ECLI:NL:RBAMS:2025:7412

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11703016 \ CV EXPL 25-7183
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over koop en inruil van een auto met schadevergoedingsvorderingen

In deze zaak heeft [eiser] B.V. een elektrische auto gekocht van Carway HQ B.V. en een subsidie aangevraagd die niet is verstrekt omdat de auto niet voldeed aan de voorwaarden. [eiser] vordert schadevergoeding van Carway wegens misgelopen subsidie en niet-levering van onderdelen. Carway vordert in reconventie schadevergoeding van [eiser] wegens dwaling over het schadeverleden van een ingeruilde auto. De rechtbank heeft de vorderingen van [eiser] grotendeels afgewezen, met uitzondering van een schadevergoeding voor een niet geleverd onderdeel. De vordering van Carway in reconventie is toegewezen op grond van dwaling, waarbij de rechtbank oordeelt dat [eiser] Carway had moeten informeren over het schadeverleden van de ingeruilde auto. De rechtbank heeft Carway veroordeeld tot betaling van € 1.652,- aan [eiser] en [eiser] tot betaling van € 15.000,- aan Carway, evenals de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11703016 \ CV EXPL 25-7183
Vonnis van 19 september 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A. Hofman,
tegen
CARWAY HQ B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Carway,
gemachtigde: [gemachtigde] .

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] heeft bij Carway een elektrische auto gekocht, waarvoor hij een subsidie heeft aangevraagd. Deze subsidie is niet verstrekt, omdat de auto niet voldeed aan de daarvoor geldende voorwaarden. Volgens [eiser] heeft de auto daardoor niet de eigenschappen die hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Daarnaast zou Carway bepaalde onderdelen bij de auto leveren, maar heeft zij dat volgens [eiser] niet gedaan. Hij vordert op grond van het voorgaande een schadevergoeding van Carway. Carway voert hiertegen verweer. Zij vordert in reconventie ook een schadevergoeding van [eiser] , omdat hij zijn oude auto bij Carway tegen betaling heeft ingeruild zonder Carway te informeren over het schadeverleden van die auto. Carway heeft de auto van [eiser] met aanzienlijk verlies doorverkocht en vordert [eiser] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van dit verlies.
1.2.
De vorderingen van [eiser] worden grotendeels afgewezen. Carway wordt alleen veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding voor een niet geleverd onderdeel. De vordering van Carway wordt deels, voor een bedrag van € 15.000,-, toegewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 mei 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 13 juni 2025 met producties;
- het tussenvonnis van 27 juni 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt, en de vooraf opgestuurde conclusie van antwoord in reconventie en aanvullende producties van [eiser] .

3.De feiten

3.1.
Carway is een autobedrijf gespecialiseerd in auto’s van Amerikaanse merken. Zij richt zich met name op de verkoop van zogenaamde
‘muscle cars’. [eiser] heeft begin augustus 2024 bij Carway een auto van het merk Ford (hierna: de Ford) gekocht. Carway zou daarbij ook een back flip en kabelset met DC-unit leveren. [eiser] heeft zijn eigen auto van het merk Tesla (hierna: de Tesla) in dezelfde periode bij Carway ingeruild voor een bedrag van € 88.000,-.
3.2.
[eiser] heeft op 12 augustus 2024 een subsidie in de zin van de subsidieregeling emissieloze bedrijfsauto’s aangevraagd. Deze subsidie is op 15 augustus 2024 (voorlopig) toegewezen voor een bedrag van € 5.000,- (hierna: de SEBA-subsidie).
3.3.
Op 24 september 2024 heeft Carway de Ford aan [eiser] geleverd.
3.4.
Op 8 oktober 2024 heeft [eiser] een verzoek tot (definitieve) vaststelling van de SEBA-subsidie ingediend. De subsidie is daarna vastgesteld op € 0,- omdat de datum eerste toelating en tenaamstelling niet hetzelfde zijn en de Ford volgens de SEBA-regeling daarom niet wordt gezien als een nieuwe bedrijfsauto.
3.5.
[eiser] heeft Carway op 22 oktober 2024 bericht dat de SEBA-subsidie was afgewezen en haar gevraagd om een toelichting.
3.6.
[eiser] heeft Carway op 13 december 2024 bericht dat zij nog niet op voornoemd bericht had gereageerd en dat de bezwaartermijn voor het besluit tot vaststelling van de subsidie bijna was afgelopen. [eiser] gaf daarbij aan dat Carway had toegezegd een schriftelijk stuk te zullen aanleveren waarmee hij bezwaar kon maken, maar Carway deze toezegging niet was nagekomen.
3.7.
[eiser] heeft Carway op 17 december 2024 verzocht een update te geven over de levering van de back flip.
3.8.
De advocaat van [eiser] heeft Carway op 3 februari 2025 aansprakelijk gesteld voor de misgelopen subsidie (€ 5.000,-) en de niet geleverde back flip (€ 1.652,-) en Carway gesommeerd om de kabelset met DC-unit binnen 14 dagen te leveren.
3.9.
Carway heeft op 7 februari 2025 betwist dat zij aansprakelijk is voor de door [eiser] gevorderde schade en gesteld dat [eiser] haar bij de verkoop van de Tesla niet heeft geïnformeerd over de ernstige waterschade aan die auto, waardoor Carway nog een schadevergoedingsvordering op [eiser] heeft.

4.Het geschil

In conventie
4.1.
[eiser] vordert samengevat dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Carway veroordeelt tot betaling van € 14.609,10, te vermeerderen met de wettelijke rente. Hij heeft dit bedrag als volgt uitgesplitst:
  • hoofdsom 1: gevolgschade derving subsidie € 5.000,-
  • hoofdsom 2: vervangende schadevergoeding back flip € 1.652,-
  • hoofdsom 3: vervangende schadevergoeding DC-laadstation € 6.975,-
  • buitengerechtelijke kosten € 911,27
  • wettelijke rente over hoofdsom 1 en 2 vanaf 22 februari 2025 € 52,49 + P.M.
  • wettelijke rente over hoofdsom 3 vanaf 26 maart 2025 € 18,34 + P.M.
Totaal € 14.609,10 + P.M.
4.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ‘hoofdsom 1’ ten grondslag dat sprake is van non-conformiteit (artikel 7:17 BW), omdat de Ford niet voldoet aan de voorwaarden voor een SEBA-subsidie. Specifiek gaat het om de voorwaarde dat de datum eerste toelating en de datum tenaamstelling van een bedrijfsauto hetzelfde moeten zijn, wat bij de Ford niet het geval is. [eiser] vindt daarom dat Carway is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en de schade die hij hierdoor heeft geleden, moet vergoeden. [eiser] legt aan zijn vorderingen ‘hoofdsom 2’ en ‘hoofdsom 3’ ten grondslag dat Carway is tekortgeschoten in de afspraak om een back flip en kabelset met DC-unit te leveren, waardoor hij deze ergens anders heeft moeten kopen. Deze kosten wil hij daarom ook op Carway verhalen.
4.3.
Carway voert verweer. Zij stelt over de eerste vordering (hoofdsom 1) dat zij niet verantwoordelijk was voor het traject rondom de SEBA-subsidie en dus niet aansprakelijk is voor het mislopen daarvan. Carway stelt over de tweede vordering (hoofdsom 2) dat zij meerdere keren heeft geprobeerd om een afspraak te maken voor de levering van de back flip, maar dat [eiser] telefonisch niet bereikbaar was, zodat zij daarvoor evenmin aansprakelijk kan worden gehouden. Verder betwist Carway dat zij een DC-laadstation aan [eiser] zou leveren, zodat ook de derde vordering (hoofdsom 3) moet worden afgewezen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
In reconventie
4.5.
Carway vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] veroordeelt tot betaling van € 22.000,-. Zij legt aan deze vordering ten grondslag dat sprake is van dwaling, omdat [eiser] haar bij de koop van de Tesla ten onrechte niet heeft geïnformeerd over de waterschade daaraan. Zij heeft gekozen voor een vordering tot schadevergoeding in plaats van een vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst.
4.6.
[eiser] voert verweer. Hij betwist dat sprake is van dwaling, omdat de schade goed is gerepareerd en hij niet wist dat het schadeverleden van de Tesla voor Carway relevant zou kunnen zijn voor haar aankoopbeslissing.
4.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

In conventie
5.1.
De vorderingen van [eiser] tot betaling van een schadevergoeding vanwege de misgelopen SEBA-subsidie en het niet geleverde DC-laadstation worden afgewezen. De vordering tot betaling van een schadevergoeding vanwege de niet geleverde back flip wordt toegewezen. Dit wordt hierna toegelicht.
Er is geen sprake van non-conformiteit
5.2.
De vordering tot schadevergoeding vanwege de misgelopen SEBA-subsidie wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat sprake is van non-conformiteit. Hiervan is sprake als de afgeleverde zaak, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, en ook de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien (zie artikel 7:17 lid 2 BW).
5.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van non-conformiteit, omdat [eiser] op grond van de koopovereenkomst niet mocht verwachten dat de datum eerste toelating en de datum tenaamstelling van de Ford gelijk waren. Hij heeft dat namelijk niet met zoveel worden afgesproken met Carway en het was niet vanzelf duidelijk voor Carway dat het voor [eiser] belangrijk was dat die twee data hetzelfde waren. Als uitgangspunt geldt dat [eiser] als koper van de Ford verantwoordelijk was voor het traject rondom de SEBA-subsidie en zelf onderzoek moest doen naar de daarvoor geldende voorwaarden. Dat [eiser] aan Carway duidelijk heeft gemaakt dat hij de SEBA-subsidie voor de Ford wilde aanvragen en Carway – op zijn verzoek – op de factuur van 3 augustus 2024 de tekst “ONDER VOORBEHOUD VAN TOEKENNING SEBA-SUBSIDIE” heeft opgenomen, maakt niet dat Carway deze verantwoordelijkheid van [eiser] heeft overgenomen. Ook betekent dit niet dat Carway wist dat de datum eerste toelating en de datum tenaamstelling van de Ford gelijk moesten zijn. [eiser] heeft dat niet aan Carway verteld en hij mocht ook niet verwachten dat Carway dat wist. Daarbij is ook van belang dat [eiser] op de zitting heeft verteld dat hij ruime ervaring heeft met het aanvragen van subsidies voor elektrische voertuigen, terwijl de heer [naam 1] op de zitting namens Carway heeft verklaard dat Carway daar geen enkele ervaring mee heeft.
5.4.
Gelet op het voorgaande is geen sprake van non-conformiteit en zal de vordering tot schadevergoeding wegens de misgelopen SEBA-subsidie worden afgewezen.
Carway moet vanwege de niet geleverde back flip een schadevergoeding betalen
5.5.
De vordering van [eiser] tot schadevergoeding vanwege de niet geleverde back flip wordt toegewezen, omdat Carway is tekortgeschoten in de nakoming van de afspraak om de back flip te leveren, [eiser] daardoor schade heeft geleden en Carway in verzuim is. Tussen partijen is niet in geschil dat Carway de back flip zou leveren en dat niet heeft gedaan. De tekortkoming van Carway staat daarmee vast. Carway is in verzuim, omdat de aansprakelijkstelling van de advocaat van [eiser] van 3 februari 2025 op grond van artikel 6:82 lid 2 BW als ingebrekestelling heeft te gelden. [eiser] mocht uit de houding van Carway namelijk afleiden dat aanmaning nutteloos zou zijn. Carway had namelijk niet gereageerd op het verzoek van [eiser] van 17 december 2024 om een update te geven over de levering van de back flip.
5.6.
Carway heeft aangevoerd dat zij de back flip wel aan [eiser] heeft kunnen en willen leveren, maar dat dit niet is gelukt doordat [eiser] telefonisch niet bereikbaar was. De kantonrechter volgt Carway hierin niet, omdat zij voor deze stelling geen begin van bewijs heeft geleverd en [eiser] dit betwist.
5.7.
De schade die [eiser] door deze tekortkoming van Carway heeft geleden, bedraagt € 1.652,-. Hij heeft dit bedrag namelijk bij een ander bedrijf aan de back flip moeten uitgeven. De kantonrechter zal Carway daarom veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [eiser] . Ook zal de kantonrechter de wettelijke rente over dit bedrag toewijzen met ingang van 22 februari 2025. Dat is namelijk de datum waarop de gestelde termijn in de brief van de advocaat van [eiser] van 3 februari 2025 is verstreken.
Carway was niet verplicht een DC-laadstation te leveren
5.8.
De vordering van [eiser] tot betaling van een schadevergoeding van
€ 6.975,- wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat partijen hebben afgesproken dat Carway een DC-laadstation aan [eiser] zou leveren. [eiser] stelt weliswaar dat Carway dit zou doen, maar heeft dat tegenover de gemotiveerde betwisting van Carway onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter acht hiervoor van belang dat op de factuur van Carway
‘kabelset incl. DC unit’staat, niet ‘
DC laadstation’.Ook past de prijs op de factuur van Carway niet bij een DC laadstation. De prijs op de factuur van Carway voor de kabelset inclusief DC unit is namelijk € 1.073,55, terwijl een DC laadstation volgens opgave van [eiser] € 6.975,- bedraagt. De kantonrechter leidt hieruit af dat [eiser] en Carway niet zijn overeengekomen dat Carway ook een DC laadstation zou leveren. Het feit dat dit laadstation niet is geleverd, is daarmee geen tekortkoming aan de kant van Carway. De vordering tot schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten
5.9.
[eiser] vordert een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Hij heeft niet uitgelegd dat het gaat om kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, anders dan ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak. Deze kosten zullen dus worden afgewezen.
5.10.
[eiser] is in conventie voor het overgrote deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Carway worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,-
(2 punten × € 406,-)
- nakosten
135,-
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,-
In reconventie
5.11.
De vordering van Carway tegen [eiser] wordt toegewezen voor een bedrag van € 15.000,-. Dit wordt hierna toegelicht.
De koopovereenkomst voor de Tesla is vernietigbaar wegens dwaling
5.12.
Het beroep van Carway op dwaling slaagt, omdat zij de Tesla bij een juiste voorstelling van zaken niet van [eiser] zou hebben gekocht. Dat Carway de Tesla bij een juiste voorstelling van zaken niet zou hebben gekocht, blijkt uit de verklaring van de heer [naam 1] op de zitting dat Carway geen auto’s met waterschade (in zijn woorden:
‘zwemmers’) koopt, omdat deze heel moeilijk zijn door te verkopen en altijd gedoe geven. Carway heeft voorafgaand aan de koop nog uitdrukkelijk aan [eiser] gevraagd of er schade is geweest en of er iets is wat Carway over de Tesla moet weten, maar [eiser] heeft toen niets gezegd. [eiser] heeft op de zitting uitgelegd dat de achterzijde van de Tesla een keer nat is geworden bij het achteruitrijdend te water laten van een boot, waarna kortsluiting in de motor is ontstaan. De schade is daarna volledig en deugdelijk hersteld door Tesla, zonder gevolgen voor de garantie, waardoor hij zich naar eigen zeggen niet heeft gerealiseerd dat dit incident van belang kon zijn om aan Carway te vertellen. Naar het oordeel van de kantonrechter had [eiser] Carway echter wel over de waterschade moeten informeren, omdat deze aan de buitenkant niet zichtbaar was en alleen hij als eigenaar toegang had tot het digitale systeem van Tesla waarin het schadeverleden zichtbaar was. [eiser] beschikte daarmee over kennis over het schadeverleden en had deze informatie uit eigen beweging aan Carway moeten melden, zodat Carway kon beslissen de koop wel of niet door te zetten. De kantonrechter volgt [eiser] dus niet in zijn verweer dat hij niet wist of behoefde te weten dat het schadeverleden van de Tesla voor Carway relevant zou kunnen zijn voor haar aankoopbeslissing. Het voorgaande brengt mee dat de koopovereenkomst voor de Tesla op grond van artikel 6:228 lid 1 sub b BW vernietigbaar is wegens dwaling.
Het nadeel van Carway wordt geschat op € 15.000,-
5.13.
Carway wil geen vernietiging, maar vergoeding van het geleden verlies. De kantonrechter zal, in plaats van de vernietiging uit te spreken, de gevolgen van de koopovereenkomst wijzigen ter opheffing van het nadeel dat Carway bij instandhouding van de koopovereenkomst lijdt (zie artikel 6:230 lid 2 BW).
5.14.
De kantonrechter schat het nadeel van Carway op een bedrag van € 15.000,-. Als vertrekpunt voor de schatting is van belang dat Carway de Tesla met een verlies van
€ 22.000,- heeft doorverkocht, maar dat wordt aangenomen dat de waarde van de Tesla in de tussentijd ook door andere redenen is gedaald. Zoals [eiser] terecht heeft aangevoerd, hebben de publieke optredens van de heer [naam 2] , de [naam functie] van Tesla, in de periode van doorverkoop een negatief effect gehad op de waarde. Verder is van belang dat de waarde van elektrische auto’s in het algemeen relatief snel vermindert. [eiser] heeft op de zitting verklaard dat hij in anderhalf jaar tijd € 60.000,- op de Tesla heeft afgeschreven, wat het voorgaande bevestigt. De kantonrechter schat het nadeel van Carway om de hiervoor genoemde redenen op € 15.000,-. [eiser] zal dit bedrag dus aan Carway moeten betalen.
Proceskosten in reconventie
5.15.
[eiser] is in reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Carway worden op basis van het toegewezen bedrag begroot op € 406,- aan salaris gemachtigde (1 punt x € 406,-). In conventie zijn al nakosten toegewezen. Die worden in reconventie niet nog een keer toegewezen.

6.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
6.1.
veroordeelt Carway om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.652,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
In reconventie
6.5.
veroordeelt [eiser] om aan Carway te betalen een bedrag van € 15.000,-,
6.6.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 406,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, rechter, bijgestaan door mr. W.B. Fonville, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025.