Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.De feiten en het verzoek
“Mocht u zich daarover voor die tijd niet uitlaten, dan zal een herstelvonnis volgen”.
Rechtbank Amsterdam
Op 17 oktober 2025 is een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter te Amsterdam, naar aanleiding van een vonnis van 16 oktober 2025 in een civiele zaak tussen verzoekster en haar ex-partner.
Verzoekster stelde dat de rechter vooringenomen was omdat de griffier een termijn stelde voor een reactie op een verzoek tot herstelvonnis, waarbij werd aangegeven dat bij uitblijven van reactie een herstelvonnis zou volgen. Dit zou volgens verzoekster duiden op een reeds ingenomen standpunt door de rechter.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechterlijke beslissing om een termijn te stellen geen grond voor wraking kan zijn, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad. Er was geen bewijs van onpartijdigheid. Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Tevens werd bepaald dat verdere wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor onpartijdigheid.