Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd per 2 maart 2023, nadat hij zich in maart 2021 ziek had gemeld. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op grond van rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die een arbeidsongeschiktheid van respectievelijk 30% vaststelden, wat onvoldoende is voor een uitkering.
Eiser betwistte deze beoordeling en voerde aan dat zijn psychische klachten ernstiger waren en dat de geduide functies niet passend waren. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de ernst van de psychische klachten op de datum in geding niet zodanig was als eiser stelt. De beperkingen en urenbeperking zijn adequaat gemotiveerd en onderbouwd.
Ook de arbeidsdeskundige heeft de functies passend ingeschat binnen de geldende termijnen en rekening houdend met de beperkingen van eiser. De rechtbank volgt de motivering van verweerder en concludeert dat de geduide functies de belastbaarheid van eiser niet overschrijden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen WIA-uitkering krijgt en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter J.A.W. Jansen op 3 november 2025.