ECLI:NL:RBAMS:2025:7716

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
774856
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen in het kader van jeugdbescherming met aandacht voor wachtlijstproblematiek en handelingsverlegenheid van de gecertificeerde instelling

In deze zaak heeft de kinderrechter op 30 september 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig bedreigd wordt door de conflicten tussen hun ouders, die elkaar verwijten en niet in staat zijn om constructief samen te werken in het belang van hun kinderen. De ouders hebben een co-ouderschapssituatie, maar de communicatie en samenwerking zijn problematisch. De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om de ondertoezichtstelling te verlengen, maar de kinderrechter heeft geconstateerd dat de GI in haar aanpak te risicomijdend is geweest, waardoor kansen zijn gemist om de situatie van de kinderen te verbeteren. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd voor een periode van zes maanden, met de noodzaak voor een tussentijds toetsingsmoment. De kinderrechter heeft benadrukt dat er duidelijke doelen moeten worden gesteld voor de ontwikkeling van de kinderen en dat de ouders moeten samenwerken in het belang van hun kinderen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/774856 / JE RK 25-642
Datum uitspraak: 30 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
JEUGDBESCHERMING REGIO AMSTERDAM, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder], hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. T. Janssen, kantoorhoudende te Utrecht,
[de vader], hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 augustus 2025;
  • de zienswijze van de vader met producties, ontvangen op 25 september 2025;
  • de brief van de advocaat van de moeder met producties, ontvangen op 25 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben tot 17 augustus 2024 een relatie met elkaar gehad.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen 50/50 bij hun vader en hun moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 januari 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 9 oktober 2025.
2.5.
Bij beschikking van [geboortedatum 2] 2025 heeft de rechtbank Midden Nederland, locatie Lelystad, onder andere een zorgregeling vastgesteld waarbij sprake is van co-ouderschap. Ook zijn er tal van andere beslissingen genomen. Voor de inhoud hiervan verwijst de kinderrechter naar die beschikking. Voorts heeft de rechtbank in de beschikking aan de ouders meegegeven dat de rechtbank – net als de Raad voor de Kinderbescherming - het belangrijk vindt dat de ouders zo snel mogelijk de SCHIP-training en/of ouderschapsbemiddeling gaan volgen. Waar mogelijk moeten zij hier ook eigen middelen voor aanwenden en niet wachten op het aanstellen van een vaste gezinsmanager.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Om tussentijds een toetsingsmoment in te lassen verzoekt de GI de kinderrechter om de ondertoezichtstelling voor zes maanden te verlengen en het overige deel van het verzoek vooralsnog aan te houden.
3.2.
Als gevolg van wachtlijstproblematiek is er nog geen vaste gezinsmanager aan het gezin gekoppeld. De GI realiseert zich dat dit niet wenselijk is. Om de zaak te bespoedigen heeft de GI in het belang van de kinderen ervoor gekozen om af te wijken van haar methodiek en het gezin, zonder dat er een vaste gezinsmanager beschikbaar is en al voor dat het gezinsplan vastgesteld is, aan te melden voor hulpverlening.
3.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen, ondanks hun nog jonge leeftijd, veel mee van de
spanningen tussen hun ouders. De overdrachten tussen de ouders verlopen sinds de
betrokkenheid van de GI grotendeels naar behoren, maar de kinderen blijven klem zitten
tussen de ouders. Met name bij [minderjarige 1] wordt teruggezien dat hij de situatie tussen zijn ouders lastig vindt en goed realiseert dat hij nu opgroeit binnen twee huishoudens. De ouders doen allebei hun best om de kinderen emotionele toestemming te geven de andere ouder te zien en lief te hebben, maar slagen hier momenteel onvoldoende in, omdat de ouders wrok blijven koesteren richting elkaar. Het blijft een grote zorg dat het de ouders zelfstandig niet lukt om het met elkaar eens te worden over zaken waar zij allebei toestemming voor moeten geven, zoals een vakantie, inschrijving bij een kinderdagverblijf of sportclub.
3.4.
De ouders laten blijken gemotiveerd te zijn om hulpverlening aan te gaan die gericht is op het gedeelde ouderschap en de aanwezige ex-partner problematiek. Echter ligt de hulpvraag van de ouders aangaande een dergelijk traject uiteen. Gezien wordt dat de ouders nu enige tijd corresponderen over het zelfstandig doen van een aanmelding voor een ouderschapstraject, maar dat de ouders hier tot op heden niet uit komen. De moeder wenst toe te werken naar een solo parallel ouderschap en de vader wenst toe te werken naar een regulier co-ouderschap. De GI heeft de ouders op 1 augustus 2025 aangemeld voor een traject gericht op het gedeelde ouderschap. De hulpverleningsorganisatie, in dit geval Levvel, zal tijdens de intakefase bepalen welke vorm van gedeeld ouderschap het meeste passend is voor de ouders en zal daarbij ook de nodige hulpverlening voor de kinderen inzetten.
3.5.
Gezien het feit dat de hulpvraag en de visie van ouders op hun gedeelde ouderschap uiteen ligt, ziet de GI risico's in het afnemen van motivatie en medewerking op het moment dat er niet langer sprake is van een gedwongen kader. De GI acht het volgen en afronden van een hulpverleningstraject als noodzakelijk om te de gestelde doelen te kunnen behalen.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling gepersisteerd bij het verzoek onder verwijzing naar het verzoekschrift en aanvullend nog verklaard dat Levvel de aanmelding gescreend heeft en dat het nog vier maanden duurt voordat er gestart kan worden met het ouderschapstraject. In dit traject staan de kinderen ook centraal en derhalve wordt ook bekeken wat de kinderen aan hulpverlening nodig hebben. Er is nog geen zicht op het toewijzen van een vaste gezinsmanager aan het gezin. De medewerkers verbonden aan de monitorlijst hebben geen invloed op de prioritering. Deze wordt bepaald door de leiding en de gedragsdeskundigen. Op dit moment staan zestig gezinnen op de monitorlijst. De GI heeft de ingediende stukken van de vader gelezen en snapt zijn standpunt en zorgen. Maar vooralsnog is het wachten op de start van het ouderschapstraject en wordt er alleen meegekeken op de communicatie tussen de ouders. Over geschillen tussen de ouders met betrekking tot bijvoorbeeld de aanmelding van de crèche wordt de regie niet gepakt. Alleen als de veiligheid van de kinderen in het geding is wordt er geacteerd.
4.2.
De vader heeft aangevoerd dat hij op zich achter de verlenging van de ondertoezichtstelling staat, maar dan moet de GI wel bijgestuurd worden. Een ondertoezichtstelling is er niet voor om mailcontact tussen de ouders te monitoren. Het gaat erom om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen af te wenden. Het is dan ook zorgwekkend dat het bij de GI nog nooit over de kinderen is gegaan, zij hebben ook geen idee hoe het met hen gaat. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in zijn raadsrapport ernstige zorgen geuit ten aanzien van vier cruciale elementen. In het nu onderhavige verzoekschrift van de GI worden deze elementen totaal genegeerd. In het verzoekschrift staat wel dat het beter gaat, maar dat gaat het niet ten aanzien van de vier cruciale elementen. De zorgen van de vader over de online campagne van de moeder waarin zij de vader wegzet als psychopaat worden door de GI helemaal terzijde geschoven. Alsof dat de kinderen niet raakt. De vader hoopt dan ook dat de kinderrechter de GI een aanwijzing geeft dat de GI haar taak niet goed opvat en dat zij hun werk niet goed doen. Er wordt nergens de regie gepakt en de kinderen worden niet beschermd. Er zijn signalen dat het slechter gaat met de kinderen. De vader ziet dan ook geen enkel perspectief op verbetering als dit zo door kan blijven gaan. Als Levvel start is het januari 2026, dat duurt nog heel lang. De vader zou graag zien dat de Raad voor de Kinderbescherming weer onderzoek gaat doen.
4.3.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat zij en de vader heel verschillend denken over de situatie. De moeder stelt zich op het standpunt dat het goed met de kinderen gaat en dat zij zich goed ontwikkelen. Hoewel er “kleine rode vlaggetjes” zijn, zijn er volgens de moeder geen urgente veiligheidsredenen om te denken dat er iets moet gebeuren. Een jaar geleden was dat wel anders. De moeder hoopt dat de vader zich minder druk gaat maken en haar minder controleert, zodat hij in de toekomst meer tijd voor de kinderen heeft. De moeder vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor haar bescherming wel veilig en stemt er daarom mee in. Het contact met de GI heeft de moeder als verfrissend ervaren, een neutrale blik op de situatie. De vader uit alleen maar dat hij niet tevreden over hen is. De moeder begrijpt de ophef die de vader maakt over haar tiktok-account niet. De filmpjes gaan niet over hem. Ook de andere beschuldigingen van de vader over de moeder herkent de moeder niet. Naar de kinderen toe vindt de moeder de beschuldigingen ook niet goed.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de kinderen nog altijd klem zitten tussen hun vader en hun moeder. De moeder en de vader zitten in een strijd met elkaar en maken elkaar over en weer verwijten. Duidelijk is dat de ouders in volstrekt andere werkelijkheden zitten. Dit hardnekkige patroon in de dynamiek tussen de ouders, dat ook ter zitting duidelijk naar voren kwam, is voor de ontwikkeling van de kinderen schadelijk. De kinderen hebben het nodig om te ervaren dat hun ouders, de twee mensen die hen het leven doorgegeven hebben, de moeite nemen om – zeker als ze niet meer bij elkaar zijn – in samenwerking met elkaar hun ouderschap constructief vorm te geven, afspraken na te komen en er samen voor hen zijn, omdat dit bijdraagt aan hun gevoel van veiligheid en geborgenheid.
5.3.
In het rapport van de van de Raad voor de Kinderbescherming van vorig jaar dat aan de ondertoezichtstelling ten grondslag lag, kwamen ernstige zorgen naar voren. In de beschikking van januari jl. heeft de kinderrechter benadrukt dat er snel stappen gezet moeten worden en dat er een duidelijk traject moet komen met betrekking tot de benodigde hulpverlening en ondersteuning voor de moeder, de vader en de kinderen. Dit traject moet onder strakke regie van de GI worden begeleid en gemonitord. De kinderrechter constateert dat er van dit alles niks terecht is gekomen en stelt vast dat de situatie voor de kinderen niet verbeterd is. Het is heel spijtig en zorgelijk dat er – bijna tien maanden na het uitspreken van de ondertoezichtstelling - nog geen vaste gezinsmanager is aangesteld en dat er zelfs geen zicht is op het aanstellen hiervan. De kinderrechter heeft geen zeggingsmacht over de GI inzake het toewijzen van vaste gezinsmanagers, ook heeft hij geen invloed op de wachtlijst bij Levvel en een nieuw onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming zal niets extra’s brengen, omdat de Raad erop zal uitkomen dat er een GI moet komen die de regie pakt. Wel wil de kinderrechter hier benadrukken dat de situatie van de kinderen op de kortst mogelijk termijn regie behoeft.
5.4.
Daarnaast wil de kinderrechter aan de GI meegeven om hun beleid, om te wachten met het inzetten en benaderen van hulpverlening totdat er een vaste gezinsmanager en gezinsplan is, nader te bekijken. De GI heeft er in deze zaak weliswaar voor gekozen om van dat beleid af te stappen, maar de kinderrechter is van oordeel dat dit, ook gelet op de uitspraak van de rechtbank Midden Nederland, eerder had gekund. Hierdoor zijn mogelijkheden onbenut gebleven. In de ‘monitorfase’ zou meer mogelijk moeten zijn dan er tot nog toe is ondernomen. Te risicomijdend gedrag werkt handelingsverlegenheid in de hand en dat lijkt hier te zijn gebeurd. Duidelijk is dat deze verlegenheid de situatie geen goed gedaan heeft, waardoor het traject zeer waarschijnlijk langer gaat duren dan in feite nodig is. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben deze tijd niet.
5.5.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders het niet eens zijn over de zorgen en de te volgen route om hun ouderschap gezamenlijk vorm te geven.
5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Om een vinger aan de pols te houden zal de kinderrechter een tussentijds toetsingsmoment ingelasten. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom voor de duur van een half jaar onder aanhouding van het overige deel van het verzoek. Tijdens de volgende mondelinge behandeling zal er informatie over in elk geval de navolgende doelen beschikbaar moeten zijn.
5.7.
De doelen waaraan in ieder geval gewerkt moet worden om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen af te wenden:
- de kinderen blijven zich positief en passend bij hun leeftijd/mogelijkheden
ontwikkelen (sociaal- emotioneel, gedrag, ontwikkelingstaken) en worden daartoe voldoende en passend gestimuleerd;
- de moeder en de vader laten zich niet negatief uit over elkaar in het bijzijn van de kinderen en belasten de kinderen niet met volwassen problematiek;
- de kinderen hebben positief en onbelast contact met beide ouders en ervaren
dat ze van beide ouders mogen houden en het bij beide ouders fijn mogen
hebben;
- de moeder en de vader werken in het belang van de kinderen samen in het gedeeld ouderschap;
- er zijn duidelijke, vaste afspraken over de zorgregeling waar de moeder en de vader zich aan houden;
- de moeder en de vader zetten zich in om de overdracht zonder spanning plaats te laten vinden;
- de draagkracht en draaglast van beide ouders is in balans.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 9 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
bepaalt dat de behandeling van het overige deel van het verzoek van de verlenging machtiging tot uithuisplaatsing wordt voortgezet op
een zitting voor 9 april 2026;
6.4.
bepaalt dat de GI uiterlijk twee weken voor de nog in te plannen zittingsdatum de rechtbank van een schriftelijke update voorziet met daarin in ieder geval informatie over de doelen van de ondertoezichtstelling;
6.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025 door mr. J.W.B. Snijders Blok, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N. Nauta als griffier, en op schrift gesteld op 16 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.