Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
€ 2,8 miljoen. Collin heeft een recht van eerste hypotheek op het pand voor € 2,5 miljoen.
3.Het geschil
primair: [gedaagde] te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, het in mei 2025 gelegde zekerheids- en leveringsbeslag, op het voortdurende recht van erfpacht van een terrein, eigendom van de [gemeente 1] , van de onroerende zaken, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend [gemeente 2] , [sectie+nummer] , groot zestien are twintig centiare, met de rechten van erfpachter op de op die grond gestichte opstallen, bestaande uit een woonhuis met bedrijfsruimte, plaatselijk bekend [adres] , op te heffen en de beslagen zaken ter vrije beschikking aan [eisers] te geven, op straffe van een dwangsom,
subsidiair: [gedaagde] te veroordelen mee te werken aan het inschrijven van een verhoging van de hypotheek, een tweede hypotheek op de onroerende zaak [zoals] hiervoor omschreven, met een inschrijving tot een bedrag van
€ 3,5 miljoen, waarbij [gedaagde] moet instemmen met deze verhoging en de inschrijving van het verlenen het recht van tweede hypotheek. De inschrijving van de verhoging dient ter zekerheidstelling van de geldlening door Collin aan [eisers] ,
meer subsidiair: zodanig te beslissen als het de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,
primair, subsidiair en meer subsidiair: met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.De beoordeling
€ 36.000,00 aan rente te betalen. Volgens [eisers] blijft er, ook na verhoging van de hypotheek, genoeg zekerheid over voor de vordering van [gedaagde] . Het pand zal na verbouwing immers minstens € 7,5 miljoen opbrengen, maar waarschijnlijk zelfs rond de
€ 12 miljoen, zoals blijkt uit de waardebepalingen van twee makelaars, aldus [eisers]