ECLI:NL:RBAMS:2025:8563

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
10781589 \ CV EXPL 23-14256
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van een oneerlijk annuleringsbeding in een koopovereenkomst

In deze bodemzaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is op 17 oktober 2025 vonnis gewezen in de zaak van A-MEUBEL B.V., een besloten vennootschap gevestigd te Amersfoort, die als eisende partij optrad tegen een gedaagde partij die niet verschenen was. De procedure volgde op een tussenvonnis van 18 juli 2025, waarin de eisende partij de gelegenheid kreeg om zich uit te laten over de vernietiging van een annuleringsbeding dat als oneerlijk werd aangemerkt volgens Richtlijn 93/13 EG. De eisende partij stelde dat zij schade had geleden door de annulering van de koopovereenkomst en voerde aan dat het annuleringsbeding niet onredelijk bezwarend was, omdat de annuleringskostenvergoeding in verhouding zou staan tot de werkelijk geleden schade.

De kantonrechter oordeelde echter dat de argumenten van de eisende partij niet afdoen aan de voorgenomen vernietiging van het annuleringsbeding. De rechter wees erop dat de bedongen vergoeding zeer hoog was in verhouding tot de aankoopsom en dat het beding de eisende partij aansprakelijk stelde voor aanvullende kosten zonder limiet. Dit leidde tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument. Daarom werd het annuleringsbeding vernietigd en werd de vordering van de eisende partij integraal afgewezen. De kantonrechter benadrukte het belang van het doel van de richtlijn, namelijk het verwijderen van oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten en het bevorderen van eerlijke concurrentie. De eisende partij werd als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde partij op nihil werden begroot.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10781589 \ CV EXPL 23-14256
Vonnis van 17 oktober 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
A-MEUBEL B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
eisende partij,
gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders & Inc.,
tegen
[gedaagde],
wonende te Amsterdam,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 juli 2025,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen tot vernietiging van het annuleringsbeding dat aan de vordering ten grondslag ligt, dat door de kantonrechter als oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 EG (hierna: de richtlijn) is aangemerkt.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd dat zij schade heeft geleden door de annulering van de koopovereenkomst. Als productie overlegt eisende partij een kopie van de factuur waaruit de inkoopprijs van € 652,00 blijkt. Eisende partij heeft ook schade geleden door opslag van de bank en winstderving. Het annuleringsbeding is niet onredelijk bezwarend, omdat de annuleringskostenvergoeding volgens eisende partij in verhouding staat met de werkelijk geleden schade.
2.3.
Hetgeen eisende partij naar voren heeft gebracht kan niet afdoen aan de voorgenomen vernietiging. Dat eisende partij schade kan lijden bij annuleringen is mogelijk (maar geen gegeven, nu de niet afgenomen bank opnieuw kan worden verkocht, eventueel tegen een gereduceerde verkoopprijs), maar dat is op zichzelf niet allesbepalend voor de vraag of het annuleringsbeding al dan niet als oneerlijk is aan te merken. Het beoordelingsmoment is de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, waarbij met alle omstandigheden rekening moet worden gehouden. Wat eisende partij in haar akte heeft aangevoerd neemt niet weg dat de bedongen vergoeding zeer hoog is in verhouding tot de aankoopsom en dat de vergoeding is bedongen over de aankoopsom inclusief btw, terwijl het contractbelang van eisende partij exclusief btw is. Bovendien geeft het beding eisende partij aanspraak op een nog hogere vergoeding als haar schade hoger is, terwijl zij de bewijslast voor een lagere schade bij de consument legt en maakt het beding het mogelijk om zonder limiet aanvullende opslagkosten in rekening brengen. Eén en ander tezamen maken dat sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument.
2.4.
Het annuleringsbeding wordt daarom vernietigd. Gevolg hiervan is dat de vordering integraal wordt afgewezen.
2.5.
De kantonrechter wijst eisende partij erop dat het doel van de richtlijn is om oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten te laten verdwijnen en eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen. Om dat doel te bereiken dienen sancties onder meer afschrikkend en doeltreffend te zijn. Verwacht wordt dat de handelaar daardoor wordt aangezet verandering te bewerkstelligen, zoals aanpassing of verwijdering van oneerlijke bedingen in haar voorwaarden. Dat eisende partij bij deze uitkomst nadeel ondervindt, is een bijeffect om dit hogere doel te realiseren.
2.6.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025.
991