Motivo NL B.V., een uitzendbureau dat buitenlandse medewerkers detacheert, bankierde sinds 2019 bij Rabobank. Na een klantonderzoek van Rabobank tussen mei 2023 en februari 2024, waarbij onder meer onduidelijkheden over de bedrijfsvoering en een evr-registratie wegens fraude werden vastgesteld, zegde Rabobank de relatie op 6 maart 2024 op.
Motivo vorderde in deze procedure dat de opzegging onrechtmatig werd verklaard en dat Rabobank de klantrelatie ongewijzigd zou voortzetten. Motivo stelde dat zij zonder bankrekening haar onderneming niet kon voortzetten en dat zij alle vragen van Rabobank had beantwoord, waaronder het tijdig deponeren van haar jaarrekeningen.
De rechtbank oordeelde dat Rabobank in beginsel de relatie mocht opzeggen, mits dit niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Motivo slaagde er niet in voldoende feiten en omstandigheden aan te dragen om dit te onderbouwen. De rechtbank nam alle ontwikkelingen tot aan de mondelinge behandeling in aanmerking en concludeerde dat ondanks enkele verbeteringen, zoals het deponeren van jaarrekeningen, belangrijke vragen over de aard van de onderneming en de evr-registratie onbeantwoord bleven.
Verder vond de rechtbank de financiële situatie van Motivo niet geloofwaardig, gelet op grote betalingen voor privé-uitgaven en luxevermakelijkheden, terwijl Motivo stelde geen geld te hebben voor een boekhouder of juridische procedures. Dit leidde tot het oordeel dat de opzegging rechtmatig was. Motivo werd veroordeeld in de proceskosten van ruim € 2.000, te vermeerderen bij niet-tijdige betaling.