Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een professionele kramenzetter met vergunning voor het plaatsen en verhuren van marktkramen op de Albert Cuypmarkt en een winkelier die drie kramen voor zijn winkel gebruikt. De kramenzetter vordert betaling van openstaande facturen over de periode van week 3, 2024 tot en met week 2, 2025, ter hoogte van €19.050,96, vermeerderd met handelsrente en incassokosten.
De winkelier betwist het bestaan van een overeenkomst of stelt dat deze met terugwerkende kracht is opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat dagelijks een aanbod tot huur wordt gedaan door de kramenzetter en dat de winkelier dit aanbod door het gebruik van de kramen aanvaardt. Het niet afmelden in het digitale systeem en het feitelijk gebruik van de kramen leidt tot een dagelijkse totstandkoming van de huurovereenkomst.
De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief de buitengerechtelijke incassokosten conform het toepasselijke Besluit. Tevens worden proceskosten en wettelijke rente toegewezen. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken, zodat elke gedaagde het volledige bedrag kan worden aangesproken.
Uitkomst: Winkelier wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €20.016,46 aan kramenzetter inclusief rente en kosten.