Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Circuit Court in Katowice, Polen. De officier van justitie diende op 13 augustus 2025 een vordering in tot behandeling van het EAB, dat was uitgevaardigd op 3 maart 2022. De opgeëiste persoon, geboren in Polen in 1991, is in Nederland woonachtig en heeft de Poolse nationaliteit. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 was de opgeëiste persoon aanwezig, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, en een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen, met schorsing tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB een vonnis vermeldt van het District Court in Chorzów van 8 november 2011, waarin de opgeëiste persoon een vrijheidsstraf van twee jaar is opgelegd. De opgeëiste persoon heeft aangevoerd dat hij een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft gekregen, die hij heeft nageleefd, en dat hij geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd. De officier van justitie heeft gesteld dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet en dat er geen weigeringsgronden zijn. De feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, zijn gekwalificeerd als diefstal met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, omdat aan de wettelijke eisen is voldaan en er geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het EAB. De uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, en mrs. E. de Rooij en M. Westerman, rechters, in aanwezigheid van griffier mr. F.K. Verbruggen.