De man verzocht de rechtbank om de kinderalimentatie vast te stellen op € 25,- per maand met terugwerkende kracht vanaf 15 juli 2020. Hij stelde dat de oorspronkelijke beschikking van het gerechtshof Amsterdam gebaseerd was op onjuiste of onvolledige financiële gegevens en dat zijn draagkracht inmiddels sterk was verminderd vanwege ziekte en werkloosheid.
De vrouw betwistte het verzoek en stelde dat de man niet-ontvankelijk was omdat de uitspraak van het hof onherroepelijk was en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd van zijn gewijzigde omstandigheden. De rechtbank concludeerde dat de man niet voldeed aan zijn waarheids- en volledigheidsplicht en onvoldoende financiële gegevens had overgelegd, zoals aangiften en aanslagen inkomstenbelasting en jaarstukken van zijn bv’s.
De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden en verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Tevens werd de man veroordeeld in de proceskosten van de vrouw wegens nodeloos procederen, aangezien hij op de hoogte had moeten zijn van de bewijsvereisten en toch onvoldoende stukken had aangeleverd.