ECLI:NL:RBAMS:2025:7575

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
13-112006-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming uitbreiding vervolging na overlevering verleend door rechtbank Amsterdam

De rechtbank Amsterdam heeft op 2 september 2025 een verzoek van de Duitse autoriteiten behandeld tot aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon. Het verzoek betrof feiten die vóór de overlevering waren gepleegd en waarvoor de betrokkene niet was overgeleverd.

De rechtbank stelde vast dat de overgeleverde persoon en zijn Duitse advocaat tijdig waren aangeschreven om eventuele bezwaren kenbaar te maken, maar hierop niet hadden gereageerd. De beschikbare stukken voldeden aan de vereisten van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en de rechten van verdediging werden volledig gerespecteerd.

Gezien het feit dat de feiten onder de reikwijdte van de Overleveringswet vallen, verleende de rechtbank op grond van artikel 14 OLW Pro toestemming voor de uitbreiding van de vervolging. Hiermee werd het verzoek van de Duitse autoriteiten toegewezen, conform de geldende internationale en nationale regelgeving.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van vervolging van de overgeleverde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-112006-25
Datum beslissing: 2 september 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 11 april 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
Amtsgericht Dresden, Duitsland, op 10 maart 2025 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 2001,
thans gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. In dit kader merkt de rechtbank op dat uit aanvullende informatie van 15 augustus 2025 volgt dat de overgeleverde persoon en zijn Duitse advocaat op 9 mei 2025 zijn aangeschreven door de
Oberstaatsanwältinom vóór 23 mei 2025 eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming kenbaar te maken. [1] Uit die aanvullende informatie blijkt voorts dat hierop niet is gereageerd.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 2 september 2025 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Korpershoek en mr. A.T.P. van Munster, griffiers.

Voetnoten

1.Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.