Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 oktober 2025 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het herziene besluit gegrond;
- vernietigt het herziene besluit voor zover dat ziet op de lagere bijstandsnorm;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het herziene besluit over de lagere bijstandsnorm;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- (zegge: drieënvijftig euro) aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- (zegge: negenhonderd en zeven euro) aan proceskosten aan de gemachtigde van eiser.
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- (zegge: negenhonderd en zeven euro) aan proceskosten aan de gemachtigde van eiser;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- (zegge: drieënvijftig euro) aan eiser te vergoeden.
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit III gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit III;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit III;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- (zegge: drieënvijftig euro) aan eiser te vergoeden;
- draagt verweerder op de betaalde taxikosten van € 40,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- (zegge: duizend achthonderd en veertien euro) aan proceskosten aan de gemachtigde van eiser.