ECLI:NL:RBAMS:2025:7583
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging strafzaak wegens voortgang onderzoek
De verzoeker heeft primair verzocht om op grond van artikel 29f lid 1 Sv te verklaren dat de strafzaak tegen hem is geëindigd, stellende dat het onderzoek stil ligt en er geen nieuwe verzwarende feiten zijn toegevoegd sinds zijn vrijlating uit voorlopige hechtenis.
De rechtbank heeft het verzoek op 7 oktober 2025 behandeld en oordeelt dat het Openbaar Ministerie aannemelijk heeft gemaakt dat het onderzoek nog in volle gang is, onder meer door verdere uitwerking van gesprekken en aanvullend onderzoek in het buitenland. Er is geen sprake van inactiviteit of onredelijk tijdsverloop.
Subsidiaire verzoeken tot aanhouding van het verzoek en het opleggen van termijnen voor het verstrekken van stukken worden afgewezen, waarbij de rechtbank verwijst naar de rechter-commissaris voor geschillen over stukken.
Een meer subsidiair verzoek om te bepalen dat de ernstige bezwaren niet langer bestaan, wordt buiten het bestek van artikel 29f Sv geacht en niet toegewezen.
De rechtbank concludeert dat het belang van het onderzoek zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker bij beëindiging van de zaak en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen omdat het onderzoek nog gaande is.