Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
2. de vereniging
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“facturatie geschiedt op basis van daadwerkelijk gewerkte, correct verantwoorde en goedgekeurde uren”. Een toelichtende e-mail van haar teamleider bij CWS waarin wordt vermeld dat het aantal uren per week meer of minder kan zijn afhankelijk van het gevraagde werk respectievelijk de beschikbaarheid van [eiser] verschaft hierover evenmin voldoende duidelijkheid.
2021: ca. € 226.000,-
2022: ca. € 181.000,- tot aan het ongeval, geëxtrapoleerd naar een heel jaar € 197.000,-
2023: ca. € 546.646,-
2024: ca. € 367.000,-
Die opvallende piek in de omzet over het jaar 2023 – het jaar waarover de inkomensschade moet worden vastgesteld – maakt dat het realiteitsgehalte van de prognoses en inschattingen die [eiser] daarbij tot uitgangspunt heeft genomen met zorgvuldigheid moeten worden aanschouwd en onderzocht.
performancevan [eiser] in de situatie dat het ongeval wordt weggedacht. NBM heeft [eiser] in een eerder stadium al om die stukken verzocht, maar zij heeft geweigerd die aan NBM te presenteren omdat zij dat niet vindt stroken met een concrete wijze van schadeberekening. Die weigering volstaat dus niet. De verlangde stukken kunnen dienen om bevestiging te krijgen voor het realiteitsgehalte van de prognoses en schattingen die [eiser] zelf maakt bij de inkleuring van haar verdiencapaciteit als het ongeval haar niet zou zijn overkomen en is dan ook in lijn met de concrete wijze van schadeberekening die [eiser] voor ogen heeft.
5.De beslissing
15 oktober 2025voor het nemen van een akte door [eiser] waarna NBM in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoord akte te nemen,