ECLI:NL:RBAMS:2025:8369

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
C/13/754800 / HA ZA 24-870 evs
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake schadevergoeding en opschorting van betaling tussen Lets Print Management OÜ en OÜ Print Best

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 5 november 2025 een eindvonnis gewezen in een civiele procedure tussen Lets Print Management OÜ, een rechtspersoon uit Estland, en OÜ Print Best, eveneens een Estlandse rechtspersoon. Lets Print vorderde schadevergoeding van Print Best wegens het niet naleven van een opzegtermijn en schending van een exclusiviteitsbepaling in hun overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat Print Best tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, maar kon niet vaststellen op welke klantenvergoeding Lets Print recht had. De rechtbank wees de vorderingen tot schadevergoeding af, maar verklaarde dat Lets Print een rechtsgeldig beroep op opschorting had gedaan en dat Print Best moest betalen voor de buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten werden toegewezen aan Lets Print, die in het gelijk werd gesteld voor het grootste deel van haar vorderingen. De zaak werd verwezen naar de schadestaatprocedure voor de vaststelling van de schade die Lets Print heeft geleden door de schending van de exclusiviteit.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/754800 / HA ZA 24-870
Vonnis van 5 november 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LETS PRINT MANAGEMENT OÜ,
te Tallin (Estland),
eisende partij,
hierna te noemen: Lets Print,
advocaat: mr. J.G. Crozier,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
OÜ PRINT BEST,
te Viljandi (Estland),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Print Best,
advocaat: mr. O.G. Trojan.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 juni 2025, waarbij Print Best in de gelegenheid is gesteld om te reageren op productie 20 van Lets Print;
- de akte uitlaten met producties van Print Best;
- de antwoordakte tevens akte houdende wijziging van eis met producties van Lets Print;
- de antwoordakte wijziging eis en akte uitlaten producties van Print Best.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Dit vonnis in het kort

2.1.
In het tussenvonnis van 11 juni 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank geoordeeld dat tussen partijen sprake is van een duurovereenkomst die in elk geval deels op de bepalingen van de schriftelijke overeenkomst gestoeld is en dat Print Best een schadevergoeding moet betalen omdat zij tekort is gekomen in de nakoming van de exclusiviteitsbepaling in de overeenkomst en omdat zij de opzegtermijn van zes maanden niet heeft gehanteerd. Print Best dient ook bij wijze van schadevergoeding een klantenvergoeding te betalen. Print Best is in de gelegenheid gesteld om te reageren op een boekhoudkundige opstelling van Lets Print (productie 20).
2.2.
De rechtbank kan aan de hand van de overgelegde producties en de toelichting daarop niet vast stellen op welke klantenvergoeding Lets Print recht heeft en welke schade zij heeft geleden wegens niet in acht nemen van de opzegtermijn. Die vorderingen worden daarom afgewezen. De verklaring voor recht in verband met schending van de exclusiviteit wordt toegewezen met verwijzing van de zaak naar de schadestaat procedure. Ook het beroep op opschorting van betaling van de facturen van Print Best wordt toegewezen. De vordering tot verrekening wordt afgewezen.

3.Het geschil

3.1.
Lets Print vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Print Best veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding in verband met het niet hanteren van een redelijke opzegtermijn van
a. Primair € 730.065,94, althans € 306.160,80, althans € 153.080,40, althans € 76.540,20, uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 31,10%, al dan niet als niet-privatieve lasthebber van Bal Media ten aanzien van het deel van de gederfde winstmarge (zijnde 8,08%) dat ziet op de verkoop van de betreffende orders door Bal Media aan eindafnemers;
b. subsidiair € 540.389,69, althans € 226.618,07, althans € 113.309,03, althans € 56.654,52. uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 23,02%;
c. meer subsidiair een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2023;
II. Print Best veroordeelt tot vergoeding van de door Lets Print geleden schade in verband met de schending van de exclusiviteit, nader te bepalen, te vermeerderen
met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid;
III. voor recht verklaart dat Lets Print een rechtsgeldig beroep op opschorting heeft gedaan en Lets Print niet gehouden is tot betaling van de facturen zolang de gronden voor opschorting voortduren;
IV. voor recht verklaart dat Lets Print de door haar geleden schade mag verrekenen met de door haar opgeschorte betalingen van de facturen;
V. Print Best veroordeelt tot betaling een klantenvergoeding althans een schadevergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking, ter hoogte van:
primair € 182.832,35, uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 31,10%, al dan niet als niet-privatieve lasthebber van Bal Media ten aanzien van het deel van de gederfde winstmarge (zijnde 8,08%) dat ziet op de verkoop van de betreffende orders door Bal Media aan eindafnemers;
subsidiair € 135.331,21, uitgaande van een gemiddelde winstmarge van Lets Print van 23,02%;
meer subsidiair een door de Rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,
te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2023;
VI. Print Best veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
VII. Print Best veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.De verdere beoordeling

Verzoek terugkomen bindende eindbeslissing
4.1.
Print Best heeft in de akte van 23 juli jl. betoogd dat de vordering van Lets Print tot betaling van een klantvergoeding moet worden afgewezen, omdat daartoe geen aanleiding bestaat. Voor zover Print Best de rechtbank verzoekt terug te komen op haar bindende eindbeslissing dat het betalen van een klantenvergoeding op grond van de redelijkheid en billijkheid op zijn plaats is (r.o. 5.17), geldt het volgende.
4.2.
Op een bindende eindbeslissing in een tussenvonnis kan slechts onder bijzondere omstandigheden worden teruggekomen, te weten wanneer sprake is van (kort gezegd) een alsnog gebleken juridisch of feitelijk onjuiste grondslag, om te voorkomen dat de rechter op een ondeugdelijke grondslag einduitspraak zou doen. Daarvan is sprake als de rechter, na een dergelijke heroverweging, inziet dat zijn uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordeel was gegrond op een onhoudbare feitelijke lezing van een of meer gedingstukken, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn. Print Best heeft onvoldoende concrete stellingen aangevoerd waaruit dit blijkt. De enkele omstandigheid dat Print Best naar eigen zeggen geen voordeel heeft gehad van het klantenbestand van Lets Print volstaat niet. Evenmin is anderszins van bijzondere omstandigheden gebleken. Het verzoek van Print Best wordt afgewezen.
Hoogte schadevergoeding
4.3.
Lets Print heeft het standpunt ingenomen dat haar gemiddelde omzet over de jaren 2018 tot en met 2020 € 588.085,44 per jaar bedraagt en ter onderbouwing daarvan heeft zij een overzicht van de orders die zij in die periode bij Print Best heeft geplaatst overgelegd (productie 20). Op grond van die gegevens heeft Lets Print betoogd dat de klantenvergoeding € 105.208,48 bedraagt (één jaar brutowinst (marge)) en de schadevergoeding wegens het niet hanteren van een redelijke opzegtermijn € 350.000.
4.4.
Nadat Print Best bij akte heeft gereageerd op productie 20 – en heeft betoogd dat uit productie 20 niet blijkt hoeveel winst Lets Print op de orders heeft behaald – heeft Lets Print haar eis vermeerderd en de klantenvergoeding en schadevergoeding berekend aan de hand twintig orders die zij bij Print Best heeft geplaatst. Lets Print heeft voor vijf orders uit 2021, tien orders uit 2022 en vijf orders uit 2023 de volgende stukken overgelegd: (i) de order van Lets Print bij Print Best, (ii) de verkoopfactuur van Lets Print aan eindafnemers dan wel aan Bal Media (een aan Lets Print gelieerde zusteronderneming) en (iii) indien van toepassing de verkoopfacturen van Bal Media aan eindafnemers. Volgens Lets Print gaat het om een selectie van representatieve orders en moet aan de hand daarvan worden geconcludeerd dat zij een gemiddelde winstmarge van 31,10% heeft gerealiseerd op de orders bij Print Best. Print Best betwist dat de overgelegde orders een representatief beeld vormen van de brutowinst(marge) die Lets Print heeft gerealiseerd.
4.5.
De rechtbank overweegt dat het aannemelijk is dat Lets Print winst is misgelopen doordat Print Best de opzegtermijn van zes maanden niet heeft gehanteerd. In het tussenvonnis heeft de rechtbank ook al overwogen dat het betalen van een klantenvergoeding in dit geval op zijn plaats is. Het is echter aan Lets Print om inzichtelijk te maken hoe hoog de door haar geleden schade is. Daarin is zij niet geslaagd. Lets Print heeft slechts twintig orders overgelegd als productie 21 terwijl uit productie 20 blijkt dat zij vanaf 2018 tot september 2023 honderden orders bij Print Best heeft geplaatst. Lets Print heeft enkel gesteld dat deze twintig orders een representatief beeld vormen van de brutowinst die zij tijdens de samenwerking heeft gerealiseerd, maar dat niet toegelicht. Dat die orders een representatief beeld van de brutowinst vormen kan evenmin uit de stukken worden afgeleid. Print Best betwist dat de selectie van twintig orders een representatief beeld vormen en de winstberekening is niet gebaseerd op enige opstelling waarbij wordt uitgegaan van de gerealiseerde winstmarge volgens haar jaarrekeningen over die verschillende jaren. Lets Print lijkt haar winst slechts te berekenen als het verschil tussen inkoop- en verkoopprijs van het drukwerk dat zij door Print Best liet vervaardigen minus de transportkosten. Dat is geen realistische basis voor een winstberekening. Ook is volgens Print Best niet navolgbaar waardoor zij een mogelijke winst van Bal Media bij de hare optelt. De rechtbank onderschrijft dat.
4.6.
Aan de hand van productie 20 kan evenmin de brutowinst(marge) van Lets Print worden berekend. Uit dat overzicht blijkt enkel welke orders Lets Print bij Print Best heeft geplaatst en voor welk bedrag, maar daaruit kan niet worden afgeleid voor welk bedrag Lets Print deze orders heeft doorverkocht aan een derde en welke winst Lets Print daarbij heeft gemaakt. Ook daar betrekt Lets Print geen andere bedrijfskosten in haar opstelling.
4.7.
De conclusie van het voorgaande is dat de gevorderde schadevergoeding in verband met het niet hanteren van een redelijke opzegtermijn en de klantenvergoeding niet toewijsbaar zijn.
Slotsom
4.8.
Zoals al is overwogen in r.o. 5.10 en 5.12 van het tussenvonnis is het gevorderde zoals gevorderd onder II. en III. toewijsbaar. De verklaring voor recht (vordering onder IV.) dat Lets Print de door haar geleden schade mag verrekenen met de door haar opgeschorte betalingen van de facturen is niet toewijsbaar. In deze procedure wordt Print Best niet veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding. Voor de vaststelling van de schade die Lets Print heeft geleden als gevolg van het schenden van de exclusiviteit wordt verwezen naar de schadestaat. Daarmee staat in deze procedure nog niet vast dat en welk bedrag Print Best moet betalen aan Lets Print voor het schenden van de exclusiviteitsbepaling. Dat leidt ertoe dat (nog) niet kan worden vastgesteld dat aan de eisen van verrekening, waaronder dat de tegenvordering vast staat, is voldaan.
4.9.
Lets Print vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Volgens het toepasselijke tarief heeft Lets Print recht op een vergoeding van € 40,-.
4.10.
Omdat Print Best grotendeels ongelijk krijgt, moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) van Lets Print betalen. De proceskosten van Lets Print worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
1.842,00
(3 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.772,97
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt Print Best tot vergoeding van de door Lets Print geleden schade in
verband met de schending van de exclusiviteit, nader te bepalen en op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente ingevolge artikel 6:119 BW, vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
5.2.
verklaart voor recht dat Lets Print een rechtsgeldig beroep op opschorting toekomt en dat Lets Print niet gehouden is tot betaling van de Facturen zolang de gronden voor opschorting voortduren;
5.3.
veroordeelt Print Best om aan Lets Print te betalen een bedrag van € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW,
5.4.
veroordeelt Print Best in de proceskosten van € 8.772,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als Print Best niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Print Best tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.