ECLI:NL:RBAMS:2025:8563

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
10781589 \ CV EXPL 23-14256
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijk annuleringsbeding bij aankoop bank en afwijzing vordering

Eiser, A-MEUBEL B.V., vorderde betaling op grond van een annuleringsbeding in een koopovereenkomst voor een bank. De kantonrechter stelde vast dat het beding oneerlijk was in de zin van Richtlijn 93/13 EG, omdat de vergoeding disproportioneel hoog was ten opzichte van de aankoopsom en onredelijke voorwaarden bevatte, zoals het in rekening brengen van kosten inclusief btw en het leggen van bewijslast bij de consument.

Hoewel eiser schade stelde te hebben geleden, waaronder inkoopkosten en winstderving, werd dit niet voldoende geacht om het beding als redelijk te bestempelen. De rechtbank oordeelde dat het annuleringsbeding het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoorde ten nadele van de consument.

Daarom werd het beding vernietigd en de vordering van eiser integraal afgewezen. De kantonrechter wees erop dat het doel van de richtlijn is om oneerlijke bedingen te elimineren en eerlijke concurrentie te bevorderen, waarbij sancties afschrikkend en doeltreffend moeten zijn. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot aan de zijde van gedaagde.

Uitkomst: Het oneerlijke annuleringsbeding wordt vernietigd en de vordering van eiser wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10781589 \ CV EXPL 23-14256
Vonnis van 17 oktober 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
A-MEUBEL B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
eisende partij,
gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders & Inc.,
tegen
[gedaagde],
wonende te Amsterdam,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 juli 2025,
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen tot vernietiging van het annuleringsbeding dat aan de vordering ten grondslag ligt, dat door de kantonrechter als oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 EG (hierna: de richtlijn) is aangemerkt.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd dat zij schade heeft geleden door de annulering van de koopovereenkomst. Als productie overlegt eisende partij een kopie van de factuur waaruit de inkoopprijs van € 652,00 blijkt. Eisende partij heeft ook schade geleden door opslag van de bank en winstderving. Het annuleringsbeding is niet onredelijk bezwarend, omdat de annuleringskostenvergoeding volgens eisende partij in verhouding staat met de werkelijk geleden schade.
2.3.
Hetgeen eisende partij naar voren heeft gebracht kan niet afdoen aan de voorgenomen vernietiging. Dat eisende partij schade kan lijden bij annuleringen is mogelijk (maar geen gegeven, nu de niet afgenomen bank opnieuw kan worden verkocht, eventueel tegen een gereduceerde verkoopprijs), maar dat is op zichzelf niet allesbepalend voor de vraag of het annuleringsbeding al dan niet als oneerlijk is aan te merken. Het beoordelingsmoment is de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, waarbij met alle omstandigheden rekening moet worden gehouden. Wat eisende partij in haar akte heeft aangevoerd neemt niet weg dat de bedongen vergoeding zeer hoog is in verhouding tot de aankoopsom en dat de vergoeding is bedongen over de aankoopsom inclusief btw, terwijl het contractbelang van eisende partij exclusief btw is. Bovendien geeft het beding eisende partij aanspraak op een nog hogere vergoeding als haar schade hoger is, terwijl zij de bewijslast voor een lagere schade bij de consument legt en maakt het beding het mogelijk om zonder limiet aanvullende opslagkosten in rekening brengen. Eén en ander tezamen maken dat sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht ten nadele van de consument.
2.4.
Het annuleringsbeding wordt daarom vernietigd. Gevolg hiervan is dat de vordering integraal wordt afgewezen.
2.5.
De kantonrechter wijst eisende partij erop dat het doel van de richtlijn is om oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten te laten verdwijnen en eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen. Om dat doel te bereiken dienen sancties onder meer afschrikkend en doeltreffend te zijn. Verwacht wordt dat de handelaar daardoor wordt aangezet verandering te bewerkstelligen, zoals aanpassing of verwijdering van oneerlijke bedingen in haar voorwaarden. Dat eisende partij bij deze uitkomst nadeel ondervindt, is een bijeffect om dit hogere doel te realiseren.
2.6.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025.
991