Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
[eiser 2] ,
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak, die op 15 oktober 2025 door de Rechtbank Amsterdam is behandeld, hebben eisers, eigenaren van een registergoed, een kort geding aangespannen tegen [gedaagde] B.V. met het verzoek om de hypothecaire inschrijving ten gunste van [gedaagde] B.V. op het registergoed waardeloos te verklaren. De eisers, vertegenwoordigd door hun advocaat mr. A. Aaryf, stelden dat zij nooit gebruik hebben gemaakt van een lening die door [gedaagde] B.V. was aangeboden en dat deze rechtspersoon inmiddels was ontbonden. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de hypothecaire inschrijving een obstakel vormt voor de herfinanciering van het registergoed, wat voor eisers aanzienlijke schade kan veroorzaken. De rechtbank heeft geoordeeld dat, hoewel eisers niet-ontvankelijk zijn in hun vordering tegen [gedaagde] B.V. omdat deze rechtspersoon niet meer bestaat, zij wel degelijk een belang hebben bij de waardeloosverklaring van de hypothecaire inschrijving. De voorzieningenrechter heeft de hypothecaire inschrijving waardeloos verklaard op basis van artikel 3:29 BW, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tevens is bepaald dat eisers hun eigen proceskosten moeten dragen, en er is geen rechtsmiddel tegen dit vonnis open.