ECLI:NL:RBAMS:2025:8622

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
775584
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot overlegging administratie en verantwoording betalingen voormalig bestuurder

Eiser, een vennootschap opgericht in 2015 voor samenwerking gericht op verduurzaming van kerken, vordert in kort geding dat voormalig bestuurder en aandeelhouder gedaagde volledige originele administratie en verantwoording van betalingen overlegt. Gedaagde was bestuurder tot december 2020 en heeft in november 2023 haar aandelen overgedragen.

Eiser stelt dat betalingen aan gedaagde onrechtmatig zijn verricht en vordert onder meer inzage in bestuursbesluiten, facturen en originele documenten, alsmede bewijs dat administratie volledig is overgedragen. Gedaagde betwist de stellingen en verklaart dat stukken reeds in bezit van eiser zijn en dat administratie via een extern kantoor is gedeeld.

De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagde nog over de administratie beschikt en dat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd. De beschuldigingen van onrechtmatige betalingen zijn niet bewezen. Declaratoire vorderingen en verzoeken tot beslag worden afgewezen vanwege gebrek aan grondslag en procedurele ongeschiktheid.

De voorzieningenrechter wijst alle gevraagde voorzieningen af en veroordeelt eiser in de proceskosten van bijna €2.000, inclusief griffierecht en advocaatkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Alle vorderingen van eiser tot overlegging administratie en verantwoording betalingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/775584 / KG ZA 25-741 MdV/KH
Vonnis in kort geding van 28 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
eisende partij bij dagvaarding van 1 oktober 2025,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J.M.R. Vlaar,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V.,

te [vestigingsplaats 1] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] en ieder afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
advocaat: mr. D.G.M. Huijboom.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 14 oktober 2025 heeft [eiser] de dagvaarding toegelicht. [gedaagden] heeft, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord, verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties en pleitaantekeningen in het geding gebracht. Vonnis is bepaald op vandaag.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
  • aan de zijde van [eiser] : [naam 1] met mr. Vlaar,
  • aan de zijde van [gedaagden] : [gedaagde 2] met mr. Huijboom.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is in 2015 opgericht voor een samenwerking tussen [gedaagde 2] en [naam 1] . Die samenwerking was gericht op het opkopen en verduurzamen van kerken in Nederland. [gedaagde 2] was bestuurder van [eiser] vanaf november 2015, in december 2020 is hij uitgeschreven als bestuurder. [naam 1] is sinds juli 2019 bestuurder van [eiser] .
2.2.
[gedaagde 2] en [naam 1] hielden ieder via hun eigen vennootschap 50% van de aandelen in [eiser] . [gedaagde 2] deed dat via [gedaagde 1] B.V. (hierna: [gedaagde 1] ), [naam 1] via Ardeat Vitrea B.V. (hierna: Ardeat). Op 3 november 2023 heeft [gedaagde 1] haar aandelen in [eiser] overgedragen aan Ardeat, die sindsdien enig aandeelhouder is.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – enigszins samengevat – om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
Primair
I. [gedaagde 2] opdracht te geven de volledige originele administratie zoals beschreven in de dagvaarding, waaronder alle bestuursbesluiten die tot betalingen hebben geleid, uitgaande en ontvangen brieven en facturen zonder limitatief te zijn van [eiser] , vanaf de datum van oprichting tot 1 januari 2023, alsmede de verantwoording aan de notaris ten behoeve van de overdracht van de aandelen, te overleggen/af te geven aan [naam 1] / [eiser] binnen twee weken na betekening van dit vonnis,
II. [gedaagde 1] opdracht te geven om binnen twee weken na betekening van dit vonnis alle betalingen aan [gedaagde 1] te verantwoorden door de originele door [gedaagde 1] aan [eiser] verzonden facturen en de bijbehorende originele opdracht tot de onderliggende werkzaamheden over te leggen/af te geven, op straffe van een dwangsom,
III. te bepalen dat het [gedaagde 2] is die als tot overdracht verplichte bestuurder dient te bewijzen dat de originele administratie geheel en volledig is overgedragen,
IV. te bepalen dat de na de genoemde termijn niet verantwoorde betalingen vanaf de rekening van [eiser] aan [gedaagden] geacht mogen worden onbevoegd te zijn gedaan, op basis waarvan [gedaagden] gehouden is deze bedragen terug te storten op de rekening van [eiser] binnen twee weken na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,
Subsidiair
V. te bepalen dat, in aanvulling op vordering I, de over te leggen administratie tenminste bevat de originele jaarstukken, balansen en onderliggende documenten, vanaf de datum van oprichting van [eiser] en onderling (aan)sluitend tot de balans door [gedaagde 2] is toegezonden aan de notaris zoals bedoeld in productie 5, op straffe van een dwangsom,
VI. te bepalen dat [gedaagde 2] de genoemde originele AVA besluiten om geld te lenen aan [naam 2] (€ 40.000,00) en de hypotheek ten behoeve van de aanschaf van De Lier binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis overhandigt aan [eiser] , op straffe van een dwangsom,
Meer subsidiair
VII. te bepalen dat [eiser] bevoegd is om conservatoir beslag te leggen op de bankrekeningen van [gedaagde 2] en die van [gedaagde 1] , alsmede op het woonhuis van [gedaagde 2] ( [adres] ) ten behoeve van de incasso van de op te leggen dwangsommen.
3.2.
Ter zitting heeft [eiser] desgevraagd toegelicht dat zij niet heeft bedoeld om alternatieve vorderingen in te stellen, maar dat alle vorderingen naast elkaar gelden.
3.3.
[gedaagden] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vordering I en V hebben betrekking op het overleggen/afgeven van de volledige originele administratie van [eiser] door [gedaagden] Voor toewijzing daarvan is op zijn minst nodig dat [eiser] aannemelijk maakt dat [gedaagden] nog over die administratie tot 1 januari 2023 beschikt. Daarin is [eiser] niet geslaagd; dat wordt uit de dagvaarding op geen enkele manier duidelijk. Ook is niet duidelijk waarom [eiser] daar nu, jaren na uittreding van [gedaagden] , pas om verzoekt. Daar staat tegenover dat [gedaagden] heeft toegelicht dat de stukken die zij had al in het bezit zijn van [eiser] . Ook heeft [gedaagden] toegelicht dat zij het betrokken externe Administratie- & Belastingadvieskantoor [naam vof] heeft gevraagd de administratie, die [gedaagden] zelf niet had, met [eiser] te delen, die dat via WeTransfer zou hebben gedaan. [eiser] meent dat zij geen WeTransfer-link heeft ontvangen en dat zij [naam vof] niet als tussenpersoon hoeft te accepteren. Beide kunnen echter niet voor rekening van [gedaagden] komen.
4.2.
Vordering II heeft betrekking op de verantwoording van de betalingen van [eiser] aan [gedaagde 1] . In dat kader vordert [eiser] afgifte van de daaraan ten grondslag liggende facturen en opdrachten. Reden daarvoor is dat [eiser] een sterk vermoeden heeft dat [gedaagden] , toen [gedaagde 2] bestuurder was, onrechtmatig betalingen aan zichzelf heeft verricht omdat de bedragen die zijn overgemaakt niet in verhouding zouden staan tot de werkzaamheden van [gedaagde 2] of de gemaakte afspraken. Deze beschuldigingen zijn door [gedaagden] betwist en door [eiser] niet onderbouwd. Vordering II wordt daarom afgewezen. Dat betekent dat evenmin aanleiding bestaat om vordering IV toe te wijzen. Die vordering ziet erop dat [gedaagden] gehouden is de niet verantwoorde betalingen terug te betalen aan [eiser] .
4.3.
Vordering III houdt een vordering tot een declaratoir oordeel in, namelijk dat [gedaagde 2] dient te bewijzen dat de originele administratie geheel en volledig is overgedragen. Een declaratoir oordeel verdraagt zich niet met het voorlopige karakter van een kort geding. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
4.4.
Vordering VI houdt in dat wordt bepaald dat [gedaagde 2] de AVA besluiten om geld te lenen aan [naam 2] (€ 40.000,00) en de hypotheek ten behoeve van de aanschaf van De Lier dient te overhandigen aan [eiser] . Deze vordering is in zijn geheel niet onderbouwd, zodat voor toewijzing daarvan geen grond bestaat.
4.5.
Vordering VII houdt in dat wordt bepaald dat [eiser] bevoegd is om conservatoir beslag te leggen op de bankrekeningen van [gedaagden] en op het woonhuis van [gedaagde 2] ten behoeve van inning van de opgelegde dwangsommen. Los van het feit dat beslagverlof via een verzoekschrift moet worden verzocht en executoriaal beslag zal zijn bedoeld, waarvoor geen verlof nodig is, bestaat geen grond voor toewijzing van deze vordering nu geen dwangsommen zijn opgelegd.
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht
714
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.999,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025. [1]

Voetnoten

1.Type: KH