3] verklaart [naam 1] op 11 april 2023 nog:
“Ik weet 100% zeker dat het om legaal zakelijk geld aan hem verstrekt gaat en van wie hij dit heeft gehad maar hij dient dit zelf aan u te verklaren omdat het zijn bedrijf en zijn bankrekening bij u betreft waarop hij het als bestuurder deed afstorten. Maar ik zie dus totaal het verband niet met geld dat ik aan [eiser 3] heb overgemaakt. [naam 2] heeft de van mijn bedrijf gekochte restpartij ook niet indertijd al doorverkocht aan derden zodat dit in elk geval niet de bron van het geld kan zijn geweest van de storting (30/9 en 1/10).”
2.34.
Op de constatering van Rabobank dat een groot gedeelte van de bankrekeningen niet actief wordt gebruikt reageert [naam 1] :
“Dit klopt. [eiser 2] , [eiser 1] en [eiser 4] zijn wij aan het afbouwen. Dit gebeurt in het kader van de ontvlechting van de relatie met de heer [naam 2] die elk persoonlijk contact niet meer wenst en hier spoorslags is vertrokken in de zomer van 2021. Ik ben (indirect) bestuurder en verwacht dat ik binnen twee jaar alles netjes kan afhandelen, (overdracht) vergunningen, contracten, en de nakoming van alle financiële verplichtingen van deze bedrijven, waarna deze bedrijven kunnen worden beëindigd. Dan kan ook de bancaire relatie worden beëindigd in overleg met u. Die met [eiser 3] wil ik gaarne ook erna behouden. Er moeten nog substantiële bedragen binnenkomen en dat proces is in gang. Ik kan intussen niet zonder deze bankrekeningen in deze afbouwfase.”
2.35.
Bij brief van 20 april 2023 heeft Rabobank [eisers] bericht dat zij de klantrelatie per 20 oktober 2023 beëindigt, omdat zij de noodzakelijke verificatie van transacties op de rekening niet kan afronden en daardoor niet aan de verplichtingen op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (hierna: Wwft) kan voldoen. Rabobank verwijst naar de transacties, genoemd onder 2.10 en verder hiervoor en geeft aan dat zij op basis van de informatie die zij van [naam 1] heeft ontvangen niet kan vaststellen dat deze transacties een legitiem doel en herkomst hebben. Verder legt Rabobank aan de opzegging ten grondslag dat de aard en het doel van de bancaire relatie niet duidelijk is, omdat [eisers] ook rekeningen aanhoudt bij andere banken dan Rabobank en een aantal zakelijke rekeningen in zeer beperkte mate wordt gebruikt. Rabobank concludeert dat zij genoodzaakt is de relatie met [eisers] op grond van artikel 35 ABV (zie onder 2.9) te beëindigen.
2.36.
In een procedure tussen [naam 2] als eiser en [eiser 4] , [naam 1] en [eiser 2] als gedaagden zijn de transacties met [bedrijf 3] en [naam dierenarts] aan de orde geweest. Uit het vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 mei 2025 (bekend onder zaaknummer C/02/400340 HA ZA 22-398) blijkt dat [naam 1] in 2024 onder ede heeft verklaard dat de gelden, die contant zijn gestort op de bankrekening van [bedrijf 3] , vooruitbetalingen van [naam dierenarts] aan [eiser 1] waren waar nog geen bestellingen tegenover stonden. [naam 1] heeft verklaard dat hij het bedrag van [naam assistent] heeft ontvangen en vervolgens aan [naam 2] heeft gegeven, die het heeft laten afstorten op de rekening van [bedrijf 3] . [naam 1] heeft voorts verklaard dat het van [naam dierenarts] ontvangen contante voorschot niet eerst op de rekening van [eiser 1] is gestort, omdat de banken vanaf eind 2019/half 2020 moeilijk deden over de vele contante betalingen die gestort werden op de bankrekening van [eiser 1] . Volgens [naam 1] was het voor [eiser 1] aantrekkelijker dat [naam 2] het contante geld op rekeningen van zijn bedrijven stortte.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vorderen - samengevat - Rabobank te veroordelen de bancaire relatie met [eisers] onverkort voort te zetten en te bewerkstelligen dat [eisers] binnen twee dagen na betekening van het vonnis weer over alle bancaire producten kunnen beschikken, een en ander op straffe van een dwangsom.
3.2.
[eisers] leggen, samengevat, het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. De opzegging door Rabobank is onzorgvuldig en heeft op onjuiste
gronden plaatsgevonden. Rabobank heeft niet kunnen aantonen of aannemelijk kunnen maken dat [eisers] zich schuldig zouden hebben gemaakt aan witwassen
en/of het financieren van terrorisme. [eisers] hebben geen bancaire producten misbruikt. Aanwijzingen dat de boekhouding van de ondernemingen niet op orde is, ontbreken. Indien en voor zover de opzegging stand zou houden, dient een belangenafweging in het voordeel van [eisers] uit te vallen. De eventuele overtredingen van [eisers] staan in geen verhouding tot het verlies van de bankrelatie. Door de opzegging wordt de bedrijfsvoering en het voortbestaan van [eisers] in gevaar gebracht.
3.3.
Rabobank voert verweer. Rabobank concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Juridisch kader opzegging bankrelatie
4.1.
Rabobank heeft op grond van artikel 35 van de ABV de contractuele bevoegdheid om de relaties met [eisers] op te zeggen. Een zwaarwegende grond heeft Rabobank niet nodig om van die bevoegdheid gebruik te kunnen maken. Evenmin is vereist dat er concrete bewijzen zijn dat [eisers] betrokken zijn bij criminele activiteiten. Deze (niet contractueel geclausuleerde) opzeggingsbevoegdheid kan Rabobank uitoefenen tenzij dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek). Het criterium van ‘onaanvaardbaar’ noopt tot een terughoudende toepassing van deze bepaling.
4.2.
De beoordeling of sprake is van een onaanvaardbare opzegging komt neer op een belangenafweging: het belang van Rabobank bij de opzegging dient te worden afgewogen tegen het belang van [eisers] bij continuering van de bankrelatie. Deze afweging moet plaatsvinden aan de hand van alle ten tijde van de opzegging bekende feiten en omstandigheden.
Bij deze belangenafweging komt enerzijds gewicht toe aan de verplichting van [eisers] om ingevolge artikel 2 en artikel 3 van de ABV eraan mee te werken dat Rabobank kan voldoen aan haar verplichtingen jegens toezichthouders op grond van onder meer de Wet financieel toezicht (hierna: Wft) en de Wwft en om geen misbruik van haar diensten te (laten) maken. [eisers] zijn in dit verband verplicht om mee te werken aan het klantonderzoek van Rabobank.
Anderzijds komt gewicht toe aan de in artikel 2 van de ABV neergelegde zorgplicht van Rabobank. Ook is van belang in hoeverre [eisers] door de opzegging toegang zijn blijven behouden tot het bancaire betalingsverkeer. Verliezen zij die toegang – bijvoorbeeld omdat zij nergens anders een bankrekening hebben of kunnen krijgen –, dan brengt dit mee dat de opzegging door Rabobank eerder onaanvaardbaar zal zijn.
Opzegging ten aanzien van [eisers]
4.3.
Gegeven de contractuele bevoegdheid van Rabobank om de bankrelatie op te zeggen is het aan [eisers] om te onderbouwen dat zij een (zwaarwegend) belang hebben bij voortzetting van de bankrelatie. Hierin zijn [eisers] niet geslaagd, ter toelichting geldt het volgende.
4.4.
[eisers] stellen dat zonder de bankrelatie met Rabobank de bedrijfsvoering en het voortbestaan van [eisers] in gevaar komen. [eisers] stellen dat zij de bankrekeningen nodig hebben zo lang zij nog verwikkeld zijn in procedures met [naam 2] , omdat daaruit substantiële bedragen zijn te verwachten. Rabobank heeft onweersproken aangevoerd dat de ondernemingen van [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 4] niet meer actief zijn en dat de bankrekeningen van deze vennootschappen een debetstand vertonen. Alleen op de bankrekening van [eiser 3] is sprake van inkomende en uitgaande betalingen. De rechtbank overweegt dat [eisers] desgevraagd niet voldoende heeft kunnen toelichten waarom de drie vennootschappen die geen activiteiten meer ontplooien belang hebben bij het behoud van hun bankrekeningen bij Rabobank. Het enkele feit dat de procedures met [naam 2] tot betaling(en) aan [eisers] kunnen leiden, is daarvoor niet genoeg. Een situatie waarin de bedrijfsvoering wordt belemmerd door het beëindigen van de bancaire relatie met Rabobank, doet zich hier niet voor. Vaststaat immers dat [eiser 3] , als enige nog actieve vennootschap, ook beschikt over bankrekeningen bij ING Bank en Swan. Daarnaast geldt dat, als het voorgaande anders zou zijn in de zin dat er bij de inactieve vennootschappen wél van een belang bij een bankrekening zou zijn gebleken, zij hun vrees dat zij bij een andere bank geen bankrekening kunnen openen niet hebben onderbouwd. [eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 4] hebben dat immers niet geprobeerd.
4.5.
Daarentegen is voldoende gebleken dat Rabobank wél een zwaarwegend belang heeft bij beëindiging van de bankrelatie met [eisers] omdat zij niet voldoende hebben meegewerkt aan het klantonderzoek. Hierdoor (i) heeft Rabobank onvoldoende kunnen vaststellen dat voornoemde transacties op de rekening een legale herkomst en een legaal doel hebben waardoor Rabobank niet aan haar toezichtrechtelijke verplichtingen kan voldoen en (ii) is een vertrouwensbreukontstaan waardoor van Rabobank voortzetting van de bankrelatie niet gevergd kan worden. Daartoe is het volgende van belang.
4.6.
Rabobank is het klantonderzoek naar de rekeningen van [eisers] gestart omdat zij vermoedde dat de eerdere afspraak dat contante stortingen waarvan de herkomst niet kan worden verklaard niet zijn toegestaan, door [eisers] werden omzeild. Dit vanwege de directe betrokkenheid van [naam 1] bij het afstorten van grote contante bedragen op de rekening van een onderneming van zakenpartner [naam 2] , die vervolgens met die middelen een girale betaling verrichtte aan een onderneming van [naam 1] ( [bedrijf 4] ) waarna dit bedrag in stukjes werd doorgeboekt aan [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 1] .
Onder die omstandigheden stelde Rabobank, naar het oordeel van de rechtbank, terecht vragen over de herkomst van de contant gestorte gelden en de op het oog onlogische doorboekingen daarvan binnen het concern van [naam 1] . Dit geldt eveneens voor vragen over de identiteit van Acces Win Limited waarvan [eiser 1] in totaal ongeveer 1,8 miljoen euro aan betalingen ontving en waarover – anders dan dat zij betaalde vanaf een rekening in Hong Kong en in Polen gevestigd leek te zijn op een woonadres – geen informatie bekend was. Rabobank moet immers kunnen vaststellen dat haar dienstverlening niet wordt misbruikt door [eisers] en dat de transacties een legale herkomst kennen. Dat in misbruik van een rekening voor de bank een integriteitsrisico schuilt, is niet door [eisers] betwist.
4.7.
Anders dan [eisers] stellen hebben zij de vragen van Rabobank over deze transacties niet (voldoende concreet) beantwoord. Integendeel, vaststaat dat [naam 1] daarover heeft gelogen. Ter toelichting geldt het volgende.
4.8.
Vaststaat dat [naam 1] (een groot deel van) de gelden die uiteindelijk door [bedrijf 4] aan [eiser 3] zijn overgemaakt zelf contant heeft gestort op een rekening van [bedrijf 3] . Hij heeft hierover tegenstrijdige verklaringen afgelegd. In 2020 verklaarde [naam 1] nog dat hij de contante stortingen heeft verricht voor de vennootschap van [naam 2] . Twee jaar later verklaart hij dat hij niet verantwoordelijk is voor en geen enkele bemoeienis heeft met de betaling van de partij goederen door de vennootschap van [naam 2] aan [bedrijf 4] . Tegelijkertijd weet [naam 1] zeker dat de gelden een legale herkomst hebben en dat Rabobank voor een verklaring daarover bij [naam 2] moet zijn. [naam 1] heeft in 2024 in de procedure bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant onder ede weer een nieuwe lezing van de gang van zaken gegeven door te verklaren dat de contante stortingen op de bankrekening van [bedrijf 3] voorgeschoten betalingen van [naam dierenarts] aan [eiser 1] waren, die op de rekening van [bedrijf 3] zijn gestort omdat [naam 1] verwachtte dat Rabobank moeilijk zou doen over contante stortingen op de rekening van [eiser 1] . Deze laatste gang van zaken is op de zitting herhaald door [naam 1] . Hieruit valt geen andere conclusie te trekken dan dat [naam 1] bij de beantwoording van de vragen van Rabobank over de herkomst van deze contante gelden heeft gelogen met het doel om de afspraak met Rabobank dat op de rekeningen van [eisers] geen contant geld meer mocht worden gestort waarvan de herkomst niet te verifiëren was, te omzeilen. Dit is op zichzelf al voldoende voor een vertrouwensbreuk met [naam 1] en de aan hem gelieerde vennootschappen waarmee het zwaarwegend belang van Rabobank om de relatie met [eisers] te beëindigen gegeven is.
4.9.
Hier komt nog bij dat [eisers] Rabobank ook onjuist hebben geïnformeerd over de identiteit van Acces Win Limited. Verklaart [naam 1] aanvankelijk dat Acces Win Limited een Aziatische handelsrelatie is, die veterinaire producten van [eisers] kan afzetten in Azië en waarmee hij een verregaande en diepgaande samenwerking wil bewerkstelligen, later verklaart hij dat Acces Win Limited een betaaldienstverlener is die hij als tussenschakel is gaan gebruiken voor contante betalingen uit Afrika nadat Rabobank bezwaar had gemaakt tegen stortingen van dat contante geld. Ook dit is niet anders te begrijpen dan een manier om de afspraak met Rabobank dat er geen contant geld mocht worden ontvangen op de rekeningen waarvan de herkomst niet achterhaald kon worden, te omzeilen. Het waren immers geen betalingen van Acces Win Limited zelf, zij fungeerde slechts als doorgeefluik van (indirecte) contante betalingen van [naam dierenarts] .
4.10.
Voorzover de rechtbank het verweer van [eisers] zo moet begrijpen dat zij menen voldoende inzicht te hebben gegeven in de herkomst van de contante gelden met de informatie die zij over [naam dierenarts] hebben verstrekt, faalt dit. Vaststaat dat [eisers] het antwoord schuldig zijn gebleven op de naar het oordeel van de rechtbank gerechtvaardigde en voor de hand liggende vragen van Rabobank waar [naam dierenarts] gevestigd is, met wie [naam dierenarts] handelde en wat de herkomst is van de euro’s en dollars waarmee [naam dierenarts] de leveringen van [eisers] betaalde. Ook de goederenstroom, waarbij de zaken niet in West-Afrika worden geleverd, maar in Nederland worden opgehaald en contant betaald door een tussenpersoon, roept begrijpelijke, maar onbeantwoorde, vragen op naar de herkomst van de contante betalingen. [eisers] gaan er bovendien aan voorbij dat de verplichtingen uit de Wwft, waaronder cliëntonderzoek, op grond van artikel 1a lid 4 onder i jo. artikel 3 Wwft gelet op de omvang van de van [naam dierenarts] ontvangen contante betalingen ook op hen van toepassing zijn. Hoewel van [naam dierenarts] meer dan twee miljoen euro (al dan niet indirect) in contanten is ontvangen, hebben [eisers] geen enkel cliëntonderzoek naar hem verricht. Ter zitting is gebleken dat [naam 1] niet beschikt over contactgegevens en zich niet kan herinneren of hij [naam dierenarts] ooit heeft ontmoet. Dat [naam dierenarts] een dierenarts/handelsreiziger uit Mauritanië is waarmee al lang zaken worden gedaan en die altijd netjes betaalt, is in het licht van het voorgaande volstrekt onvoldoende. Dat deze handel in de boekhouding van [eisers] is verwerkt, maakt dit niet anders.
Over de assistent van [naam dierenarts] , [naam assistent] , die kennelijk de leveringen kwam ophalen en (contant) betalen, is ook geen enkele identificerende informatie aan Rabobank verstrekt.
4.11.
De rechtbank constateert dan ook dat Rabobank in het cliëntonderzoek terechte vragen heeft gesteld, die [eisers] niet adequaat en op onderdelen zelfs aantoonbaar leugenachtig hebben beantwoord. [eisers] hebben dus niet voldoende meegewerkt aan het klantonderzoek. Uit de correspondentie van Rabobank blijkt dat zij [eisers] herhaaldelijk heeft gewezen op de mogelijke consequenties van het niet voldoen aan de informatieverzoeken van de bank. [eisers] hebben tweeëneenhalf jaar de kans gehad om de vragen van Rabobank naar waarheid te beantwoorden, maar dit hebben zij niet adequaat gedaan. In dit licht heeft Rabobank voldoende onderbouwd dat zij haar klantonderzoek jegens [eisers] niet kon voltooien en dat sprake is van een vertrouwensbreuk met [naam 1] en de aan hem gelieerde vennootschappen.
4.24
Uit het voorgaande volgt dat de opzegging door Rabobank van de bankrelatie met [eisers] niet onzorgvuldig of ongegrond is, noch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De vorderingen van [eisers] zullen daarom worden afgewezen. De overige stellingen van partijen in dit verband behoeven geen bespreking.
Slotsom
4.12.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rabobank worden begroot op:
- griffierecht
676,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2 punten × tarief II: € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.082,00
4.13.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
5.2.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.082,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser met bijstand van mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.