ECLI:NL:RBAMS:2025:8151

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11713157
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kwalificatie arbeidsovereenkomst en toewijzing achterstallig loon in zorgovereenkomst

Op 16 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen [eiser] en [gedaagde], waarbij de kantonrechter de kwalificatie van een arbeidsovereenkomst en een zorgovereenkomst heeft beoordeeld. [eiser] was sinds 2021 werkzaam als zorgverlener voor [gedaagde], die als budgethouder fungeerde. De zaak draaide om de vraag of er een verlenging van de arbeidsovereenkomst had plaatsgevonden van 1 september 2023 tot en met 13 maart 2024. [eiser] stelde dat zij recht had op achterstallig loon, omdat zij in september 2023 werkzaamheden had verricht, maar [gedaagde] betwistte dit. De kantonrechter oordeelde dat er voldoende bewijs was voor de verlenging van de arbeidsovereenkomst, onder andere door een digitaal ondertekende overeenkomst en verklaringen van een sociaal raadsvrouw. De kantonrechter wees de vordering tot betaling van achterstallig loon toe, met een wettelijke verhoging van 10%, en compenseerde de proceskosten. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld om het UWV te informeren over de ziekmelding van [eiser] en om loonspecificaties te verstrekken. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van partijen en de griffier.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11713157 \ CV EXPL 25-7409
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 16 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A. Azauiyat,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L.M. Ravestijn.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. Heida als griffier.
Aanwezig zijn:
  • [eiser] , met een tolk en haar gemachtigde; en
  • [gedaagde] , met mevrouw [naam] als begeleider en haar gemachtigde.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 14 mei 2025, met producties;
  • de conclusie van antwoord van 24 juni 2025;
  • de aanvullende producties van [eiser] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
[eiser] was sinds 2021 werkzaam als zorgverlener (werknemer) bij budgethouder (werkgever) [gedaagde] . De arbeidsovereenkomst was tevens een zorgovereenkomst die in de privé-omgeving van de werkgever werd ingevuld en betrekking had op persoonlijke zorg. Partijen zijn verdeeld over de vraag of er vanaf september 2023 tot en met 13 maart 2024 een verlenging van de arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen.
1.2.
[eiser] stelt dat er sprake is van een verlenging van de arbeidsovereenkomst. Zij is hiervoor niet betaald door [gedaagde] ondanks dat zij in september 2023 werkzaamheden heeft verricht voor [gedaagde] . Op 29 september 2023 heeft [eiser] zich ziekgemeld maar deze ziekmelding is niet geaccepteerd door [gedaagde] . Zij heeft vanaf die dag geen werkzaamheden meer verricht voor haar en zij heeft sindsdien geen loon ontvangen ondanks haar ziekmelding, terwijl zij op grond van de arbeidsovereenkomst recht heeft op 100% doorbetaling van het loon. [gedaagde] heeft betwist dat sprake is geweest van een verlenging van de arbeidsovereenkomst omdat er in september 2023 geen werkzaamheden meer door [eiser] zijn verricht.
Kwalificatie arbeidsovereenkomst
1.3.
Uit de door [eiser] overgelegde stukken volgt dat op 6 oktober 2023 digitaal een nieuwe zorg/arbeidsovereenkomst is getekend door zowel [eiser] als [gedaagde] voor de duur van zes maanden en dat deze is goedgekeurd door het Zorgkantoor [vestigingsplaats] . De ondertekening hiervan wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring van de sociaal raadsvrouw van het Buurtteam [stadsdeel] , die door [eiser] is ingeschakeld. Uit die verklaring volgt dat partijen op 6 oktober 2023 telefonisch hebben afgesproken dat de verlengingsovereenkomst alsnog zou worden ondertekend door beide partijen zodat [eiser] uitbetaald zou kunnen worden. De kantonrechter maakt hieruit op dat het de bedoeling van partijen was om met terugwerkende kracht de arbeidsovereenkomst te verlengen. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring, omdat het hier gaat om een onafhankelijke verklaring van de sociaal raadsvrouw die er geen belang bij heeft om haar verklaring te kleuren. Het enkele betwisten dat deze overeenkomst is ondertekend is tegenover de stukken die [eiser] heeft overgelegd onvoldoende. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat vast is komen te staan dat de gestelde arbeidsovereenkomst voor de periode van 1 september 2023 tot en met 13 maart 2024 tot stand is gekomen. De overige verklaringen of er al dan niet arbeid is verricht doen dan ook niet ter zake.
1.4.
Daarnaast volgt uit de overgelegde Whatsapp berichten, waarvan de inhoud op zichzelf niet is betwist door [gedaagde] , dat partijen contact hebben gehad over de ziekmelding van [eiser] op 29 september 2023. Ook staat vast dat [eiser] in september 2023 nog wel zorg heeft verleend aan de broer van [gedaagde] in dezelfde woning. Gelet op het voorgaande is het ook niet aannemelijk dat [eiser] geen werkzaamheden meer zou hebben verricht voor [gedaagde] in de maand september 2023.
1.5.
De gevorderde verklaring van recht zal worden toegewezen.
Achterstallig loon en wettelijke verhoging
1.6.
De hoogte van het loon is niet (langer) door [gedaagde] betwist. Gelet daarop zal de vordering tot betaling van het achterstallige loon over de periode van 1 september 2023 tot en met 13 maart 2024 worden toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding, gelet op de particuliere aard van de arbeidsovereenkomst, om de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW te matigen tot 10%.
Loonspecificaties
1.7.
De vordering tot het verstrekken van de loonspecificaties wordt toegewezen omdat [gedaagde] hiertoe als werkgever verplicht is. Tegen de gevorderde dwangsom is geen verweer gevoerd en deze zal worden toegewezen met een maximum van € 25.000,-.
Informeren UWV
1.8.
Tenslotte verzoekt [eiser] om [gedaagde] te veroordelen om met terugwerkende kracht, vanaf 29 september 2023, het UWV in te lichten omtrent de ziekmelding van [eiser] . Dit zal eveneens worden toegewezen.
Proceskosten
1.9.
Gelet op de omstandigheden zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
verklaart voor recht dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] van 1 september 2023 tot en met 13 maart 2024,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] om met terugwerkende kracht, vanaf 29 september 2023, het UWV in te lichten omtrent de ziekmelding van [eiser] ,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] aan [eiser] te betalen een bedrag van € 17.974,19 aan achterstallig loon over de periode van 1 september 2023 tot en met 31 maart 2024, te vermeerderen met 10 % aan wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW en met de wettelijke rente zoals bedoeld artikel 6:119 BW, vanaf 14 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
2.4.
veroordeelt [gedaagde] om de loonspecificaties te verstrekken over de loonbetalingen over de periode 1 september 2023 tot en met 13 maart 2024, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
2.5.
compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen,
2.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M. van der Kaay en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
61291