ECLI:NL:RBAMS:2025:7458
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid verlening omgevingsvergunning voor bomenkap in Diemen
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Diemen om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van twee Picea-bomen nabij twee straten in Diemen. Eiseres betwist de vergunning en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder de gezondheid van de bomen, de ecologische waarde en de geluidswerende werking.
De rechtbank toetst of het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Het college baseert zich op een deskundigenadvies waarin de bomen een totaalscore van 30 punten krijgen op basis van de beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010, wat een positief advies rechtvaardigt. De bomen zijn volgens het college instabiel door hedera en vormen een risico om om te waaien.
Eiseres betwist de deskundigenbeoordeling en stelt dat de bomen gezond zijn en een hogere puntentelling verdienen. De rechtbank stelt dat het college op het advies van de deskundige mocht afgaan, aangezien eiseres geen concrete aanwijzingen heeft geleverd die de zorgvuldigheid of redelijkheid van het advies ondermijnen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het college voldoende rekening heeft gehouden met natuurwaarden, waaronder vleermuizen, en dat een aanvullend vleermuisonderzoek niet verplicht was voorafgaand aan deze vergunning. Ook de belangen van stads- en dorpsschoon, recreatie en toekomstverwachting zijn door het college gemotiveerd beoordeeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het college de vergunning in redelijkheid heeft verleend. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen wordt bevestigd.