Uitspraak
1.[de vader] ,
2.
[de zoon],
3.
[de moeder],
Rechtbank Amsterdam
Rijsterborgh Vastgoed verhuurt sinds 1 oktober 2022 een woning aan vader, zoon en moeder, waarbij moeder van rechtswege medehuurder is. De huur bedraagt €3.004,80 per maand, vooruitbetaald. Er is een aanzienlijke huurachterstand ontstaan, die door Rijsterborgh is gemeld bij de gemeente en waarvoor zij betaling vordert.
Gedaagden voeren aan dat de vader, die de huur betaalde, is vertrokken vanwege een echtscheiding en de achterstand is ontstaan doordat moeder en zoon niet op de hoogte waren van het niet betalen. Zoon is recent ondernemer en kan de lopende huur betalen, maar de achterstand is fors en kan niet snel worden ingelost. Alimentatiebetalingen van vader blijven uit.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand een tekortkoming is die recht geeft op ontbinding van de huurovereenkomst. Het belang van Rijsterborgh bij ontbinding weegt zwaarder dan het belang van moeder en zoon bij behoud van de woning. De ontbinding wordt uitgesproken, ontruiming vastgesteld op 30 november 2025, en gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, lopende huur en proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagden veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand met rente en kosten.