Op 2 april 2025 werd de woning van verdachte doorzocht waarbij wapens, munitie, 1.039 gram hennep en €13.400,- contant geld werden aangetroffen. Verdachte verklaarde geen wetenschap te hebben van de aanwezigheid van deze goederen, wat werd ondersteund door de verklaring van zijn zoon, die toegaf de wapens en drugs zonder medeweten van zijn ouders te hebben geplaatst.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat verdachte bewoner was van de woning niet automatisch betekent dat hij wetenschap had van de wapens en drugs, zeker gezien de verborgen ligging en de toegang van anderen tot de woning. Verdachte leverde een concrete, verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst van het contante geld, ondersteund door stukken, die het Openbaar Ministerie niet verder onderzocht.
Daarom achtte de rechtbank het bewijs onvoldoende om de tenlasteleggingen bewezen te verklaren en sprak verdachte vrij van alle feiten, waaronder medeplegen van drugs- en wapenbezit en witwassen. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.