ECLI:NL:RBAMS:2025:7719

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/13/756666 / HA ZA 24-1031 en C/13/765975 HA ZA 25-834
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake betalingsvorderingen en vrijwaring met betrekking tot zonnepark en beveiligingssysteem

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen Solora B.V. en Sun Invest 1 B.V. over betalingsvorderingen en een vrijwaringszaak. Solora vordert betaling van facturen voor herstelwerkzaamheden aan een zonnepark, terwijl Sun Invest zich beroept op verrekening en opschorting van betalingen vanwege vermeende tekortkomingen van Solora in de uitvoering van een onderhoudsovereenkomst. De rechtbank oordeelt dat Sun Invest gehouden is de facturen te betalen, omdat het beroep op verrekening en opschorting niet voldoende is onderbouwd. In de vrijwaringszaak vordert Sun Invest dat Klimaatfonds, als asset manager, aansprakelijk wordt gesteld voor de schade die Sun Invest heeft geleden. De rechtbank wijst deze vordering af, omdat er geen rechtsverhouding bestaat die Klimaatfonds verplicht om de kosten te dragen. De rechtbank legt de proceskosten ten laste van Sun Invest, die in het ongelijk is gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 15 oktober 2025
in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/756666 / HA ZA 24-1031 van
SOLORA B.V.,
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: Solora,
advocaat: mr. R.A.M.D. Smit,
tegen
SUN INVEST 1 B.V.,
te Veldhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Sun Invest,
advocaat: mr. J. Schröder,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/765975 HA ZA 25-834 van
SUN INVEST 1 B.V.,
te Veldhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: Sun Invest,
advocaat: mr. J. Schröder,
tegen
TALL OAK CAPITAL B.V.h.o.d.n. Klimaatfonds Nederland
,
te Vreeland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Klimaatfonds,
advocaat: mr. R.J.T. Kamstra.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
in de hoofdzaak
- het vonnis in incident van 22 januari 2025 met daarin genoemde processtukken,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 9 april 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
in de vrijwaringszaak
- de dagvaarding van 4 maart 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 28 mei 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
in alle zaken
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025 en daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

2.1.
Sun Invest is eigenaar van zonnepark Leeksterveld (hierna: de PV Plant) en zonnepark Leek Oostindie. Ecorus Projects B.V. (hierna: Ecorus) heeft de PV Plant en het bijbehorende beveiligingssysteem gebouwd.
2.2.
Solora is op 12 april 2019 door contractovername van Ecorus partij geworden bij een Operation and Maintenance Agreement met Sun Invest (hierna: de O&M overeenkomst). Op grond van de O&M overeenkomst verricht Solora onderhoudswerkzaamheden aan de PV Plant en zonnepark Leek Oostindie. Hiervoor moet Sun Invest aan Solora periodiek een vergoeding betalen (hierna: de periodieke vergoeding).
2.3.
In de O&M overeenkomst staat dat Solora verantwoordelijk is voor 24-uurs beveiligingstoezicht van de PV Plant zodat wordt voldaan aan de verzekeringsvoorwaarden. De beveiliging van de PV Plant is door Ecorus opgedragen aan MPL Alarm & Communicatie Centrale B.V. (hierna (MPL) en dit is na de contractovername door Solora voortgezet.
2.4.
Klimaatfonds is een asset manager en beheert de PV Plant op grond van een Asset Management Agreement (hierna: de AMA). Sun Invest heeft aan Klimaatfonds een volmacht verstrekt (hierna: de PoA) op basis waarvan Klimaatfonds namens Sun Invest – onder meer en samengevat – (rechts)handelingen kan verrichten die nodig zijn in het kader van het beheer van de PV Plant.
2.5.
In oktober 2019 is een CCTV System Commissioning Report opgesteld door Inaccess waarin de werking van het beveiligingssysteem van de PV Plant is beschreven. Dit rapport is met de verzekeraar gedeeld. In een e-mail van 12 december 2019 van Klimaatfonds aan Ecorus staat dat de verzekeraar heeft bericht dat dit rapport acceptabel is en dat het beveiligingssysteem voldoet indien camera 8 naar een hoogte van 3 meter wordt gebracht. In een e-mail van Ecorus van 19 maart 2020 is bevestigd dat camera 8 naar de juiste hoogte is gebracht.
2.6.
Bij e-mail van 20 oktober 2021 heeft Klimaatfonds aan Ecorus bericht – met een kopie aan Solora – dat de beveiliging van de PV Plant niet in orde is, omdat personen die het terrein betreden niet worden gedetecteerd door het beveiligingssysteem en daarover vragen gesteld. Vervolgens zijn er (onder garantie) niet (goed) functionerende camera’s vervangen.
2.7.
In januari 2022 heeft Klimaatfonds de PV Plant opnieuw bezocht. Klimaatfonds heeft daarover vragen gesteld aan Solora. Klimaatfonds heeft vervolgens veel contact gehad met onder andere Solora en naar aanleiding van een opgestelde rapportage aanvullende vragen gesteld. In het in dit verband op 7 september 2022 door Quiverté beveiligingen (hierna: Quiverté) – de installateur van het beveiligingssysteem van de PV Plant – opgestelde rapport staat, onder meer:
“Rondom het terrein staan op alle hoeken cameramasten met elk 2/3 camera’s. Het is de bedoeling dat deze de omtrek van het veld bewaken. Doordat er regelmatig dieren langs/door deze randen lopen is de gevoeligheid van de aanwezige camera’s waarschijnlijk vrij laag afgesteld. (hoge alarmdrempel) De toegangswegen en ook gedeeltes van de omtrek zijn daardoor eigenlijk onbewaakt. Ook de onderlinge afstanden tussen de camera palen zijn veel te groot om een betrouwbare omtrek detectie te krijgen. Bij binnenkomst (lopend of met auto’s) door het hekwerk en op de verharde wegen blijkt er geen detectie melding te zijn. ’s Avonds en ’s nachts zijn er door dieren juist veel loze meldingen.
De zuidzijde van het terrein en gedeeltelijk noordzijde is niet van een hekwerk voorzien. Daar zijn alleen slootjes. Over deze sloten springen regelmatig herten, reeën en hazen etc. Normaal zijn (met omtrekt bewaakte) zonneparken geheel omhekt om dieren op het terrein te voorkomen.
Tevens zijn de palen van de toegangshekken al zover uitgezakt dat daardoor ook het toegangshek evenals het hek verderop in een weiland eenvoudig zonder sleutel te openen is.”
Quiverté adviseert detectie van het openen van het toegangshek en bewegingen op de verharde wegen in het park te realiseren.
2.8.
Bij e-mail van 22 september 2022 heeft Solora bevindingen van MPL aan Klimaatfonds gestuurd. Hierin staat;
“Het punt blijft echter, ook na het advies van de installateur dat de locatie op dit moment, niet goed genoeg (tegen redelijk lage kosten in ieder geval), kan worden beveiligd ten opzichte van de harde eisen vanuit de verzekeraar zoals gesteld door Klimaatfonds. Het probleem zit hem vooral in het feit dat men spreekt over volledige beveiliging rondom het park (wat al niet mogelijk is vanwege het aangrenzende weiland + alleen natuurlijke afscherming door een sloot), waardoor het park veelvuldig last heeft van herten, vossen en andere dieren. Daarnaast is het park dermate groot dat de huidige camera’s en hun posities verre van afdoende zijn om de gehele omtrek van het park goed en beveilingstechnisch afdoende in beeld te brengen c.q. te kunnen alarmeren bij problemen.”
In deze e-mail vraagt Solora aan Klimaatfonds haar te laten weten als zij wil dat Solora hierop verder actie onderneemt.
2.9.
Klimaatfonds heeft in die periode veelvuldig contact met Ecorus, de partij die verantwoordelijk is voor het ontwerp en de bouw van het beveiligingssysteem van de PV Plant. Op 21 oktober 2022 heeft Ecorus aan Klimaatfonds een plan van aanpak gestuurd, waarvan onderdeel is dat Solora een rapportage zal laten opstellen met betrekking tot de afstelling van de camera’s zodat klein wild niet meer wordt gedetecteerd, een situatieschets van zichtlijnen van de camera’s in de huidige en mogelijke toekomstige situatie, het ontbreken van detectie van binnenkomende auto’s en een analyse te maken van wat daarin kan, wat niet en waarom niet.
2.10.
In een op verzoek van Solora in januari 2023 opgesteld rapport van Prelbe naar het beveiligingssysteem van de PV Plant staat:
“over een periode van 354 gemeten dagen, komen van dit zonnepark gemiddeld per dag 63 alarmmeldingen bij de meldkamer binnen. In 2022 zijn ongeveer 20.000 meldingen door de meldkamer verwerkt.
(…)
Zaken die niet voldoen, zijn:
-
de masten zijn te kort, waardoor camera’s beneden de gestelde hoogte boven de grond zijn gemonteerd;
-
camera’s en daarmee de detectie, dekken niet ononderbroken de grenzen rondom;
(…)
-
enkele camera’s dienen vervangen te worden, omdat ze geen scherp beeld geven;
-
de terreinen zijn niet volledig omheind;
-
afscherming van de onderkant van het hekwerk kan op sommige plekken beter;
-
sabotagemelding op de apparatuur is niet aanwezig;
(…)
Om (…) zonnepark (…) te laten voldoen aan de eisen van de verzekeraar zullen aanpassingen gedaan moeten worden.”
2.11.
Op 31 januari 2023 stuurt Klimaatfonds een email naar Solora en Ecorus om een bespreking te plannen over het rapport van Prelbe. Hierin staat:
“Graag wil ik nogmaals benadrukken dat we zsm de oorzaak 100% helder moeten hebben en we echt direct de herstelwerkzaamheden in plannen. Momenteel wordt het niet volgens contract onderhouden en blijk er in de aanleg het eea niet te hebben gedeugd, dit is de verantwoordelijkheid van zowel Ecorus als Solora. (…) Ik wil benadrukken dat [Klimaatfonds] geen verantwoordelijkheid kan dragen voor dit niet volgens de verzekeringseisen werkende systeem.”
2.12.
In de nacht van 3 op 4 april 2023 is een aanzienlijke hoeveelheid koperen bedrading van de PV Plant gestolen, waardoor de PV Plant niet meer functioneerde. In die nacht functioneerde de camera die gericht was op het punt waar de dieven zij binnengekomen, niet. In die nacht zijn 46 alarmmeldingen bij MPL binnengekomen. Hierop is geen fysieke inspectie gevolgd.
2.13.
Solora heeft twee offertes uitgebracht voor het herstellen van de PV Plant. Bij e-mail van 7 juni 2023 heeft Klimaatfonds aan Solora geschreven:
“Zoals we de afgelopen dagen telefonisch hebben besproken zijn er een aantal toevoegingen / aanpassingen die niet in de getekende offerte zijn verwerkt, maar die we wel zijn overeengekomen. (…) Jullie zullen het park in originele staat terugbrengen, waarbij geknipte kabels over de gehele lengte zullen worden vervangen t.o.v. het werken met connectoren.”
2.14.
De volgende dag heeft Solora geantwoord:
‘Akkoord op het onderstaande, inclusief de toegevoegde punten’.
2.15.
Solora heeft bij het herstellen van de PV Plant gebruikt gemaakt van connectoren en niet de gehele kabels vervangen.
2.16.
Op 27 juni 2023 heeft Sun Invest Solora aansprakelijk gesteld voor de schade aan de PV Plant als gevolg van de diefstal. Solora heeft bij e-mail van 10 juli 2023 de aansprakelijkheid afgewezen.
2.17.
Bij e-mail van 13 juli 2023 heeft Sun Invest ook aangekondigd al haar betalingsverplichtingen jegens Solora op te schorten. Bij e-mail van 4 augustus 2023 heeft Sun Invest bevestigd dat zij de herstelfacturen niet zal betalen.
2.18.
Op of omstreeks 11 juni 2024 heeft de verzekeraar het volgende geschreven:
‘We hebben de toelichting doorgenomen. Nog steeds staat vast dat:
• De beveiligingsinstallatie tijdens de diefstal niet goed functioneerde
Er geen fysieke inspectie is geweest na de vele meldingen die binnenkwamen bij het bewakingsbedrijf.
Ons standpunt blijft gelijk aan dat wat we op 23 oktober 2023 aan jullie
hebben verzonden. De toelichting van verzekerde maakt dat niet anders.’
2.19.
Solora heeft Sun Invest gesommeerd de vervallen herstelfacturen te voldoen en te bevestigen dat zij de overige herstelfacturen ook zal betalen. Solora heeft haar werkzaamheden uit de O&M overeenkomst opgeschort per 24 mei 2024 totdat Sun Invest aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan.
2.20.
Solora heeft aan Sun Invest de volgende facturen gestuurd:
  • facturen voor de herstelwerkzaamheden voor in totaal € 229.456,19;
  • drie facturen voor de periodieke vergoedingen voor haar werkzaamheden op grond van de O&M overeenkomst voor in totaal € 79.370,07;
  • een factuur voor het vervangen van een beveiligingscamera van € 2.238,50.
De betaaltermijnen van deze facturen zijn verstreken en Sun Invest heeft deze facturen onbetaald gelaten.

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
Solora vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Sun Invest veroordeelt tot betaling van € 311.073,76, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen,
II. Sun Invest veroordeelt tot betaling van € 3.330,37 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
III. Sun Invest te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Solora legt nakoming aan haar vordering ten grondslag. Solora heeft facturen gestuurd voor de herstelwerkzaamheden die zij heeft uitgevoerd, haar werkzaamheden op basis van de O&M overeenkomst en voor het vervangen van een beveiligingscamera. De betaaltermijn van deze facturen is verstreken en Sun Invest verkeert in verzuim.
3.3.
Sun Invest voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Solora heeft onrechtmatig jegens Sun Invest gehandeld doordat zij een gevaarzettende situatie heeft veroorzaakt. Die situatie bestaat eruit dat een van de camera’s van het beveiligingssysteem zwart beeld gaf in de nacht van de diefstal. Dit heeft ertoe geleid dat de verzekeraar geen dekking heeft verleend. Daardoor heeft Sun Invest schade geleden die onder meer bestaat uit opbrengstverliezen van de PV Plant en de herstelkosten. Sun Invest kan daarom een beroep doen op opschorting en verrekening.
in de vrijwaringszaak
3.4.
Sun Invest vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Klimaatfonds veroordeelt tot betaling van al hetgeen waartoe Sun Invest
in de hoofdprocedure wordt veroordeeld;
II. Klimaatfonds veroordeelt tot betaling van € 3.330,37 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. Klimaatfonds veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
3.5.
Sun Invest legt, na beperking van de grondslag ter zitting, het volgende aan haar vordering ten grondslag. Klimaatfonds heeft onrechtmatig gehandeld door een gevaarzettende situatie te laten voortbestaan. Daardoor heeft de diefstal kunnen plaatsvinden en heeft Sun Invest schade geleden. Klimaatfonds is daarom gehouden te betalen waartoe Sun Invest in de hoofdprocedure wordt veroordeeld.
3.6.
Klimaatfonds voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Zij stelt voorop – samengevat - dat er geen rechtsverhouding met Sun Invest bestaat op grond waarvan Klimaatfonds zou moeten bijdragen aan de kosten van Solora. Daarnaast heeft Klimaatfonds niets verkeerd gedaan, van onrechtmatig handelen is geen sprake. Zij is nodeloos in rechte betrokken en bovendien heeft Sun Invest in strijd gehandeld met artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering door de feitelijk gang van zaken onjuist aan de rechtbank te presenteren. Een veroordeling van Sun Invest in de werkelijke proceskosten van Klimaatfonds is daarom op zijn plaats.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in de hoofdzaak
Het beroep op verrekening faalt
4.1.
Solora vordert betaling van een aantal facturen. Sun Invest betwist op zichzelf niet dat zij deze facturen moet betalen, maar zij beroept zich op verrekening met een vordering die zij op Solora meent te hebben. De rechtbank passeert het verrekeningsverweer van Sun Invest. Daartoe is het volgende redengevend.
4.2.
Artikel 6:136 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de rechter een vordering kan toewijzen ondanks een beroep van de gedaagde op verrekening, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering voor het overige voor toewijzing vatbaar is. Die situatie doet zich in deze zaak voor. Sun Invest meent dat zij een vordering heeft op Solora, omdat Solora tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de O&M overeenkomst en de verzekeraar daarom de schade aan de PV Plant als gevolg van de diefstal niet vergoed. Solora en Sun Invest zijn het niet over eens hoe de O&M overeenkomst moet worden uitgelegd; zij verschillen van mening wat de reikwijdte is van de werkzaamheden van Solora. Verder twisten partijen over vraag of sprake is geweest van een beveiligingsprobleem door toedoen van Solora of een beveiligingsprobleem dat al vanaf oplevering door Ecorus bestaat. Daarnaast zijn zij het niet eens over het oorzakelijk verband tussen de diefstal en de door Sun Invest gestelde schade. Dit houdt verband met de vraag of de verzekeraar wél zou hebben uitgekeerd als die ene camera had gewerkt. Dit is gesteld door Sun Invest en wordt door Solora betwist. Over deze geschilpunten moet eerst duidelijkheid komen voordat kan worden vastgesteld wat de verplichtingen van Solora uit hoofde van de O&M overeenkomst precies inhielden, of zij tekort is geschoten in het nakomen daarvan en, zo ja, of de door Sun Invest gestelde schade daarmee in een oorzakelijk verband staat. Dit betekent dat zonder nader onderzoek en bewijslevering niet kan worden aangenomen dat Sun Invest een opeisbare, voor verrekening vatbare vordering op Solora heeft. De rechtbank kan dus niet eenvoudig vaststellen of het verrekeningsverweer van Sun Invest gegrond is. De conclusie is dat het beroep op verrekening faalt.
Het beroep op opschorting faalt
herstelfacturen
4.3.
Het beroep op opschorting ten aanzien van de herstelfacturen faalt. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
4.4.
Solora heeft een offerte uitgebracht voor het uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan de PV Plant met gebruikmaking van connectoren. Uit de e-mails van 7 en 8 juni 2023 (zie 2.13 en 2.14) volgt dat partijen kort na het uitbrengen van de offerte zijn overeengekomen dat Solora geen gebruik maakt van connectoren, maar in plaats daarvan de PV Plant in originele staat terugbrengt en de geknipte kabels over de gehele lengte vervangt. Desalniettemin heeft Solora de geknipte kabels niet over de gehele lengte vervangen en in plaats daarvan de kabels aan elkaar gemaakt met connectoren. Dat betekent dat Solora niet heeft gedaan wat partijen zijn overeengekomen en geen sprake is van perfecte nakoming. Dit legitimeert in beginsel een beroep op opschorting van haar verplichting om de facturen voor die herstelwerkzaamheden te betalen (artikel 6:52 BW).
4.5.
In dit geval is het echter niet proportioneel dat Sun Invest de betaling van de herstelfacturen opschort. Sun Invest heeft betoogd dat de connectoren een zwak punt zijn en dat deze sneller kapot gaan dan wanneer de gehele kabel wordt vervangen. Ook zou het gebruik van connectoren leiden tot veiligheidsrisico’s en minder opbrengst van de zonnepanelen. Sun Invest heeft op zitting echter verklaard dat de connectoren tot op heden – ruim een jaar na het uitvoeren van herstelwerkzaamheden – nog niet kapot zijn gegaan. Zij heeft niet concreet gemaakt dat de zonnepanelen door het gebruik van connectoren daadwerkelijk minder hebben opgebracht, hetgeen door Solora is betwist. Evenmin heeft Sun Invest de door haar gestelde veiligheidsrisico’s concreet gemaakt. Het gaat dus enkel om het risico dat de connectoren minder goed functioneren in de toekomst. Dat risico heeft zich (nog) niet verwezenlijkt en daarbij komt dat Solora garantie heeft gegeven op de herstelwerkzaamheden. Als een vermeend risico daadwerkelijk intreedt, kan zij Solora daarvoor dus aanspreken.
4.6.
Mede gelet op het belang van Solora bij betaling van herstelfacturen – zij heeft de werkzaamheden al meer dan een jaar geleden uitgevoerd, daarvoor veel kosten moeten maken en de openstaande facturen hoog zijn, namelijk ruim drieënhalf keer de jaarlijkse vergoeding die Solora ontvangt op basis van de O&M overeenkomst – is deze opschorting niet te rechtvaardigen. Dat betekent dat Sun Invest de facturen voor de herstelwerkzaamheden aan Solora moet betalen.
O&M facturen
4.7.
Ook het beroep op opschorting ten aanzien van de O&M facturen faalt. Volgens vaste rechtspraak ligt het op de weg van degene die zich op het opschortingsrecht beroept zijn gestelde tegenvordering en de omvang daarvan voldoende te onderbouwen, ook in het licht van wat zijn wederpartij daarover aanvoert. De rechtbank zal daarna moeten onderzoeken of de gestelde tegenvordering bestaat en of de omvang daarvan voldoende is om het beroep op een opschortingsrecht te kunnen rechtvaardigen. Als er nog bewijslevering moet plaatsvinden of een afzonderlijke procedure moet volgen (zoals hier het geval is, zie 4.2) staat de (omvang van) de tegenvordering van Sun Invest nog niet vast. In die gevallen zal de rechtbank bij de beoordeling of de opschorting gerechtvaardigd is, mogen volstaan met een voorshands oordeel over (de omvang van) die tegenvordering. [1]
4.8.
De rechtbank is voorshands van oordeel dat Sun Invest geen tegenvordering op Solora heeft, omdat de causaliteit tussen de gestelde tekortkoming of onrechtmatige daad van Solora enerzijds en de gestelde schade anderzijds onvoldoende aannemelijk is. Daartoe geldt het volgende.
4.9.
Sun Invest heeft op zitting het standpunt ingenomen dat de diefstal van de koperen bedrading van de PV Plant niet te voorkomen was, maar dat de schade als gevolg van de diefstal verzekerd zou zijn als Solora anders had gehandeld. Volgens Sun Invest heeft de verzekeraar de schade niet uitgekeerd, omdat camerabeelden van de diefstal ontbreken. De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten draagt de bewijslast van die feiten of rechten. Sun Invest draagt dus de stelplicht en bewijslast van haar stelling dat de verzekeraar de schade aan de PV Plant had vergoed als zij camerabeelden van de diefstal kon overleggen. Solora heeft dat betwist. Volgens haar voldeed de PV Plant vanaf de oplevering daarvan door Ecorus niet aan de verzekeringsvoorwaarden en keert de verzekeraar – ongeacht de aanwezigheid van camerabeelden – daarom niet uit. Daarbij heeft Solora gewezen op een aantal rapporten (zie 2.7 en 2.10) waaruit kan worden afgeleid dat het beveiligingssysteem van de PV Plant in de aanleg al niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden.
4.10.
Gelet op deze betwisting heeft Sun Invest haar standpunt onvoldoende onderbouwd. Uit de e-mail van de verzekeraar blijkt ook niet dat zij wel tot uitkering over zou zijn gegaan als camerabeelden van de diefstal worden overgelegd. De verzekeraar heeft namelijk geschreven dat zij de schade niet vergoed, omdat de beveiliging van de PV Plant niet op orde is (en geen fysieke inspectie heeft plaatsgevonden na vele beveiligingsmeldingen), zie 2.18. Ook de mededeling van Klimaatfonds aan Ecorus dat de verzekeraar de beveiliging op basis van het Inaccess rapport heeft geaccepteerd (zie 2.5) is niet voldoende. Uit de nadien opgestelde rapporten en de enorme hoeveelheid valse alarmmeldingen die redelijkerwijs niet allemaal op te volgen waren door een fysieke inspectie van de PV Plant, kan worden opgemaakt dat het beveiligingssysteem van de PV Plant in de praktijk niet kon voldoen aan wat de verzekeraar daarvan zou verwachten. In dit licht is de toelichting van Sun Invest dat een verzekeraar de schade als gevolg van diefstal aan een ander zonnepark wel heeft vergoed omdat beveiligingsbeelden beschikbaar waren, eveneens onvoldoende om het standpunt van Sun Invest te onderbouwen. Onduidelijk is of die verzekeraar ook de verzekeraar van de PV Plant is en verder is niet gebleken dat bij dat zonnepark de beveiliging (in dezelfde mate) niet op orde was.
4.11.
Dat betekent dat het causaal verband tussen de gestelde tekortkoming althans onrechtmatige daad van Solora en de gestelde schade die bestaat uit de door de verzekeraar niet vergoede schade van de diefstal voorshands onvoldoende vaststaat. Dit maakt dat ook de veronderstelde tegenvordering van Sun Invest, net als de omvang daarvan, voorshands onvoldoende vaststaat om opschorting te rechtvaardigen. Daarom wijst de rechtbank het beroep op opschorting van Sun Invest af.
conclusie en proceskosten
4.12.
De conclusie van het voorgaande is dat Sun Invest gehouden is om de facturen zoals weergegeven onder 2.20 te betalen.
4.13.
Solora vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 3.330,37 worden toegewezen. Sun Invest heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente, zodat deze ook toewijsbaar is.
4.14.
Sun Invest is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Solora worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,12
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
5.428,00
(2 punten × € 2.714,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.338,12
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in de vrijwaringszaak
4.16.
De rechtbank stelt voorop dat een vrijwaring slechts slaagt wanneer de waarborg (in dit geval Klimaatfonds) krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde (in dit geval Sun Invest) verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. [2] In de hoofdzaak wordt Sun Invest veroordeeld tot betaling van de herstelfacturen, facturen voor de werkzaamheden van Solora op grond van de O&M overeenkomst en een factuur voor het vervangen van een beveiligingscamera. Er moet dus sprake zijn van een rechtsverhouding tussen Sun Invest en Klimaatfonds op grond waarvan Klimaatfonds deze kosten moet dragen.
4.17.
Sun Invest stelt dat zij schade heeft geleden doordat Klimaatfonds niet heeft gehandeld zoals het in het maatschappelijk verkeer betaamt en daardoor een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Die schade bestaat volgens Sun Invest uit misgelopen verzekeringsuitkering voor productieverliezen, de betaalde facturen op grond van de O&M overeenkomst en op grond van de AMA/PoA en de verzekeringskosten, schade doordat bij de herstelwerkzaamheden connectoren zijn gebruikt en kosten voor mensuren in verband met het geschil.
4.18.
De rechtbank wijst de vorderingen in de vrijwaringszaak af. Daartoe overweegt zij als volgt.
4.19.
Op grond van de O&M overeenkomst is Sun Invest aan Solora voor haar werkzaamheden de periodieke vergoeding verschuldigd. Sun Invest heeft onvoldoende gemotiveerd waarom Klimaatfonds op grond van een onrechtmatige daad in haar relatie tot Sun Invest gehouden zou zijn om deze contractuele betaling te voldoen, hetgeen door Klimaatfonds is betwist. Het verband tussen de gestelde onrechtmatige daad – kort gezegd: niet (adequaat) handelen om een gevaarzettende situatie te beëindigen – en de verplichting van Sun Invest om op basis van de met Solora gesloten O&M overeenkomst een periodieke vergoeding voor geleverde diensten te betalen, is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet te begrijpen.
De rechtbank kan uit de stellingen van Sun Invest ook overigens niet afleiden dat Klimaatfonds als waarborg van Sun Invest moet worden aangemerkt ten aanzien van de uit de O&M overeenkomst jegens Solora voortvloeiende verplichtingen en van een vrijwaringsgrond is dus niet gebleken.
4.20.
Ten aanzien van de herstelfacturen stelt Sun Invest dat het handelen/nalaten van Klimaatfonds de diefstal en onverzekerde schade mogelijk heeft gemaakt, waardoor Sun Invest herstelwerkzaamheden heeft moeten laten uitvoeren en productieverlies heeft geleden. De rechtbank begrijpt naar aanleiding van de toelichting op zitting dat Sun Invest bedoelt dat de herstelwerkzaamheden hebben geleid tot schade, omdat dat verzekeraar deze kosten niet heeft vergoed en dat die schade niet zou zijn ontstaan als Klimaatfonds geen onrechtmatige daad had begaan. De onrechtmatige daad bestaat er volgens Sun Invest uit dat Klimaatfonds niet proactief heeft gehandeld ten aanzien van de beveiligingsproblemen bij de PV Plant en deze niet heeft verholpen. De rechtbank volgt Sun Invest hierin niet. Ter toelichting geldt het volgende.
4.21.
Klimaatfonds heeft rond 20 oktober 2021 geconstateerd dat de beveiliging van de PV Plant niet in orde is. Vervolgens heeft zij actie ondernomen en in kaart gebracht waar dat aan lag. Uit de correspondentie blijkt dat zij daarin vasthoudend is geweest. Klimaatfonds heeft veelvoudig contact opgenomen met Solora en Ecorus, doorgevraagd, rapporten van deskundigen opgevraagd om de problemen inzichtelijk te krijgen en meetings gehad met Solora. Vervolgens heeft Ecorus een plan van aanpak gemaakt om de beveiliging op orde te brengen. Van dit alles heeft Klimaatfond blijkens de in het geding gebrachte correspondentie genoegzaam op de hoogte gehouden. Dat de uitvoering van (alle) maatregelen in het plan van aanpak door de diefstal is ingehaald, is niet aan treuzelen van Klimaatfonds te wijten. Klimaatfonds moest eerst duidelijk hebben wat concreet aan de beveiliging schortte om de problemen te kunnen oplossen. Niet is gebleken dat Klimaatfonds niet voortvarend te werk is gegaan om die duidelijkheid te krijgen. Klimaatfonds heeft weliswaar een volmacht van Sun Invest, maar dat brengt niet met zich dat Klimaatfonds op eigen initiatief verbeteringen in het beveiligingssysteem moest (laten) doorvoeren. Dat Klimaatfonds meer of anders had moeten handelen is in dit licht door Sun Invest onvoldoende toegelicht, nog los van de vraag of meer of anders handelen ertoe had geleid dat de verzekeraar de herstelkosten wel zou hebben vergoed, zoals hiervoor is toegelicht. Klimaatfonds is dan ook niet gehouden om Sun Invest te vrijwaren voor de betaling van de herstelkosten aan Solora.
4.22.
De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van Sun Invest worden afgewezen.
Geen volledige proceskostenvergoeding
4.23.
Klimaatfonds vordert dat Sun Invest wordt veroordeeld in haar volledige proceskosten, omdat Sun Invest haar vordering heeft gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende. Volgens Klimaatfonds heeft Sun Invest haar nodeloos in rechte betrokken en heeft zij in strijd met artikel 21 Rv relevante informatie niet overgelegd.
4.24.
De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak is vergoeding van de werkelijke proceskosten alleen toewijsbaar als sprake is van misbruik van procesrecht of van onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.
4.25.
In dit geval is geen sprake van onrechtmatig handelen of misbruik van procesrecht. Dat Sun Invest slechts een deel van de correspondentie tussen partijen heeft overgelegd en foutief zou hebben geciteerd – wat naar eigen zeggen per abuis was – is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat sprake is van onrechtmatig handelen of misbruik van procesrecht. Verder stond het Sun Invest vrij aan de rechter voor te leggen of onder de gegeven omstandigheden Klimaatfonds verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van Sun Invest in de hoofdzaak te dragen. Het feit dat de vordering is afgewezen, maakt niet dat de vordering van meet af aan evident ongegrond was en dat Sun Invest, gelet op haar belangen, Klimaatfonds niet had mogen dagvaarden. De vordering tot volledige proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
4.26.
Sun Invest is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Klimaatfonds worden begroot op:
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
5.428,00
(2 punten × € 2.714,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.223,00
4.27.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
5.1.
veroordeelt Sun Invest om aan Solora te betalen een bedrag van € 311.073,76, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de respectieve vervaldata van de facturen, telkens tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Sun Invest om aan Solora te betalen een bedrag van € 3.330,37 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Sun Invest in de proceskosten van € 12.338,12, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Sun Invest niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Sun Invest tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de zaak in vrijwaring
5.7.
wijst de vorderingen van Sun Invest af,
5.8.
veroordeelt Sun Invest in de proceskosten van € 12.223,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Sun Invest niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
veroordeelt Sun Invest tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.10.
verklaart de proceskostenveroordeling onder 5.8 en 5.9 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, bijgestaan door mr. A. Chu en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.

Voetnoten

2.Hoge Raad van 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4995, rechtsoverweging 4.4.1