Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- om 01:06 uur € 390,00,
- om 01:29 uur € 720,00,
- om 01:44 uur € 1.380,00.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek van [verzoeker] tegen Brugger Gastro GmbH. [verzoeker] heeft een vordering ingesteld in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen, waarin hij Brugger Gastro verzocht te veroordelen tot betaling van € 2.490,00 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente, en om vergoeding van proceskosten. De vordering is gebaseerd op de stelling dat de betalingen aan Brugger Gastro zijn gedaan terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde, waardoor hij niet in staat was om zijn wil te bepalen. De kantonrechter heeft de bevoegdheid van de rechtbank beoordeeld aan de hand van de Verordening Brussel I-bis en vastgesteld dat de rechtbank bevoegd was. Tevens is het toepasselijke recht vastgesteld, waarbij de kantonrechter Nederlands recht van toepassing heeft verklaard, omdat Brugger Gastro daartegen geen verweer heeft gevoerd.
De kantonrechter heeft de stellingen van [verzoeker] over misbruik van omstandigheden en onrechtmatig handelen beoordeeld. De rechter heeft geconcludeerd dat [verzoeker] niet voldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangedragen om zijn stelling te onderbouwen dat Brugger Gastro misbruik heeft gemaakt van zijn omstandigheden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de betalingen zijn verricht met de ING betaalpas van [verzoeker] en dat hij zelf zijn pincode heeft ingevoerd. De vorderingen van [verzoeker] zijn afgewezen, en hij is veroordeeld in de proceskosten van Brugger Gastro, die zijn begroot op € 475,50, te vermeerderen met de kosten van betekening. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.