ECLI:NL:RBAMS:2025:7307
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring mantelzorg wegens niet benutten voorliggende voorzieningen
Eiseres, een alleenstaande vrouw met een progressieve ziekte en PTSS, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een urgentieverklaring mantelzorg. Zij woont op afstand van haar dochter, die mantelzorg verleent, en wil naar een gelijkvloerse woning dichter bij haar dochter verhuizen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij alle voorliggende voorzieningen had benut.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd waarom professionele hulp geen geschikte oplossing is en waarom de hulp die zij nodig heeft niet planbaar zou zijn. Eiseres beschikt reeds over een urgentieverklaring voor een gelijkvloerse woning in haar huidige woonplaats, maar weigert deze te benutten. Ook blijkt niet dat zij heeft geprobeerd zorgverlening uit te breiden via de Wmo of andere voorzieningen.
Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening hield met de doelstellingen van de Wmo en haar eigen verantwoordelijkheid, maar de rechtbank stelt dat de beoordeling van urgentieverklaringen op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam losstaat van de Wmo. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat de situatie niet zo schrijnend is dat een uitzondering gerechtvaardigd is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen vergoeding van griffierecht of proceskosten ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring mantelzorg wordt ongegrond verklaard.