Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.De feiten en het verzoek
“Mocht u zich daarover voor die tijd niet uitlaten, dan zal een herstelvonnis volgen”.
Rechtbank Amsterdam
Op 21 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een wrakingsverzoek dat op 17 oktober 2025 was ingediend door verzoekster, vertegenwoordigd door mr. H. Loonstein. Het verzoek was gericht tegen mr. W.M. de Vries, de voorzieningenrechter die eerder op 16 oktober 2025 een vonnis had gewezen in een zaak tussen verzoekster en haar ex-partner. Verzoekster stelde dat de rechter vooringenomen was, omdat de griffier een termijn had gesteld voor een reactie op een verzoek tot herstel van het vonnis. De rechtbank heeft het verzoek tot wraking afgewezen, omdat een rechterlijke beslissing, zoals het stellen van een termijn, geen grond voor wraking kan zijn. Dit is in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad, die heeft bepaald dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. De rechtbank oordeelde dat verzoekster het wrakingsmiddel lichtvaardig had ingezet, wat werd aangemerkt als misbruik van recht. Daarom werd besloten dat verdere verzoeken tot wraking in deze zaak niet in behandeling zouden worden genomen.