ECLI:NL:RBAMS:2025:7656

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
AMS 22/5857
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van maatwerk in terrassenbeleid voor horecavergunning

In deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, gedateerd 17 oktober 2025, wordt het beroep van eiseres, een hotelbedrijf, tegen de weigering van de burgemeester van Amsterdam om maatwerk toe te passen op de verleende horecavergunning, ongegrond verklaard. Eiseres had verzocht om het terras van het hotel in de winter na sluitingstijd buiten te laten staan, maar de rechtbank oordeelt dat er geen uitzonderlijke situatie is die het toepassen van maatwerk rechtvaardigt. De rechtbank heeft de feiten en procesgang uitvoerig besproken, waarbij eiseres bezwaar had aangetekend tegen de vergunningen die aan haar waren verleend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door eiseres aangevoerde gronden voor maatwerk niet in voldoende rechtstreeks verband staan tot de exploitatie van het terras. De rechtbank heeft ook de argumenten van eiseres voor maatwerk beoordeeld en geconcludeerd dat deze vooral betrekking hebben op ruimtelijke ordening en niet op de exploitatie van het terras zelf. De rechtbank heeft de criteria voor toezicht en impact op het woon- en leefklimaat in overweging genomen en vastgesteld dat het terras niet voldoet aan de cumulatieve maatwerkcriteria. De rechtbank heeft daarom besloten dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn op de hoogte gesteld van hun recht om in hoger beroep te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 22/5857

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 oktober 2025 in de zaak tussen

[bedrijf] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.M.L. Schilder Spel),
en

de burgemeester van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. M. Mulder en drs. A. van Brummen).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de weigering van verweerder om maatwerk toe te passen op de aan eiseres verleende horecavergunning, zodat het terras van het hotel in de winter na sluitingstijd buiten mag blijven staan. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder het door eiseres beoogde maatwerk mocht weigeren.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van een situatie die maatwerk rechtvaardigt. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiseres exploiteert een hotel op [adres] in Amsterdam. Op 24 maart 2021 heeft verweerder aan eiseres een vergunning verleend voor het exploiteren van een alcoholverstrekkend horecabedrijf met terras en een Alcoholwetvergunning. Het betreft de exploitatie van het in het hotel gelegen restaurant.
2.2.
Eiseres heeft bezwaar aangetekend tegen die vergunningen omdat eiseres de boven het restaurant gelegen hotelzalen wil betrekken bij de exploitatie. Ook wil eiseres de banken die de grenzen van het terras markeren permanent laten staan. Met het besluit van
24 oktober 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het besluit in primo gebleven.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 oktober 2022. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [de persoon 1] en [de persoon 2] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
2.5.
Na de zitting is het onderzoek aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om te onderzoeken of het door eiseres beoogde gebruik van de zalen in het hotel mogelijk toch in te passen valt binnen de reeds verleende vergunningen. Partijen hebben de rechtbank vervolgens laten weten dat die mogelijkheid niet blijkt te bestaan maar dat er in plaats daarvan waarschijnlijk wel een nieuwe omgevingsvergunning zou kunnen worden verleend waarmee hetzelfde resultaat kan worden bereikt. De rechtbank heeft het onderzoek daarop gesloten en de uitspraaktermijn aangehouden, zodat eiseres bij een succesvolle nieuwe vergunningverlening de beroepsgrond met betrekking tot het gebruik van de zalen kon intrekken.
2.6.
De uitspraaktermijn is vervolgens verschillende keren verlengd omdat partijen niet in staat bleken om binnen de aan de rechtbank gecommuniceerde termijnen het ingezette alternatieve traject af te ronden. Uit doelmatigheidsoverwegingen heeft de rechtbank daarop bij tussenuitspraak van 13 december 2024 de beroepsgrond inzake het gebruik van het terras beoordeeld. De rechtbank komt in de tussenuitspraak tot het oordeel dat het besluit van 24 oktober 2022 in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat verweerder ten onrechte heeft nagelaten te onderzoeken of het door eiseres beoogde gebruik van het terras als maatwerkoplossing kan worden aangemerkt. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak het geconstateerde gebrek te herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.
2.7.
Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak op 3 februari 2025 een herziene beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) genomen. Op 25 februari 2025 heeft eiseres hierop gereageerd met aanvullende beroepsgronden.
2.8.
Op 28 april 2025 heeft eiseres de rechtbank laten weten dat verweerder op
20 november 2024 een omgevingsvergunning heeft verleend waardoor eiseres de zalen van het hotel (onder voorwaarden) mag gebruiken voor de bestemming horeca 3 en 4, zoals beoogd. Eiseres heeft de beroepsgrond met betrekking tot het gebruik van de zalen daarop ingetrokken. Gelijktijdig heeft eiseres de rechtbank verzocht tot veroordeling van verweerder in de proceskosten. De beroepsgrond met betrekking tot het gebruik van het terras heeft eiseres gehandhaafd.
2.9.
De rechtbank heeft het restant van het beroep op 18 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [de persoon 1] en [de persoon 2] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

3. De kern van de tussenuitspraak van de rechtbank betreft het standpunt van verweerder dat op grond van het terrassenbeleid alleen kleine aanpassingen van bijvoorbeeld de opstelling of het uiterlijk van het terras als maatwerkoplossing in aanmerking kunnen komen. Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat dit niet uit het Terrassenbeleid blijkt en dat ook het door eiseres beoogde gebruik van het terras daarom in beginsel als een maatwerkoplossing in aanmerking kan komen.
Toetsingskader
4.1.
In het besluit op bezwaar geeft verweerder aan zich op principiële gronden op het standpunt te blijven stellen dat alleen kleine aanpassingen van bijvoorbeeld de opstelling of het uiterlijk van het terras als maatwerkoplossing in aanmerking kunnen komen. Verweerder wijst er in dat verband opnieuw op dat zich een staande bestuurspraktijk heeft ontwikkeld met die strekking. Volgens verweerder gaat er een gevaarlijke precedentwerking uit van de tussenuitspraak van de rechtbank, aangezien verweerder nu feitelijk standaard bij elke aanvraag de maatwerkprocedure moet toepassen.
4.2.
In wat verweerder daarover in het bestreden besluit opmerkt, ziet de rechtbank geen aanleiding om op de tussenuitspraak terug te komen. Weliswaar sluit de tekst van het huidige Terrassenbeleid een beperkende toepassing van de maatwerkprocedure, in de door verweerder voorgestane zin, niet uit; echter, voor zover inderdaad sprake is van een bestendige beleidslijn is naar aanleiding van het herziene besluit op bezwaar ook desgevraagd niet gebleken dat deze lijn voldoende kenbaar is voor aanvragers.
4.3.
Bovendien miskent het standpunt van verweerder dat vergunningsaanvragers die een maatwerkoplossing willen, zullen moeten onderbouwen dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in het Terrassenbeleid. Pas als voldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een uitzonderlijke situatie, zal een verdere inhoudelijke toetsing aan de maatwerkcriteria nodig zijn. [1]
4.4.
Door het procesverloop is in de herziene beslissing op bezwaar ook inhoudelijk getoetst aan de maatwerkcriteria. De eerste stap in de inhoudelijke toetsing is en blijft echter de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de maatwerkprocedure gericht is op de (voorwaarden van de) exploitatie van een terras. De door een aanvrager beoogde maatwerkoplossing moet daarom in een voldoende rechtstreeks verband staan tot de exploitatie van het terras.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat de door eiseres aangevoerde gronden voor de toepassing van de maatwerkprocedure in een onvoldoende rechtstreeks verband staan tot de exploitatie van het terras van eiseres. De argumenten van eiseres voor maatwerk zien vooral op aspecten van ruimtelijke ordening en niet zozeer op de exploitatie van het terras. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarom geen sprake van een uitzonderlijke situatie die het toepassen van maatwerk rechtvaardigt.
4.6.
Omdat in de herziene beslissing op bezwaar inhoudelijk is getoetst aan de maatwerkcriteria en daar beroepsgronden tegen gericht zijn, zal de rechtbank hierna ook deze beroepsgronden toetsen.
Toetsing maatwerkcriteria
5. De rechtbank stelt vast dat de criteria verkeersveiligheid en doelmatig gebruik van de openbare ruimte niet worden betwist door partijen. De rechtbank beoordeelt daarom alleen de criteria toezicht op het terras vanuit de horecazaak en het woon- en leefklimaat.
Toezicht op het terras
6.1.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat er na sluitingstijd van de horecazaak voldoende toezicht is op het terras. Er is namelijk weliswaar toezicht via camera’s vanuit de receptie van het hotel maar er is geen toezicht vanuit de horecazaak zelf. Zowel in de zomer als in de winter moet het terras juist opgeruimd worden omdat er dan geen toezicht meer is vanuit de horecazaak. Het niet opruimen van het terras kan uitnodigen tot ongewenst gebruik van het terras en daar moeten de direct verantwoordelijken van de horecazaak zelf op kunnen worden aangesproken. Daarom wordt niet voldaan aan het toezichtcriterium.
Impact op het woon- en leefklimaat
6.2.
De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het gedurende de nachtelijke uren niet wenselijk is om ruimten te creëren die uitnodigen tot verblijf en daarmee gepaarde overlast van rondhangende personen. Het feit dat dit tot op heden niet gebeurd is, zoals eiseres stelt, doet hier niet aan af, waarbij volgens de rechtbank moet worden meegewogen dat het betreffende gebied nog volop in ontwikkeling is en de uiteindelijke ruimtelijke inrichting van het gebied nog niet vaststaat.
7. Omdat het terras van eiseres hiermee niet voldoet aan de cumulatieve maatwerkcriteria heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat geen maatwerkterras vergund kan worden.
Evenredigheidsbeginsel
8. Op het beroep van eiseres op het evenredigheidsbeginsel is al beslist in de tussenuitspraak, zodat op dit onderdeel van het beroep wordt volstaan met een verwijzing naar hetgeen daarover in de tussenuitspraak is overwogen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Gelet op het procesverloop en de uitkomst van de procedure ziet de rechtbank geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding, zodat elke partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F.A.M. Smeets, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C.M. Schilder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van deze rechtbank van 17 april 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8582.