Op 3 oktober 2024 heeft verdachte te Amsterdam diverse verzorgingsproducten, waaronder crème en deodorant, weggenomen bij een Albert Heijn. De rechtbank acht dit bewezen op basis van de aangifte en een bekennende verklaring van verdachte.
Verdachte heeft een hardnekkige crackverslaving en een patroon van vermogensdelicten, wat leidt tot een hoog risico op recidive. De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke ISD-maatregel met diagnostisch onderzoek en behandeling gericht op middelengebruik en psychische problematiek.
De verdediging verzocht om geen ISD-maatregel maar een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, gezien de motivatie van verdachte om te stoppen met drugsgebruik. De rechtbank oordeelt echter dat alleen binnen het kader van een ISD-maatregel voldoende bescherming en behandeling mogelijk is.
De rechtbank legt daarom een ISD-maatregel van twee jaar op, zonder aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis, om recidive te voorkomen en de maatschappelijke veiligheid te waarborgen.