ECLI:NL:RBAMS:2025:7808

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/13/774351 / FA RK 25-6297
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure met betrekking tot alimentatie en zorg voor minderjarige kinderen

In deze beschikking van de Rechtbank Amsterdam, gedateerd 10 oktober 2025, is de wijziging van voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure behandeld. De man, vertegenwoordigd door advocaat mr. R.J.L. van Zwol, verzoekt om wijziging van de eerdere beschikking van 22 juli 2025, waarin alimentatie en zorg voor de kinderen zijn vastgesteld. De vrouw, vertegenwoordigd door advocaat mr. M.Q.M. Mosk, verzoekt de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken en de verzoeken van de man af te wijzen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de ingediende stukken en de mondelinge behandeling op 25 september 2025. De man heeft aangevoerd dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, onder andere door de erkenning van zijn nieuwe partner's kinderen en een wijziging in zijn financiële situatie. De vrouw betwist dit en stelt dat de man voldoende middelen heeft om bij te dragen aan de kosten van levensonderhoud van de kinderen.

De rechtbank heeft de behoefte van de minderjarige kinderen vastgesteld en de draagkracht van beide ouders beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de man voldoende draagkracht heeft om in de behoefte van de kinderen te voorzien, maar wijst het verzoek tot wijziging van de alimentatie af. De rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije en wijst de overige verzoeken af. De beschikking benadrukt het belang van de zorg voor de kinderen en de noodzaak om de alimentatie op een eerlijke manier te verdelen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/774351 / FA RK 25-6297
Beschikking van 10 oktober 2025 betreffende wijziging voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna mede te noemen de man,
advocaat mr. R.J.L. van Zwol,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna mede te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.Q.M. Mosk.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoek van de man, ingekomen op 19 augustus 2025;
  • een brief van de zijde van de vrouw van 25 augustus 2025;
  • het verweerschrift van de vrouw, ingekomen op 22 september 2025;
  • het F9-formulier van de man van 24 september 2025, met producties 41 en 42;
  • het F9-formulier van de vrouw van 25 september 2025, met productie 19.
1.2.
De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 25 september 2025.
Gehoord zijn:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Van de zijde van de man en de vrouw zijn pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te Amsterdam op 23 april 2011.
2.2.
Partijen hebben tezamen de navolgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2019;
  • [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 2] 2024.
2.3.
De man heeft, samen met zijn nieuwe partner [naam partner] , de navolgende minderjarige
kinderen:
  • [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 2025;
  • [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 3] 2025.
2.4.
Mevrouw [naam partner] heeft de navolgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 5], geboren te [geboorteplaats 3] (Verenigde Staten) op [geboortedatum 4] 2018;
  • [minderjarige 6], geboren te [geboorteplaats 3] (Verenigde Staten) op [geboortedatum 4] 2018.
2.5.
De man heeft [minderjarige 5] en [minderjarige 6] op 13 augustus 2025 erkend.
2.6.
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 is, voor zover hier van belang, bepaald dat de man met ingang van 16 juni 2025 € 822,- per kind per maand zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding en € 1.655,- per maand (bruto) zal betalen aan de vrouw als uitkering tot haar levensonderhoud. Het verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije is bij diezelfde beschikking niet-ontvankelijk verklaard.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De man verzoekt de beschikking voorlopige voorzieningen van 22 juli 2025 te wijzigen en, opnieuw recht doende:
I. te bepalen dat de man aan de vrouw dient te voldoen een bedrag van primair in
totaal € 1.077,- per maand (€ 538,50 per kind) als bijdrage in de kosten van de kinderen en subsidiair met toepassing van een evenredige verdeling van de beschikbare draagkracht over alle zes kinderen, een bedrag van in totaal € 1.402,- per maand (€ 702,- per kind), althans een bedrag dat uw rechtbank juist acht, primair met terugwerkende kracht vanaf 22 juli 2025 (de datum van de te wijzigen beschikking), subsidiair vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift en meer subsidiair vanaf de datum van de in deze te wijzen beschikking;
II. te bepalen dat de man niet dient bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw omdat zij niet behoeftig is en de man geen draagkracht heeft, althans een bedrag dat uw rechtbank juist acht, primair met terugwerkende kracht vanaf 22 juli 2025 (de datum van de te wijzigen beschikking), subsidiair vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift en meer subsidiair vanaf de datum van de in deze te wijzen beschikking;
III. primair te bepalen dat de man bij uitsluiting bevoegd is tot het voortgezet gebruik van de echtelijke woning in Turkije en subsidiair te bevelen dat de vrouw aan de man de woning in Turkije - als een goed dat onderdeel uitmaakt van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen - beschikbaar zal stellen aan de man door afgifte van de sleutels van de woning;
IV. te bepalen dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.2.
De vrouw verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken;
II. de verzoeken van de man af te wijzen;
III. de man te veroordelen in de proceskosten van de onderhavige procedure, gelijk te stellen aan de werkelijke advocaat- en overige kosten die de vrouw in verband met deze procedure heeft gemaakt en nog zal moeten maken, conform de door de vrouw overgelegde specificatie van haar kosten, dan wel conform het liquidatietarief, waaronder in beide gevallen begrepen de buitengerechtelijke kosten en nakosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid
4.1.
Op grond van artikel 824, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden na het geven van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of als bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven. Bij de toepassing van dit artikel geldt dat niet bij elke onjuistheid of onvolledigheid wijziging van de voorziening mogelijk is. Immers, met het opnemen van de zinsnede ‘in zodanige mate’ en ‘alle betrokken belangen in aanmerking genomen’ heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan tot een wijziging of intrekking kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om evidente, zeer sprekende gevallen en dat de wetgever een eventuele wijzigingsmogelijkheid aan een streng criterium heeft willen binden. Zou dit anders zijn, dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn, hetgeen niet de bedoeling is.
4.2.
De man stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, onder meer omdat hij de kinderen [minderjarige 6] en [minderjarige 5] van zijn nieuwe partner na de datum van de vorige beschikking heeft erkend en ook omdat hij zijn zus met terugwerkende kracht € 1500,- per maand aan huur moet gaan betalen. Daarnaast is in de beschikking van 22 juli 2025 uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, onder meer omdat onterecht is uitgegaan van een inkomen aan de zijde van zijn nieuwe partner en onterecht rekening is gehouden met de kosten van de kinderopvang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zijn nieuwe partner heeft geen inkomen en de kosten van de kinderopvang worden feitelijk niet gemaakt.
4.3.
Door de vrouw is aangevoerd dat de man niet heeft aangetoond dat de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dan wel dat de omstandigheden in zodanige mate zijn gewijzigd dat de voorziening niet in stand kan blijven. De man beschikt volgens haar over voldoende middelen om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de kinderen van zijn nieuwe partner en om uit eigen beweging een bijdrage aan zijn zus te betalen voor het gebruik van de woning. De vrouw verwijst in dit verband nog naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:703.
4.4.
De rechtbank overweegt dat de man voldoende heeft aangevoerd om tot een ontvankelijk-verklaring te komen. Of de door de man aangevoerde gewijzigde omstandigheden danwel onjuist door de rechtbank gehanteerde uitgangspunten van dien aard zijn dat zij, gegeven de strenge toets van 824 Rv, tot wijziging van de voorlopige voorzieningen zouden moeten leiden, zal de rechtbank hierna beoordelen. Daartoe zal de rechtbank met inachtneming van (op)nieuw aangevoerde feiten en omstandigheden opnieuw een berekening maken.
Inhoudelijke beoordeling
Behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
4.5.
De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is niet in geschil, zodat de rechtbank uitgaat van de vastgestelde behoefte in de beschikking van 22 juli 2025, zijnde € 1.566,- per maand.
Opvangkosten
4.6.
De man heeft gesteld dat de opvangkosten niet hadden mogen worden meegenomen omdat de kinderen feitelijk nog niet naar de kinderopvang gaan en partijen ook nooit van plan zijn geweest ze naar de kinderopvang te laten gaan. Zij hadden besproken dat zij samen met de ouders van de vrouw zelf in elk geval grotendeels de zorg voor de kinderen zouden kunnen dragen zodat de kinderen niet of nauwelijks naar de kinderopvang zouden hoeven gaan.
De vrouw voert verweer en stelt dat de situatie is gewijzigd nu partijen uit elkaar zijn gegaan. De man kan makkelijker thuiswerken dan zij dat kan. De man zou dan ook een groot aandeel van de opvang voor zijn rekening nemen. Nu de man dit niet meer wil doen staat de vrouw er alleen voor. Haar ouders kunnen de opvang om gezondheidsredenen ook niet meer voor hun rekening nemen. De opvangkosten zijn feitelijk nog niet gemaakt maar dit komt volgens de vrouw uitsluitend omdat de man de kinderalimentatie zoals opgelegd bij de beschikking van 22 juli 2025 niet aan de vrouw betaalt waardoor de vrouw de kosten van de opvang op dit moment niet kan betalen. Zij vangt de kinderen nu noodgedwongen zelf op door ouderschapsverlof en extra vakantiedagen op te nemen. Dit heeft haar in een benarde positie op haar werk gebracht en is voor haar niet langer vol te houden.
De rechtbank volgt het standpunt van de vrouw. Het is van belang dat de vrouw haar baan niet verliest en naar haar werk kan blijven gaan. Om die reden zal de rechtbank de kosten van de kinderen verhogen met de netto kosten van de kinderopvang. Uit de overgelegde stukken van de vrouw blijkt dat zij op 15 augustus 2025 een aanbod van de kinderopvang heeft ontvangen waaruit blijkt dat de daadwerkelijke opvangkosten € 1.430,- bedragen in plaats van € 1.288,-. De rechtbank zal daarom van deze kosten uitgaan, aangezien deze aansluiten bij de actuele situatie.
4.7.
De rechtbank stelt vast dat de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] over 2025 dan ook met deze kosten uitkomt op in totaal voor twee kinderen € 2.996,- per maand, dat is afgerond € 1.498,- per kind per maand.
Behoefte van [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5]
4.8.
Gelet op de erkenning van [minderjarige 6] en [minderjarige 5] zal de rechtbank de behoefte berekenen van de vier kinderen die de man met zijn nieuwe partner heeft.
4.9.
De man heeft voldoende aannemelijk gemaakt met stukken dat zijn nieuwe partner mevrouw [naam partner] geen inkomen heeft. De rechtbank zal daar dan ook vanuit gaan. Ten aanzien van het inkomen van de man zal de rechtbank uitgaan van dezelfde gegevens als bij de vaststelling van de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de beschikking van 22 juli 2025, waarbij de rechtbank rekening houdt met de bijtelling voor de auto van € 720,- per maand.
4.10.
Aan de hand van voormelde gegevens en rekening houdend met het kindgebonden budget becijfert de rechtbank het NBGI van partijen op in totaal € 7.195,- per maand.
4.11.
Dit NBGI levert, rekening houdend met het op de minderjarigen toepasselijke aantal kinderbijslagpunten, een tabelbedrag op van € 2.148,- per maand in 2025, dat is afgerond € 537,- per kind per maand.
De draagkracht van de ouders
4.12.
Bij de berekening van de kinderalimentatie moet vervolgens worden vastgesteld wat ieder van de ouders kan betalen. Dat wordt de ‘draagkracht’ van de ouders genoemd. Volgens de wet moeten de ouders namelijk naar draagkracht in de behoefte van het kind voorzien. [1]
4.13.
Daarvoor maakt de rechtbank gebruik van de methode die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak heeft ontwikkeld. Het netto besteedbaar inkomen van een ouder is daarbij het uitgangspunt. Vervolgens bekijkt de rechtbank welk deel van dat inkomen kan worden gebruikt om bij te dragen in de kosten van de kinderen.
4.14.
Daarvoor maakt de rechtbank bij een netto besteedbaar inkomen dat hoger is dan €2.125,- per maand in 2025 gebruik van de zogenoemde ‘draagkrachtformule’. In die formule wordt uitgegaan van een woonbudget van 30% van het netto besteedbaar inkomen per maand. De ouders worden geacht vanuit het woonbudget alle redelijke lasten voor een woning passend bij hun inkomen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een vast bedrag aan lasten, dat ieder jaar wordt bijgesteld. In 2025 is dat een bedrag van € 1.310,- per maand.
Deze twee posten vormen samen het ‘draagkrachtloos inkomen’. Na aftrek van die posten van het netto besteedbaar inkomen blijft dan de ‘draagkrachtruimte’ over. Daarvan is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie. De berekening van de draagkracht ziet er dan in 2025 als volgt uit: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 1.310)].
De rechtbank verwijst voor de berekening van de draagkracht van partijen naar de aan deze beschikking gehechte berekening.
Draagkracht van de man
4.15.
In de beschikking van 22 juli 2025 is berekend dat het NBI van de man € 8.823,- per maand bedraagt. De vrouw stelt dat de man over voldoende netto besteedbaar inkomen beschikt om binnen zijn vrije ruimte bij te dragen aan de kosten van [minderjarige 6] en [minderjarige 5] zodat deze verandering van omstandigheden niet noopt tot een herziening van de beschikking van 22 juli 2025. Zoals hierna zal blijken uit de verdere berekening onderschrijft de rechtbank dit standpunt van de vrouw.
Woonlasten man
4.16.
De man stelt dat na de beschikking van 22 juli 2022 door zijn zus verplicht is maandelijks € 1.500,- aan haar te betalen voor het gebruik van haar woning en daarnaast met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 de achterstallige huur aan haar moet voldoen voor een totaalbedrag van € 9.000,-. De rechtbank volgt de man niet in dit standpunt. De man heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende toegelicht waarom de bestaande situatie niet kan worden voortgezet voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De man heeft zowel op de vorige mondelinge behandeling als op de huidige mondelinge behandeling aangegeven dat zijn zus hem wilde helpen de periode van de echtscheidingsprocedure te overbruggen door hem en zijn nieuwe partner en de kinderen in haar huis te laten verblijven. De man heeft onvoldoende kunnen onderbouwen waarom zijn zus dit niet langer voor hem wenst te doen en waarom er nu kennelijk voor haar een noodzaak bestaat om hem met terugwerkende kracht tot 1 februari 2025 huur in rekening te brengen. De door de man overgelegde huurovereenkomst van 31 juli 2025 en de twee door de man overgelegde bankafschriften met de overboeking van twee maal € “1.500,- met omschrijving “maandelijkse betaling” maken dit oordeel niet anders. De rechtbank houdt daarom in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de actuele (financiële) situatie, geen rekening met woonlasten aan de zijde van de man. Dit kan in de bodemprocedure anders zijn omdat dan een regeling wordt getroffen die meer toekomstbestendig is.
4.17.
Volgens de hiervoor vermelde draagkrachtformule geldend in 2025, zonder woonlasten, 70%[ 8823 – 1.310] heeft de man een draagkracht van € 5.259,- per maand.
Draagkracht van de vrouw
4.18.
In de beschikking van 22 juli 2025 is de draagkracht van de vrouw becijfert op € 2.321,- per maand, de rechtbank zal daar in deze beschikking ook van uitgaan nu dit niet ter discussie staat.
Woonlasten vrouw
4.19.
De rechtbank zal ook nu weer aan de zijde van de vrouw wel rekening houden met het forfaitaire woonbudget nu dit vrijwel overeenkomt met haar werkelijke woonlasten.
Draagkracht van [naam partner]
4.20.
De rechtbank is van oordeel dat de man voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn nieuwe partner niet voor de helft kan bijdragen in de kosten van haar kinderen en zal voor de onderhavige berekening daarom uitgaan van de minimale draagkracht van in totaal € 50,- per maand.
De verdeling van de kosten
4.21.
Als de ouders samen genoeg draagkracht hebben voor alle kosten van hun kinderen, dan moet de rechter berekenen wie welk deel van de kosten voor zijn rekening moet nemen. Dat wordt ook wel de ‘draagkrachtvergelijking’ genoemd. Partijen en mevrouw [naam partner] hebben samen een draagkracht van € 7.630,- per maand. Dit is genoeg om alle kosten van de zes kinderen te betalen, want die zijn € 5.144,- per maand. Gelet hierop zal de rechtbank een draagkrachtvergelijking maken tussen de onderhoudsplichtigen.
4.22.
De man is onderhoudsplichtig voor alle kinderen. Zijn draagkracht dient naar rato van behoefte van de kinderen te worden verdeeld:
[minderjarige 1] € 1.498 / 5.144 * 5.259 = € 1.531,-;
[minderjarige 2] € 1.498 / 5.144 * 5.259 = € 1.531,-;
[minderjarige 3] € 537 / 5.144 * 5.259 = € 549,-;
[minderjarige 4] € 537/ 5.144 * 5.259 = € 549,-
[minderjarige 6] € 537 5.144 * 5.259 = € 549,-;
[minderjarige 5] € 537/ 5.144 * 5.259 = € 549,-.
Totaal heeft de man derhalve een draagkracht van € 5.259,- voor kinderalimentatie, meer dan voldoende om in de totale behoefte van de kinderen die is berekend op € 5.144,- te voorzien.
4.23.
[naam partner] is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5] . Omdat [naam partner] een draagkracht heeft van € 50,-, laat de rechtbank een vergelijking van haar draagkracht met die van de man achterwege. [naam partner] dient haar volledige draagkracht over haar vier kinderen te verdelen. Dit betekent dat de man na aftrek van [naam partner] ’s draagkracht en een correctie een draagkracht heeft voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 1.556,- per kind per maand en voor [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 6] en [minderjarige 5] van € 537,- per kind per maand.
4.24.
De vrouw is onderhoudsplichtig voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Haar draagkracht dient naar rato van behoefte van de kinderen te worden verdeeld:
[minderjarige 1] € 1.498 / 2.996 * 2.321 = € 1.161,-.
[minderjarige 2] € 1.498 / 2.996 * 2.321 = € 1.161,-.
4.25.
De rechtbank vergelijkt nu de draagkracht van de man met de draagkracht van de vrouw ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit betekent dat de man een deel van (1.556 / 2.717 x 1.498 =) € 858,- per kind per maand moet dragen en de vrouw een deel van (1.161 / 2.717 x 1.498 =) € 640,- per kind per maand.
Zorgkorting
4.26.
De man maakt op de dagen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hem verblijft kosten voor eten en drinken, energielasten et cetera: de verblijfskosten. Daarmee voldoet de man – deels – de kosten van de kinderen (de ‘behoefte’). De rechtbank houdt daar rekening mee door de bijdrage van de man te verlagen met een percentage van de behoefte van de kinderen of een deel daarvan: de ‘zorgkorting’.
4.27.
De rechtbank zal uitgaan van een zorgkorting van 5% omdat dit aansluit bij de frequentie van het contact tussen de man en zijn kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank komt daarmee op een zorgkorting van € 39,- per kind per maand.
4.28.
Nu de draagkracht van partijen voldoende is om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien, wordt de zorgkorting in mindering gebracht op het aandeel van de man. Na aftrek van de zorgkorting bedraagt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] € 1.716 - € 78 = € 1.638,- per maand.
4.29.
Alle overige verweren die de man tegen de berekening in de voorlopige voorzieningenprocedure van de beschikking van 22 juli 2025 naar voren heeft gebracht, kan hij aan de orde stellen in de bodemprocedure. Dat betreft immers detailwerk wat zich niet leent voor een voorlopige voorzieningenprocedure. Waar nodig kunnen deze punten in de definitieve beschikking worden aangepast.
Conclusie kinderalimentatie4.30. Op basis van het voorgaande berekent de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op € 1.638,- per maand ofwel afgerond € 819,- per kind per maand. Gelet op het kleine verschil met de voorlopige voorzieningen procedure van 22 juli 2025 waarin een bedrag van € 822,- per kind per maand is vastgesteld zal de rechtbank het verzoek van de man tot wijziging afwijzen. De rechtbank komt daarmee eveneens niet toe aan het verzoek van de man tot wijziging van de partneralimentatie.
Vakantiehuis in Turkije
4.31.
De rechtbank houdt de beslissing in de beschikking van 22 juli 2025 in stand. Zoals al eerder aan de orde is gekomen, kan het vakantiehuis niet worden gekwalificeerd als echtelijke woning van partijen. Dit betekent dat het verzoek van de man met betrekking tot het vakantiehuis niet kan worden geschaard onder de limitatieve opsomming van de voorlopige voorzieningen die op grond van artikel 822 Rv kunnen worden verzocht. De man wordt ten aanzien van dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek met betrekking tot het vakantiehuis in Turkije;
5.2.
wijst de overige verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Overmars, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S. Bien, griffier, op 10 oktober 2025.
Partij
de man
Zaak
de man / de vrouw
Berekening
behoefte kind 1 en kind 2
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
15-10-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
155.542
In het loon volgens jaaropgaaf begrepen
- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto
-
8.64
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
146.902
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
146.902
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
146.902
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
13.834
- Schijf 2, 49,5% over € 75.518 of meer
35.335
95
Inkomensheffing box 1
63.253
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
146.902
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
63.253
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
63.253
Inkomen na aftrek inkomensheffing
83.649
120
Besteedbaar inkomen
83.649
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
83.649
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
6.971
Partij
de vrouw
Zaak
de man / de vrouw
Berekening
behoefte kind 1 en kind 2
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
15-10-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
114.889
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
114.889
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
114.889
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
114.889
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
13.834
- Schijf 2, 49,5% over € 75.518 of meer
19.489
95
Inkomensheffing box 1
47.407
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
114.889
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
47.407
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.604
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
43.803
Inkomen na aftrek inkomensheffing
71.086
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
jaar
Arbeidskorting
654
jaar
Combinatiekorting
2.95
jaar
120
Besteedbaar inkomen
71.086
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
71.086
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
5.924
NBGI voor scheiding
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
NBI voor scheiding de man
6.971
NBI voor scheiding de vrouw
5.924
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
12.895
Eigen aandeel kosten kinderen
Eigen aandeel kosten kinderen
Ouders hebben in gezinsverband geleefd
ja
NBGI voor scheiding
12.895
Tabel aantal kinderen
2
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel
1.47
#
Indexeren
ja
Startjaar
2024
Eindjaar
2025
Eigen aandeel ouders geïndexeerd
1.566
Behoefte obv 60% norm
Netto Behoefte
Netto gezinsinkomen
12.895
Af: kosten van de kinderen
-
1.47
Saldo
11.425
Netto behoefte obv 60%
6.855
Netto behoefte
6.855
#
Indexeren
ja
Startjaar
2024
Eindjaar
2025
Netto behoefte geïndexeerd
7.301
Partij
de man
Zaak
de man / de nieuwe partner man
Berekening
Behoefteberekening 4 kinderen
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
15-10-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
155.542
In het loon volgens jaaropgaaf begrepen
- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto
-
8.64
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
146.902
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
146.902
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
146.902
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
14.383
- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer
34.692
95
Inkomensheffing box 1
62.844
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
146.902
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
62.844
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
62.844
Inkomen na aftrek inkomensheffing
84.058
Totale inkomsten
84.058
120
Besteedbaar inkomen
84.058
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
84.058
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
7.005
Partij
de nieuwe partner man
Zaak
de man / de nieuwe partner man
Berekening
Behoefteberekening 4 kinderen
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
15-10-2025
Besteedbaar inkomen (113-120)
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.068
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
3.068
jaar
NBGI voor scheiding
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
NBI voor scheiding de man
7.005
Bij: Kindgebonden budget voor scheiding
190
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
7.195
Eigen aandeel kosten kinderen
Eigen aandeel kosten kinderen
Ouders hebben in gezinsverband geleefd
ja
NBGI voor scheiding
7.195
Tabel aantal kinderen
4
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel
2.148
#
Indexeren
nee
Partij
de man
Zaak
de man / de vrouw
Berekening
draagkrachtberekening 2
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
15-10-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
142.093
44
Vakantietoeslag
11.367
47
13de maand/14de periode
11.841
49b
Overige bruto arbeidsinkomsten
6.6
49c
Individueel keuze budget (IKB/PKB)
16.53
Bruto inkomsten
188.431
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
4.176
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
72
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
184.183
59
Inkomsten
184.183
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
184.183
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
184.183
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
14.383
- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer
53.146
95
Inkomensheffing box 1
81.298
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
184.183
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
81.298
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
2.986
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
78.312
Inkomen na aftrek inkomensheffing
105.871
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
jaar
Combinatiekorting
2.986
jaar
120
Besteedbaar inkomen
105.871
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
105.871
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
8.823
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)
105.871
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)
8.823
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
8.823
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.31
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
1.31
136a
Draagkrachtruimte
7.513
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
5.259
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
5.259
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
120b
Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie
8.823
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122b
Kosten van levensonderhoud
1.31
123b
Woonbudget
2.647
135b
Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie
3.957
136b
Draagkrachtruimte
4.866
Draagkracht tbv partneralimentatie
136b
Draagkrachtruimte
4.866
137b
Draagkrachtpercentage
%
60
Draagkracht tbv partneralimentatie
2.92
140
Beschikbaar
2.92
Partneralimentatie (141-144)
141
Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)
-
1.716
Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie
-
1.932
Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)
-
3.648
142
Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen
Berekende ruimte voor partneralimentatie
-728
143
Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel
144
Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)
Specificaties voor post: 144
Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 0 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van €
184.183
jaar
Of per maand
maand
Het resultaat van de brutering is per jaar
jaar
Partij
nieuwe partner man
Zaak
de man / de vrouw
Berekening
draagkrachtberekening 2
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
15-10-2025
Besteedbaar inkomen (113-120)
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.068
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
3.068
jaar
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht wordt berekend op basis van
Tabel
Afwijken van de tabel?
nee
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
50
Partij
de vrouw
Zaak
de man / de vrouw
Berekening
draagkrachtberekening 2
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
15-10-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
102.875
44
Vakantietoeslag
8.23
47
13de maand/14de periode
8.573
49a
Belaste onkostenvergoeding
1.464
49c
Individueel keuze budget (IKB/PKB)
11.529
Bruto inkomsten
132.671
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
3.54
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
72
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
129.059
59
Inkomsten
129.059
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
129.059
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
129.059
- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)
13.769
- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817
14.383
- Schijf 3, 49,5% over € 76.818 of meer
25.859
95
Inkomensheffing box 1
54.011
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
129.059
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
54.011
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
2.988
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
51.023
Inkomen na aftrek inkomensheffing
78.036
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
jaar
Arbeidskorting
2
jaar
Combinatiekorting
2.986
jaar
Bij: Kindgebonden budget
1.265
120
Besteedbaar inkomen
79.301
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
79.301
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
6.608
120b
Af: correctie kindgebonden budget
-
1.265
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)
78.036
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)
6.503
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
6.608
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.31
123a
Woonbudget
1.982
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
3.292
136a
Draagkrachtruimte
3.316
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
2.321
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
2.321
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
120b
Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie
6.503
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122b
Kosten van levensonderhoud
1.31
123b
Woonbudget
1.951
135b
Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie
3.261
136b
Draagkrachtruimte
3.242
Draagkracht tbv partneralimentatie
136b
Draagkrachtruimte
3.242
137b
Draagkrachtpercentage
%
60
Draagkracht tbv partneralimentatie
1.945
140
Beschikbaar
1.945
Partneralimentatie (141-144)
141
Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)
-
1.28
Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie
-
Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)
-
1.28
142
Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen
Berekende ruimte voor partneralimentatie
665
143
Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel
665
144
Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)
1.063
Specificaties voor post: 144
In de schijf van 37,48% valt € 7.980, € 7.980 x ( 100 / (100 - 37,48))
12.764
jaar
In de schijf van 37,48% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 37,48))
jaar
In de schijf van 35,82% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 35,82))
jaar
Of per maand
1.063
maand
Het resultaat van de brutering is per jaar
12.764
jaar
Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 7.980 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van €
129.059
jaar
Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen
Zaak
de man / de vrouw
Tarieven
2025-1
Datum uitdraai
15-10-2025
de man
nieuwe partner man
de vrouw
Kindgebonden budget na scheiding
63
Alleenstaande ouderkop
42
Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)
8.823
6.608
Aantal kinderen
6
Kind6
Kind5
Kind4
Kind3
Kind2
Kind1
Leeftijd
6
6
1
1
5
Woont bij
AP
1
1
1
1
AG
1
1
Ex-partner
Zorgkorting de vrouw
%
Zorgkorting de man
%
5
5
Zorgkorting tbv.
Geen
Geen
Geen
Geen
AP
AP
Kind6
Kind5
Kind4
Kind3
Kind2
Kind1
Totaal
Bijdrage ouders in kosten kinderen
€ p/m
537
537
537
537
783
783
3.714
Netto kinderopvangkosten na scheiding
€ p/m
715
715
1.43
Overige kosten kinderen na scheiding
€ p/m
Totale kosten kinderen na scheiding
€ p/m
537
537
537
537
1.498
1.498
5.144
Zorgkorting
€ p/m
39
39
78
Draagkracht
de man
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
549
549
549
549
1.531
1.531
5.259
Draagkracht de man per kind
€ p/m
537
537
537
537
1.556
1.556
5.259
nieuwe partner man
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
Draagkracht de man
€ p/m
Totaal draagkracht de man & nieuwe partner
€ p/m
Draagkracht de man (eventueel na vergelijking)
€ p/m
Verschil
€ p/m
Draagkracht de man (na vergelijking met nieuwe partner en correctie)
€ p/m
537
537
537
537
1.556
1.556
de vrouw
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
1.161
1.161
2.321
Draagkracht de vrouw per kind
€ p/m
1.161
1.161
2.321
Draagkracht de vrouw
€ p/m
1.161
1.161
2.321
Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind
€ p/m
2.716
2.716
5.432
Bijdrage kosten kinderen
Aandeel de man
€ p/m
858
858
1.716
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 39
- 39
- 78
Ten laste van de man na aftrek zorgkorting
€ p/m
819
819
1.638
Aandeel de vrouw
€ p/m
640
640
1.28
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
Ten laste van de vrouw na aftrek zorgkorting
€ p/m
640
640
1.28
Aandeel nieuwe partner van de man in de kosten van de stiefkinderen
€ p/m

Voetnoten

1.Artikel 1:397 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.