ECLI:NL:RBAMS:2025:7799

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
25-3385
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Amsterdam

Eiseres ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam omdat zij op 27 december 2024 parkeergelden niet had voldaan. De aanslag werd op 3 januari 2025 opgelegd en niet betaald, waarna op 20 februari 2025 een aanmaning met aanmaningskosten werd verstuurd. Eiseres maakte bezwaar tegen de aanmaning, maar dit werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelde dat eiseres toestemming had gegeven om de naheffingsaanslag via MijnOverheid te ontvangen. De heffingsambtenaar kon met verzendadministratie aantonen dat de aanslag op 31 december 2024 elektronisch was geplaatst. Hoewel eiseres betwistte een e-mailnotificatie te hebben ontvangen, is het aan haar om dit nader te onderbouwen, zeker omdat zij de notificatie zelf kan aan- of uitzetten. Het niet ontvangen van een notificatie is haar eigen risico.

De betaaltermijn begon bij publicatie op MijnOverheid en eiseres heeft niet binnen deze termijn betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3385

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

14 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam.

Inleiding

1. Met het besluit van 3 januari 2025 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Omdat eiseres deze naheffingsaanslag niet heeft betaald, heeft de heffingsambtenaar op 20 februari 2025 een aanmaning aan eiseres gestuurd en daarbij aanmaningskosten in rekening gebracht.
1.1.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanmaning. Met de uitspraak op bezwaar van 26 mei 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard.
1.2.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de gemachtigde van eiseres [de persoon] deelgenomen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde [gemachtigde 2] .
1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Feiten en omstandigheden

3. De heffingsambtenaar heeft de naheffingsaanslagen aan eiseres opgelegd, omdat de auto met kenteken [kenteken] , op 27 december 2024 geparkeerd stond op de [adres] ter hoogte van huisnummer [huisnummer] in Amsterdam, terwijl daarvoor geen parkeerbelasting was voldaan.
4. Vervolgens is er een naheffingsaanslag met de dagtekening 3 januari 2025 aan eiseres opgelegd. Toen deze niet werd betaald heeft de heffingsambtenaar vervolgens op 20 februari 2025 eiseres een aanmaning gestuurd.

Overwegingen

5. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
6. Niet in geding is dat eiseres toestemming heeft gegeven aan de heffingsambtenaar om naheffingsaanslagen via MijnOverheid te versturen. De heffingsambtenaar heeft de verzendadministratie overlegd. De rechtbank kan daarin zien dat een stuk met het vorderingsnummer welke correspondeert met de naheffingsaanslag, op 31 december 2024 is verwerkt en daarna in MijnOverheid is geplaatst. Met deze gegevens is naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast komen te staan dat het gaat om de naheffingsaanslag gedateerd 3 januari 2025. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar hiermee afdoende aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag langs elektronische weg is verzonden aan eiseres.
7. Eiseres heeft betwist dat het bericht voor haar kenbaar was. De gemachtigde van eiseres ter zitting heeft betwist dat zij een e-mailnotificatie heeft ontvangen en aangevoerd dat het op de weg van de heffingsambtenaar lag om eiseres op de hoogte te stellen van deze naheffingsaanslag door middel van een e-mailnotificatie. Niet in geding is dat er voor eiseres een mogelijkheid bestaat om de e-mailnotificatie aan/uit te zetten. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldoende aannemelijk geworden dat de e-mailnotificatie uitsluitend aangezet kan worden door diegene die toestemming geeft om zijn stukken op MijnOverheid te plaatsen. Voor zover eiseres geen email-notificatie heeft ontvangen als gevolg van haar eigen (niet-)handelen, is dit een omstandigheid die voor risico van eiseres komt. Voor zover eiseres stelt dat een notificatie niet is verzonden ondanks een door haar gegeven toestemming, had het op de weg van eiseres gelegen om haar standpunt nader te onderbouwen.
8. De betaaltermijn is aldus aangevangen bij de publicatie op MijnOverheid. Niet in geding is dat eiseres de naheffingsaanslag niet binnen de betaalperiode heeft voldaan. De heffingsambtenaar heeft de aanmaningskosten terecht in rekening gebracht.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
10. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2025 door mr. M.M. Verberne, rechter, in aanwezigheid van mr. F. van der Maas, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.