De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een arbeidsovereenkomst tussen een zorgverlener en haar werkgever, waarbij onenigheid bestond over de verlenging van de overeenkomst van september 2023 tot maart 2024.
De kantonrechter oordeelt dat op basis van overgelegde documenten, waaronder een digitaal ondertekende zorg/arbeidsovereenkomst en een onafhankelijke verklaring van een sociaal raadsvrouw, vaststaat dat de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht is verlengd. De betwisting van de werkgever over het al dan niet verrichten van werkzaamheden in september 2023 wordt niet doorslaggevend geacht.
Daarnaast zijn Whatsapp-berichten en bewijs van verleende zorg aan een familielid van de werkgever doorslaggevend voor het aannemen dat werkzaamheden in september 2023 zijn verricht. De vordering tot betaling van achterstallig loon over de periode van 1 september 2023 tot en met 13 maart 2024 wordt toegewezen, met een gematigde wettelijke verhoging van 10%.
Verder wordt de werkgever veroordeeld om loonspecificaties te verstrekken en het UWV met terugwerkende kracht te informeren over de ziekmelding van de werknemer. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.