Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
tevens handelend onder de naam [handelsnaam] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
qua lock-in op 40%”ligt
.
t.n.v. [gedaagde] en 30% binnen 9 maanden na ondertekening van koopovereenkomst.
en [gedaagde][ [gedaagde] ]
).
WeBellen betaald 75% van de koopprijs na tekenen overeenkomst 26/8/2024 tijdens
”
, dit gaat niet goed, er zijn vele Red Flags, die nu al niet stroken met al onze gesprekken.
4.Het geschil
primair
– samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
5.De beoordeling
kunnennemen, maar heeft er zelf voor gekozen om dat niet te doen, omdat zij van mening was dat er minder actieve abonnementen waren dan zij had verwacht. Het door WeBellen overgelegde WhatsApp-bericht van Odido, waarin wordt bevestigd dat WeBellen geen actieve dealercode heeft, legt tegen deze achtergrond geen gewicht in de schaal. WeBellen had er belang bij de dealercodes niet in gebruik te nemen, omdat zij de overname na ontvangst van de informatie van Odido over het aantal actieve abonnementen op de dealercode van [handelsnaam] wilde terugdraaien door middel van een beroep op de opschortende voorwaarde.
qua lock-in op 40% ligt”. WeBellen was zich dus bewust van het risico dat de overige 60% van het klantenbestand van [handelsnaam] op korte termijn geen inkomsten meer zou genereren. Dit blijkt ook uit de opmerking van WeBellen op 25 april 2024 “
Zeker de helft van alle nummers lopen of zijn binnen 3 maanden uit contract”.Dat WeBellen haar conclusie over het klantenbestand hoofdzakelijk op informatie van Odido heeft gebaseerd en [gedaagde] onvoldoende tijd heeft gegeven om een en ander te verklaren, blijkt uit het feit dat [gedaagde] in zijn e-mail van 27 augustus 2024, om 18:57 uur, heeft geprobeerd om de informatie van Odido te weerleggen en [naam 1] de ochtend erop, zonder nader overleg, al heeft gemaild dat de Koopovereenkomst definitief niet tot stand is gekomen. WeBellen heeft [gedaagde] hiermee geen redelijke kans gegeven om – eventueel samen met Odido – uit te zoeken waarop de informatie van Odido was gebaseerd en of deze inderdaad afweek van zijn eigen informatie. WeBellen heeft later weliswaar nog aan [gedaagde] voorgesteld om samen uit te zoeken hoe het precies zit, maar dat was pas nadat zij hem had bericht dat de Koopovereenkomst definitief niet tot stand was gekomen en hem had gesommeerd om het reeds betaalde deel van de koopsom terug te betalen. Onder deze omstandigheden verlangen de redelijkheid en billijkheid naar het oordeel van de rechtbank dat de voorwaarde in artikel 1.1 sub a van de Koopovereenkomst als vervuld geldt.
De Koopprijs wordt bepaald op basis van de gemiddelde jaaromzet over de periode vanaf 1 maart tot Effectieve Datum op basis van credit/debet nota’s van Klanten(…).
Verkoper verstrekt direct na ondertekening van deze Overeenkomst door Partijen aan Koper alle gegevens die Koper nodig heeft om de Koopprijs te staven.(…)”
Verkoper garandeert en staat er jegens Koper voor in dat:(…)
de klant uit [plaats] ’de intentie had om naar een andere partij over te stappen en [gedaagde] in zijn e-mail aan Odido van 30 juli 2024 heeft bevestigd dat dit om [klant 3] ging. Uit deze e-mail volgt dus niet dat [gedaagde] relevante informatie over deze klant voor WeBellen heeft achtergehouden. Sterker nog: de e-mail van [gedaagde] aan [naam 1] van 25 april 2024 duidt er juist op dat [gedaagde] tegenover [naam 1] transparant is geweest over het (mogelijke) vertrek van deze klant. WeBellen stelt over [klant 1] dat [gedaagde] wist dat zij als klant zou vertrekken, omdat [klant 1] op 27 augustus 2024 het volgende naar [naam 1] en [gedaagde] heeft gemaild:
“Zoals al eerder aangegeven hebben wij voor de mobiele telefonie besloten met een andere partij in zee te gaan”. [gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat het laatste abonnement van [klant 1] pas afloopt in 2025, zodat zij nog niet naar een andere partij kan overstappen. Ter onderbouwing heeft hij een overzicht van de aan WeBellen overgedragen klanten met per klant de einddatum van het laatste mobiele abonnement overgelegd. Bij [klant 1] staat als einddatum 28 juni 2025. Ook heeft [gedaagde] op de zitting verklaard dat hij naar aanleiding van de door WeBellen overgelegde e-mail met [klant 1] heeft gebeld om toe te lichten vanaf wanneer zij als klant kan overstappen en een medewerkster van [klant 1] telefonisch tegen hem heeft gezegd dat zij dit niet wist, maar het zal laten zoals het is. Gelet op het voorgaande is WeBellen er niet in geslaagd voldoende te onderbouwen dat [gedaagde] relevante informatie over [klant 3] of [klant 1] voor haar heeft achtergehouden. Van schending van de garantie onder artikel 6.5 sub d van de Koopovereenkomst door [gedaagde] is dus geen sprake.
- [klant 3] ;
- [klant 1] ;
- [klant 2] ;
- [klant 5] ; en
- [klant 6] .
€ 66.000,- worden afgewezen, omdat WeBellen haar beroep op ontbinding heeft gebaseerd op de stelling dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de Koopovereenkomst en de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat dit niet het geval is.
- [klant 3] ;
- [klant 1] ;
- [klant 2] ;
- [klant 5] ; en
- [klant 6] .
‘churn’(opzegging) van 36 aansluitingen had. Anders dan WeBellen betoogt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit deze e-mail de juistheid van hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd, dat slechts een deel van de contracten van [klant 3] vóór de overname zou verlopen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [klant 3] op 31 augustus 2024 commissie inkomsten genereerde.