Eiser, wonend boven restaurant Arles, ervaart overlast door geurhinder en heeft daarom een handhavingsverzoek ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft het restaurant een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor een verlengde afvoerpijp, die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is geweigerd. Restaurant Arles maakte bezwaar tegen deze weigering, waarop het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist.
Eiser stelde het bestuursorgaan in gebreke en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat eiser een rechtstreeks belang heeft bij de aanvraag en het bezwaar, aangezien afwijzing van de vergunning betekent dat de geurhinder blijft bestaan. Het beroep is daarom ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank bepaalt dat het bestuursorgaan binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Omdat eiser geen aanvrager is, verbeurt het bestuursorgaan geen dwangsom aan eiser. Daarnaast wordt het bestuursorgaan veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming bij bestuursrechtelijke procedures, met name bij belangen van omwonenden die overlast ervaren.