Overwegingen
1. Eiseres is het niet eens met het besluit van het collegeom haar geen financiële tegemoetkoming te geven voor haar verhuizing naar en inrichting van haar nieuwe woning aan de [adres] in Amsterdam.
2. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. De rechtbank legt nu uit waarom.
3. Eerst beoordeelt de rechtbank of eiseres tijdig beroep heeft ingesteld. Het is niet duidelijk wanneer de beslissing op bezwaar van 5 juni 2024 aan eiseres is bekend gemaakt. Vanwege die onduidelijkheid, gaat de rechtbank ervan uit dat het beroepschrift van 1 mei 2025 tijdig is. De advocaat van eiseres heeft het beroep aanvankelijk ingediend zonder gronden. De rechtbank heeft eiseres daarna in de gelegenheid gesteld deze aan te vullen. Dat is uiteindelijk gebeurd, de gronden zijn aangevuld. Het beroep is dus ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank inhoudelijk over de zaak kan oordelen.
4. Vervolgens kijkt de rechtbank inhoudelijk naar de argumenten van eiseres, de beroepsgronden.
Het gaat in deze zaak alleen om de financiële tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting. Het gaat dus niet om een eventuele traplift.
5. Allereerst de vergewisplicht. Eiseres zegt dat de conclusie van de wooneis niet volgt uit het advies van Argonaut.Ook zegt eiseres dat Argonaut onvoldoende recente medische informatie heeft betrokken bij het advies.
6. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank is van oordeel dat de conclusie over de wooneis volgt uit het Argonautadvies, omdat uit dat advies blijkt dat eiseres duurzame beperkingen heeft in het traplopen. Naast dat het punt over de recente medische informatie pas vandaag ter zitting is opgekomen, is eiseres de aanvrager van de tegemoetkoming. Dit betekent dat het aan eiseres is om relevante medische informatie te overleggen. Het is niet aan Argonaut om achter mogelijke medische informatie aan te gaan.
7. Het college heeft op 27 maart 2023 besloten dat eiseres recht heeft op een vergoeding voor verhuizing en inrichting. Maar wel onder de voorwaarde van een wooneis: het moet gaan om een woning op de begane grond zonder traptreden binnen of buiten de woning of bereikbaar via een lift. En als dat niet zo is, dat het college dan de vergoeding niet uitbetaalt. Dit staat in het toekenningsbesluit.Deze wooneis heeft het college gesteld omdat er volgens het Argonautadvies nog steeds een duurzame beperking is in het traplopen.
De nieuwe woning ligt op de eerste verdieping en voldoet dus niet aan de wooneis. Het college heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de nieuwe woning niet geschikt was voor u. Daarbij komt dat eiseres voordat zij de nieuwe woning heeft geaccepteerd geen overleg heeft gehad met het college om af te wijken van de wooneis.
8. Als eiseres toch naar een andere woning verhuist, moet zij aan de hand van controleerbare gegevens aannemelijk maken dat er geen geschikte woningen beschikbaar waren in de periode na het toekenningsbesluit. Eiseres heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Uit het overzicht van Woningnet blijkt wel dat het aanbod beperkt was, maar niet dat er verder helemaal geen geschikte woningen beschikbaar waren in de periode na het toekenningsbesluit: het is niet duidelijk welke gebieden in Amsterdam zijn geselecteerd en in welke periode deze selectie is gemaakt.
9. Eiseres vindt dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Dat kan alleen in zeer uitzonderlijke situaties. De rechtbank is van oordeel dat het college in dit geval die hardheidsclausule in redelijkheid niet hoefde toe te passen. Dat eiseres uiteindelijk een woning heeft geaccepteerd die niet voldoet aan de wooneis, maar wel aan de woon- en zorgbehoefte van eiseres, is op zich begrijpelijk, maar dit betekent niet dat er sprake was van omstandigheden die leiden tot onbillijkheden van overwegende aard. Dit betekent dat er geen sprake was van een zeer uitzonderlijke situatie. Dat eiseres geld heeft moeten lenen bij haar zoon, is vervelend, maar ook niet voldoende om een uitzondering te rechtvaardigen.
10. Eiseres vindt ook dat het besluit niet redelijk is, omdat de woning waarin zij nu woont wel aansluit bij haar woon- en zorgbehoefte. Eiseres wilde namelijk graag een woning die fysiek ongemak en afhankelijkheid zou verhelpen. Dat is op zich een begrijpelijke wens. Tegelijkertijd doet eiseres een beroep op een regeling waarvan het doel van de regeling is dat de financiële tegemoetkoming wordt gebruikt voor een woning die echt geschikt is voor haar beperkingen. In haar geval is dat een gelijkvloerse woning op de begane grond of met een lift. De nieuwe woning voldoet daar niet aan. Zoals gezegd is het niet aannemelijk dat er in de periode na het toekenningsbesluit geen geschikte woning beschikbaar was via Woningnet. Ook is eiseres niet voor het accepteren van de nieuwe woning in overleg getreden met het college om een andere woning te kiezen anders dan is bepaald in de wooneis. Gezien al deze omstandigheden, en de omstandigheden die de rechtbank hiervoor heeft genoemd bij de hardheidsclausule, ziet de rechtbankgeen aanleiding voor het oordeel dat het besluit onevenredig is.
11. De conclusie is dus dat eiseres geen gelijk krijgt. Het beroep is ongegrond. Het besluit van het collegeblijft dus staan. Zij krijgt het griffierecht niet terug en ook geen vergoeding van haar proceskosten.
12. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025
door mr. Q.M.J.A. Crul, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.A. Olsen, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: