Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Bewijs
7.Strafbaarheid van de feiten
8.Strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf en maatregel
van 10 oktober 2024, waaruit blijkt dat verdachte driemaal eerder is veroordeeld voor met name vermogensdelicten.
- het Pro Justitia rapport van 10 januari 2025, opgemaakt door drs. A. Mooij, GZ-psycholoog en drs. A.X. Rutten, kinder- en jeugdpsychiater;
- rapport van de Raad opgemaakt op 20 januari 2025;
- rapport van JBRA opgemaakt op 15 januari 2025;
de psychiater en de psycholoogvan 10 januari 2025 kan het volgende worden geconcludeerd. Bij verdachte is sprake een reactieve hechtingsstoornis, normoverschrijdende gedragsstoornis, een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling richting een antisociale persoonlijkheidsstoornis, ADHD en een stoornis in cannabisgebruik. Deze stoornissen en gebrekkige ontwikkeling waren ten tijde van het plegen van de feiten aanwezig en beïnvloedden verdachtes gedragskeuzes en gedragingen gedeeltelijk. Geadviseerd wordt om verdachte de ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen. De koers van de ontwikkeling van verdachte is zorgelijk en in zijn persoonlijkheidsontwikkeling zijn antisociale trekken te onderscheiden. Zonder ingrijpen zal de psychopathologie zich doorontwikkelen tot een persoonlijkheidsstoornis. Daarbij is de klinische indruk dat sprake is van een hoge kans op recidive. Gezien de combinatie van de complexe psychopathologie, het hoge recidiverisico, de hooguit ambivalente wens tot verandering en het falen van eerdere (ambulante) behandelmodaliteiten met meerdere onttrekkingen, wordt naar de mening van de deskundigen een onvoorwaardelijk PIJ-maatregel noodzakelijk gezien om zowel de ontwikkeling van verdachte als het recidiverisico aan te pakken.
JBRAsluit zich aan bij het advies tot een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel en benadrukt tevens dat JBRA geen mogelijkheden meer ziet in een ambulant kader, gezien het verloop van het eerdere toezicht en begeleiding en het gebrek aan intrinsieke behandelmotivatie.
10.Beslag
11.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
12.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
13.Toepasselijke wettelijke voorschriften
14.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een jeugddetentie van 8 (acht) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
[benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde partij 6 ].
[benadeelde partij 7], toe tot een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 23 oktober 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 5]geheel toe tot een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 2 november 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 4]gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 3.887,- (zegge: drieduizend achthonderdzevenentachtig euro), bestaande uit € 3.387,70 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 17 november 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 3]geheel toe tot een bedrag van € 194,99 (zegge: honderdvierennegentig euro en negenennegentig cent) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 21 november 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 1]geheel toe tot een bedrag van € 1.979,- (zegge: duizend negenhonderdnegenenzeventig euro), bestaande uit € 1.479,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 6 december 2023, tot aan de dag van de algehele voldoening.