Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de akte van eisende partij.
Rechtbank Amsterdam
In deze bodemzaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is op 17 oktober 2025 vonnis gewezen in de zaak van A-MEUBEL B.V., een besloten vennootschap gevestigd te Amersfoort, die als eisende partij optrad tegen een gedaagde partij die niet verschenen was. De procedure volgde op een tussenvonnis van 18 juli 2025, waarin de eisende partij de gelegenheid kreeg om zich uit te laten over de vernietiging van een annuleringsbeding dat als oneerlijk werd aangemerkt volgens Richtlijn 93/13 EG. De eisende partij stelde dat zij schade had geleden door de annulering van de koopovereenkomst en voerde aan dat het annuleringsbeding niet onredelijk bezwarend was, omdat de annuleringskostenvergoeding in verhouding zou staan tot de werkelijk geleden schade.
De kantonrechter oordeelde echter dat de argumenten van de eisende partij niet afdoen aan de voorgenomen vernietiging van het annuleringsbeding. De rechter wees erop dat de bedongen vergoeding zeer hoog was in verhouding tot de aankoopsom en dat het beding de eisende partij aansprakelijk stelde voor aanvullende kosten zonder limiet. Dit leidde tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument. Daarom werd het annuleringsbeding vernietigd en werd de vordering van de eisende partij integraal afgewezen. De kantonrechter benadrukte het belang van het doel van de richtlijn, namelijk het verwijderen van oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten en het bevorderen van eerlijke concurrentie. De eisende partij werd als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij op nihil werden begroot.