ECLI:NL:RBAMS:2025:8319

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
13/148091-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor uitbreiding van de tenuitvoerlegging van een straf in het kader van een Europees aanhoudingsbevel

Op 15 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beslissing genomen op een verzoek om toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan. Dit verzoek was ingediend door de officier van justitie op 11 augustus 2025 en betreft een overgeleverde persoon die momenteel gedetineerd is in België. Het verzoek is afkomstig van het Hof van beroep Antwerpen en betreft een aanvullend Europees aanhoudingsbevel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de overgeleverde persoon op 10 oktober 2025 door de substituut-procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen is gehoord. De overgeleverde persoon heeft aangegeven niet vrijwillig in te stemmen met het verzoek en heeft geen afstand gedaan van het specialiteitsbeginsel. De rechtbank heeft de detentiegaranties van de Belgische autoriteiten beoordeeld en vastgesteld dat deze voldoende zijn om de rechten van de overgeleverde persoon te waarborgen. De rechtbank heeft vervolgens besloten het verzoek toe te wijzen en toestemming verleend voor de uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de straf, zoals vermeld in het verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/148091-24
Datum beslissing: 15 oktober 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 11 augustus 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is afkomstig van het Hof van beroep Antwerpen, België, van 3 juli 2025, en is ingediend door het Parket bij het hof van beroep, Antwerpen, en betreft:
[overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in [land] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De overgeleverde persoon is op 10 oktober 2025 door de substituut-procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen over dit verzoek gehoord. Het proces-verbaal houdt onder meer in:
“De heer [overgeleverde persoon] verklaart hierbij:
“Ik wens niet vrijwillig in te stemmen en doe geen afstand van het specialiteitsbeginsel.”
In het kader van de tenuitvoerleggingsprocedure van dit aanvullend Europees aanhoudingsbevel door de Nederlandse gerechtelijke autoriteiten, wordt aan de overgeleverde persoon gevraagd om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken.
Betrokkene verklaart daarop dat hij niet akkoord gaat met het bijkomend verzoek tot overlevering. Hij heeft geen verdere opmerkingen hierbij.
De raadsman van betrokkene wordt eveneens bevraagd naar eventuele juridische argumenten die een bijkomende overlevering in de weg zouden staan. De raadsman verklaart geen juridische argumenten aan te brengen.”
Uit dit proces-verbaal leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon feitelijk de
mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot
het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken. [1]
De Belgische autoriteiten hebben op 22 september 2025 de volgende detentiegarantie gegeven:
“1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[overgeleverde persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Dendermonde.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [overgeleverde persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:

De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.

De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o
De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o
Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.

De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.

Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de tenuitvoerlegging van de straf van
[overgeleverde persoon]voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 15 oktober 2025 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.K. Verbruggen, griffier.

Voetnoten

1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/2 1 PPU en C-429!2 1 PPU, ECLI:EU:C:202 1:876, punt 63.