In deze civiele zaak staat de koop van een handtas van het merk Hermès centraal, waarbij de koopovereenkomst is aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat de tas authentiek moet zijn. De koopster stelt dat de geleverde tas namaak is en vordert terugbetaling van de koopprijs. De verkoopster betwist dit en vordert teruggave van de tas bij toewijzing van de vordering.
De rechtbank constateert dat onvoldoende duidelijk is of de ter zitting getoonde tas daadwerkelijk de geleverde tas is en of deze namaak betreft. Daarom wordt de koopster toegelaten tot bewijslevering om haar stelling te onderbouwen. Zij moet bewijzen welke tas is geleverd en dat deze namaak is, onder meer door nader onderzoek en toelichting van keuringsrapporten.
De procedure wordt aangehouden en de koopster krijgt een termijn tot de rolzitting van 9 december 2025 om bewijs te leveren, waaronder eventueel getuigen. Bij het uitblijven van bewijslevering wordt ervan uitgegaan dat zij geen gebruik maakt van deze mogelijkheid.