Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2023.
Rechtbank Amsterdam
Partijen hadden een relatie waaruit een minderjarige is geboren. Na beëindiging van de relatie is het hoofdverblijf van het kind bij de moeder. De vader erkent het kind en partijen oefenen gezamenlijk gezag uit.
De rechtbank behandelde het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling en kinderalimentatie. Partijen bereikten overeenstemming over de zorgregeling, waarbij het kind elke dinsdag en twee weekenden per maand bij de vader verblijft, en drie weken per jaar in de zomervakantie. De vader betaalt daarnaast de helft van de netto kinderopvangkosten.
De vader verzocht om een week-op-week-af regeling, die werd afgewezen vanwege zijn wisseldiensten. De rechtbank oordeelde dat de huidige regeling rust en stabiliteit biedt aan het kind.
De rechtbank stelde de behoefte van het kind vast op €645 per maand, berekend op basis van het huidige netto besteedbaar inkomen van de vader, dat hoger is dan het gezinsinkomen tijdens de samenleving. De draagkracht van de vader werd berekend op €1.140 en die van de moeder op €887. Na toepassing van de zorgkorting werd de kinderalimentatie vastgesteld op €250 per maand, conform het verzoek van de vader. De alimentatie dient vooruitbetaald te worden.
Uitkomst: De rechtbank stelt een zorgregeling vast met vaste contactdagen en bepaalt kinderalimentatie van €250 per maand, met betaling van de helft van de kinderopvangkosten door de vader.