Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
2.De feiten voor zover relevant in het incident
(de Koopovereenkomst). Partijen zijn in artikel 15.2.3 van de Koopovereenkomst overeengekomen dat [gedaagde 1] een additionele koopsom van (maximaal) € 966.667,- aan RA Investments zou voldoen indien binnen een bepaalde periode een bouwvergunning en een omgevingsvergunning zouden worden verkregen (de Additionele koopsom). Op grond van artikel 15.2.8 van de Koopovereenkomst zou [gedaagde 1] dit bedrag tijdelijk in escrow plaatsen bij een notaris. Partijen zijn in artikel 6.1.1 van de Koopovereenkomst overeengekomen dat de Onroerende zaken
“currently being used by the Lessee for the wholesale of beverages and for the storage of event goods” en dat
“after completion the Lessee will continue its use on the basis of this Lease”. In artikel 1.1 van de Koopovereenkomst is ‘
Lessee’ gedefinieerd als Lijfering Holding en
‘Lease’als de huurovereenkomst tussen [gedaagde 1] , als verhuurder, en Lijfering Dranken, als huurder, die als bijlage 3 aan de Koopovereenkomst is gehecht (de Huurovereenkomst). Op grond van artikel 6.3 van de Huurovereenkomst zou Lijfering Dranken vóór de overdracht van de Onroerende zaken een waarborgsom gelijk aan 12 maanden huur (neerkomend op een bedrag van € 650.000,-) voldoen (de Waarborgsom).
3.Het geschil in de hoofdzaak
4.Het geschil in het incident
5.De beoordeling in het incident
6.De beslissing
5 november 2025,