Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
Samenvatting
.Het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
27 februari 2025 alsnog besloten om aan eiseres bijzondere bijstand voor dieetkosten toe te kennen met terugwerkende kracht vanaf 8 mei 2024.
31 oktober 2024 heeft verstuurd en op 5 november 2024 door het college is ontvangen.
8 mei 2024 en dat er om die reden geen dwangsom is verschuldigd. Alhoewel dit besluit onjuist is, omdat eiseres een (incomplete) aanvraag had ingediend op
8 mei 2024, heeft het college met het besluit van 7 november 2024 binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op de aanvraag van eiseres beslist. Ook al was het standpunt van het college dat er geen aanvraag van 8 mei 2024 lag waarop het college had moeten beslissen. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college geen dwangsom is verschuldigd aan eiseres gelet op artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.G. dos Santos 't Hoen, griffier.