Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert Bernadetta Zorg B.V. de terugbetaling van een waarborgsom van € 8.000,- van de gedaagde, die stelt dat er een huurachterstand is. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis op 1 mei 2025 vastgesteld dat de huurovereenkomst per 1 februari 2024 is geëindigd en dat Bernadetta Zorg een schadevergoeding van € 2.875,- moet betalen voor het ontbreken van meubilair. De kantonrechter heeft Bernadetta Zorg de gelegenheid gegeven om bewijs van betaling van de huur te overleggen. Na beoordeling van de overgelegde bankafschriften concludeert de kantonrechter dat Bernadetta Zorg niet alle huurpenningen heeft voldaan, wat resulteert in een huurachterstand van € 13.751,75. De kantonrechter wijst de vordering van Bernadetta Zorg af en kent de vordering van de gedaagde toe, waarbij Bernadetta Zorg na verrekening € 8.626,75 aan de gedaagde moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De kantonrechter wijst ook de vordering van de gedaagde tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af, omdat deze niet voldoende onderbouwd is. Bernadetta Zorg wordt veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op € 982,50. Het vonnis is uitgesproken op 21 oktober 2025.