Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
separaat (in de overeenkomst inzake de voor ingangsdatum huur uit te voeren werkzaamheden door partijen (realisatieovereenkomst)) een investeringsbijdrage ten behoeve van het Gehuurde[het gebouw, rb]
overeengekomen. Partijen verklaren dat er overigens geen andere incentives zijn overeengekomen anders dan die in artikel 11.25 van deze overeenkomst en die in de realisatieovereenkomst.
3.Het geschil
primair:AQS veroordeelt tot betaling van € 462.362,94, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
subsidiair:AQS veroordeelt tot betaling van de onderhoudswerkzaamheden aan (i) fan coil units van € 236.455,94 en (ii) de brandmeld- en ontruimingsinstallatie van € 98.525,00, en het verschil tussen de begroting van kosten van de werkzaamheden aan koelinstallatie in het MJOP en het Nivab en de informatie over deze kosten die AQS had ten tijde van de levering van € 39.159,-;
meer subsidiair:AQS veroordeelt tot betaling van de verdere door AMS geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
alternatief:voor recht verklaart dat de verplichting tot betaling van de onderhoudswerkzaamheden met betrekking tot de fan coil units en de brandmeld- en ontruimingsinstallatie voor zover deze zijn uitgevoerd voor de leveringsdatum van 5 juli 2023 niet zijn overgegaan op AMS en dat dit betalingsverplichtingen zijn van AQS jegens Fokker;
in alle gevallen:kosten rechtens.
(i) de huurovereenkomst de volledige rechtsverhouding omvat en er geen aanvullende afspraken zijn gemaakt;
(ii) er geen realisatieovereenkomst bestaat;
Deze garanties zijn volgens AMS onjuist. Primair vordert AMS schadevergoeding op grond van een tekortkoming van AQS, subsidiair vermindering van de koopprijs op grond van een gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst op grond van dwaling en meer subsidiair schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad door het schenden van de mededelingsplicht.