Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
ALGEMEEN
UITVOERING CONTRACT
Wij begrijpen dat we tegen het einde van het jaar in praktijk 20.12) de gehele gevel moeten plaatsen incl De Berende en Happy Italy.
31st of December 2022:
733.869 EUR(…) and is paid.
31st of December 2022,with net value without VAT of
733.869 EUR(….) The remaining payable amount will be paid by Customer according to contract and annex to the contract signed by Customer and Contractor. Visotec will finish the installation of elements mentioned in the Contract and in Annex before 1st of April.”
uiterlijk 1 mei compleet klaaren afgerond zijn. (…)”
Openstaande punten Visotec:
3.Het geschil in de hoofdzaak
- € 168.268,10, vermeerderd met de omzetbelasting en de wettelijke handelsrente,
- € 2.793,02 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente,
- de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
- bepaalt dat [gedaagde sub 1] op grond van artikel 6:60 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bevrijd van haar verbintenis uit hoofde van de overeenkomst met Visotec tot betaling van (het restant van) de aanneemsom,
- Visotec veroordeelt tot betaling van € 415.073,12, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.Het geschil in de vrijwaringszaak
- [gedaagde sub 2] veroordeelt tot betaling van al datgene waartoe zij als gedaagde in de hoofdzaak veroordeeld mocht worden, met een maximum van € 87.370,00 althans € 80.080,00,
- [gedaagde sub 2] veroordeelt in de proceskosten van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak.
5.De beoordeling
installationvan haar werk heeft gefactureerd en dat Visotec met de hiervoor in 2.44 genoemde twee facturen termijnen voor de
completionvan haar werk heeft gefactureerd. De vraag die moet worden beantwoord is of de voortgang van het werk zodanig was dat voornoemde termijnen waren behaald en gefactureerd konden worden.
installationwas afgerond en dat zij dus, zo begrijpt de rechtbank, vanaf dat moment aanspraak kan maken op de daarbij behorende termijnen. Visotec heeft daartoe aangevoerd dat op die datum alle door haar op het foodcourt te bevestigen elementen waren bevestigd en zij kon aanvangen met het oplossen van de restpunten.
installationop 29 maart 2023 was afgerond. Weliswaar waren de door Visotec aan te brengen elementen aangebracht, maar er was op 29 maart 2023 een aanzienlijke lijst met restpunten en er waren met name problemen met de door Visotec op het foodcourt aangebrachte waterslagen en dakkappen. Volgens [gedaagde sub 1] zijn in april 2023 ernstige lekkages in het foodcourt ontstaan, omdat de door Visotec aangebrachte waterslagen naar binnen toe afwaterden en niet aansloten op de onderdorpels van de kozijnen. Verder heeft [gedaagde sub 1] aangevoerd dat de door Visotec aangebrachte dakkappen in april 2023 onder invloed van de zon bol gingen staan. Visotec heeft deze door [gedaagde sub 1] gestelde gang van zaken onvoldoende weersproken. Uit het rapport waarin de oplevering aan Dunavast is vastgelegd (zie hiervoor 2.32), blijkt onder meer dat de waterslagen op een groot aantal plekken geen waterkerende functie hadden. Uit de e-mail correspondentie nadien (zie onder meer 2.23 hiervoor) blijkt dat ook Visotec dit onderkende en dat er nieuwe waterslagen moesten worden gemaakt en aangebracht. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het werk van Visotec op 29 maart 2023 niet de fase van
installationhad bereikt. Het aanbrengen van de elementen alleen is daarvoor onvoldoende. De elementen moeten in beginsel ook op juiste wijze worden aangebracht. De door Visotec in dit verband kennelijk gestelde omstandigheid dat op 29 maart 2023 openstaande restpunten de ingebruikneming van het foodcourt niet in de weg stonden, maakt dat niet anders. Alles aldus [gedaagde sub 1] .
installationvan het werk van Visotec ook na 29 maart 2023 nog niet was afgerond. Daartoe is het volgende redengevend.
poor installation works”) en dat zij voornemens was die te herstellen (zie hiervoor 2.35). Vervolgens heeft Visotec op 7 juni 2023 aan [gedaagde sub 1] gemaild dat zij ‘alles zou verbeteren’ (zie hiervoor 2.36).
installationvan het werk van Visotec volledig was afgerond. Dat betekent dat de facturen die zien op die fase nog niet opeisbaar waren. Van verzuim aan de zijde van [gedaagde sub 1] was dan ook geen sprake, zodat het beroep op schuldeisersverzuim door Visotec faalt.
installationheeft verricht en uit het overeengekomen termijnschema blijkt dat het de bedoeling van partijen was om betaling afhankelijk te maken van de voortgang van het werk, acht de rechtbank het in dit geval redelijk dat Visotec vergoeding ontvangt voor de tot dan toe verrichte werkzaamheden in het kader van de
installation. Met inachtneming van hetgeen hiervoor in 5.18 tot en met 5.20 is overwogen en hetgeen partijen in dit verband verder naar voren hebben gebracht, begroot de rechtbank die vergoeding op 75% van € 105.276,00, te weten het totaalsaldo van de hiervoor in 2.19 genoemde facturen van 31 maart 2023 van € 40.000,00 en € 65.276,00. De rechtbank komt zodoende uit op een vergoeding van € 78.957,00.
completionnooit heeft bereikt. Het door Visotec in verband met de
completionvan haar werk gevorderde totaalbedrag van € 49.429,00 is daarmee niet opeisbaar geworden. Dit gedeelte van de vordering van Visotec moet reeds om die reden worden afgewezen. Gezien dit oordeel komt de rechtbank niet meer toe aan een bespreking van wat partijen in dit verband verder nog hebben aangevoerd.
Voor torensteiger en hoogwerker(s)levering, indien nodig om de overeenkomst na te komen, is [gedaagde sub 1] verantwoordelijk” (zie hiervoor 2.4).
KFC Trespa” zien op door [gedaagde sub 1] aan haar opgedragen (de)montagewerkzaamheden met betrekking tot eerder door Visotec aangebrachte trespa-platen. [gedaagde sub 1] heeft haar stellingen daarop niet nader onderbouwd. Bij deze stand van zaken gaat de rechtbank er dan ook van uit dat [gedaagde sub 2] alleen voor [gedaagde sub 1] verrichte werkzaamheden aan [gedaagde sub 1] heeft gefactureerd.
6.De beslissing
12 november 2025voor uitlating door [gedaagde sub 1] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
januari tot en met maart 2026direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,