ECLI:NL:RBAMS:2025:8664

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11511699 \ CV EXPL 25-2211
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • G.J. Boeve
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 sub a BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijsopdracht authenticiteit handtas Hermès bij ontbinding koopovereenkomst

In deze civiele zaak staat de koop van een handtas van het merk Hermès centraal, waarbij de koopovereenkomst is aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat de tas authentiek moet zijn. De koopster stelt dat de geleverde tas namaak is en vordert terugbetaling van de koopprijs. De verkoopster betwist dit en vordert teruggave van de tas bij toewijzing van de vordering.

De rechtbank constateert dat onvoldoende duidelijk is of de ter zitting getoonde tas daadwerkelijk de geleverde tas is en of deze namaak betreft. Daarom wordt de koopster toegelaten tot bewijslevering om haar stelling te onderbouwen. Zij moet bewijzen welke tas is geleverd en dat deze namaak is, onder meer door nader onderzoek en toelichting van keuringsrapporten.

De procedure wordt aangehouden en de koopster krijgt een termijn tot de rolzitting van 9 december 2025 om bewijs te leveren, waaronder eventueel getuigen. Bij het uitblijven van bewijslevering wordt ervan uitgegaan dat zij geen gebruik maakt van deze mogelijkheid.

Uitkomst: Koopster wordt toegelaten tot bewijslevering om authenticiteit van de geleverde tas te bewijzen; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11511699 \ CV EXPL 25-2211
Vonnis van 11 november 2025
in de zaak van
mevrouw [eiseres],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. C. Ravesteijn,
tegen
mevrouw [gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., mr. A.S. Kik-Hartog

1.De zaak in het kort

[gedaagde] heeft aan [eiseres] een handtas verkocht en geleverd, onder de voorwaarde dat als deze tas niet van het merk Hermès zou blijken te zijn (maar namaak), [eiseres] de koopovereenkomst mocht ontbinden. [eiseres] heeft een beroep op deze ontbindende voorwaarde gedaan en vordert daarom onder andere terugbetaling van de koopprijs. [gedaagde] voert verweer en heeft bij voorwaardelijke tegeneis teruggave van de tas gevorderd. [eiseres] wordt opgedragen te bewijzen dat de geleverde tas namaak is.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 maart 2025, waarin onbedoeld niet is vermeld dat [gedaagde] tevens een conclusie van voorwaardelijke eis in reconventie heeft ingediend;
- het bericht van de rechtbank van 11 juli 2025, waarin [eiseres] is verzocht de tas, waarvan zij stelt dat die aan haar is verkocht en geleverd door [gedaagde] , mee te nemen naar de mondelinge behandeling;
- de mondelinge behandeling van 16 juli 2025, waarvan zittingsaantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
[eiseres] heeft niet schriftelijk voor antwoord in reconventie geconcludeerd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen en hun gemachtigden het woord gevoerd en vragen van de kantonrechter beantwoord. Voor [eiseres] heeft tevens haar echtgenoot het woord gevoerd. [eiseres] heeft ter zitting een handtas, oranje doos en stoffen beschermzak getoond, waarvan zij stelt dat die door [gedaagde] aan haar zijn geleverd. Ter zitting heeft [eiseres] haar eis verminderd, in die zin dat zij niet meer vordert dat het door haar gevorderde bedrag dient te worden overgemaakt op een bankrekeningnummer op naam van haar gemachtigde. Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[gedaagde] bood in een Marktplaatsadvertentie een handtas aan van het merk Hermès, model Birkin 25 Etoupe PHW (silver hardware). [eiseres] heeft de door [gedaagde] aangeboden handtas tijdens een ontmoeting tussen partijen gezien en vervolgens gekocht voor € 12.500,00.
3.2.
[eiseres] heeft op 24 september 2024 om 18.16 uur (6:16 PM) € 250,00 betaald aan [gedaagde] . Op 25 september 2024 om 10.46 uur is vanaf een bankrekening op naam van [naam vof] een bedrag van € 12.250,00 aan [gedaagde] overgemaakt onder de omschrijving: ‘
Tas’. [gedaagde] heeft de door haar aangeboden handtas bij [eiseres] thuis afgeleverd.
3.3.
In een door [gedaagde] ondertekend, handgeschreven document staat:

[plaats] , 25-09-2024
Hereby I confirm the authenticity of my bag Birkin 25, etoupe PHW (Silver Hardware) with stamp _____. Purchase oct 2023 in Paris,
If turns out after authenticity check, the bag is not real, the client entitle to receive her full refund back € 12.500,-
(…) [gedaagde] (…)
Seller/owner of the bag
(…)
Buyer:
(…) [eiseres]
3.4.
[eiseres] heeft de tas voor haar zus gekocht en na de aankoop naar haar zus in Indonesië gestuurd.
3.5.
Bij WhatsApp-bericht van 23 oktober 2024 heeft [eiseres] aan [gedaagde] geschreven: “
De tas is helaas nep. Ik wil met je ontmoeten”. Bij aangetekende brief gericht aan [gedaagde] van 14 november 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] onder andere geschreven dat [eiseres] de koopovereenkomst heeft ontbonden. Deze brief ging retour, omdat die niet is afgehaald.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
[eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 12.500,00 vermeerderd met rente, op straffe van een dwangsom, met het recht van [gedaagde] om na betaling de tas overhandigd te krijgen, op straffe van een dwangsom van [eiseres] . Ook vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
4.2.
[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de tas van [gedaagde] heeft gekocht onder een ontbindende voorwaarde. Als zou blijken dat de door [gedaagde] aan haar geleverde tas namaak is, zou [gedaagde] meewerken aan ontbinding van de koopovereenkomst. In Indonesië zijn twee echtheidskeuringen uitgevoerd door Hermès specialisten. Deze specialisten, bababebi en SOI, hebben onafhankelijk van elkaar geconcludeerd dat sprake is van namaak. [eiseres] heeft daarom een beroep op de ontbindende voorwaarde gedaan en wenst uitvoering te geven aan die ontbinding.
4.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. Daartoe voert zij aan dat niet duidelijk is of de ter zitting getoonde handtas de door haar aan [eiseres] geleverde handtas is. Verder betwist zij een namaaktas te hebben geleverd. Voor zover komt vast te staan dat de getoonde tas de geleverde tas is en dat deze namaak is, heeft [eiseres] volgens [gedaagde] haar onderzoeksplicht geschonden. Daarnaast betwist [gedaagde] dat een dwangsom kan worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom. Voor zover de vorderingen van [eiseres] worden toegewezen, verzoekt [gedaagde] om de gevorderde kosten te matigen.
in reconventie
4.4.
[gedaagde] vordert, voor het geval dat de vorderingen van [eiseres] in conventie worden toegewezen, veroordeling van [eiseres] tot teruggave van de tas, op straffe van een dwangsom, en tot betaling van de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

5.De beoordeling in conventie en reconventie

5.1.
De overeenkomst tussen partijen is geen consumentenkoop, omdat [gedaagde] niet handelde in het kader van haar handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit (art. 7:5 lid 1 sub a BW Pro).
5.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomst tussen partijen strekte tot de verkoop en levering van een handtas van het merk Hermès, model Birkin 25 Etoupe PHW (silver hardware) door [gedaagde] aan [eiseres] voor de koopsom van € 12.500,00. Ook is niet in geschil dat partijen deze overeenkomst zijn aangegaan onder een ontbindende voorwaarde, die inhoudt dat als uit een authenticiteitscontrole zou blijken dat de door [gedaagde] aan [eiseres] geleverde handtas niet van het merk Hermès is, [eiseres] recht heeft op terugbetaling van de koopprijs en [gedaagde] recht heeft op teruggave van de tas. Tussen partijen bestaat wel discussie over de vraag of de door [eiseres] ter zitting getoonde handtas de door [gedaagde] aan haar geleverde handtas is en, zo ja, of deze tas een – zogezegd – namaaktas is.
5.3.
Het dossier biedt vooralsnog onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen of de door [eiseres] ter zitting getoonde handtas door [gedaagde] aan haar is geleverd en, zo ja, of die tas namaak is. In hetgeen partijen daarover naar voren hebben gebracht ziet de kantonrechter redenen om [eiseres] toe te laten tot bewijslevering. Anders dan haar gemachtigde ter zitting heeft aangevoerd, draagt zij de bewijslast van haar stelling dat de door [gedaagde] aan haar geleverde tas niet van het merk Hermès is (hoofdregel in artikel 150 Rv Pro). Overeenkomstig haar ter zitting gedane bewijsaanbod zal zij daarom in de gelegenheid worden gesteld die stelling te bewijzen. Zij moet dus bewijzen welke tas door [gedaagde] aan haar is geleverd en dat die tas namaak is.
5.4.
In verband met deze bewijsopdracht wordt nog het volgende overwogen. Naar de kantonrechter begrijpt, kan de geleverde tas worden onderscheiden van andere tassen, door bijvoorbeeld de unieke code aan de binnenzijde van de tas en/of bepaalde gebruikssporen, waaronder eventuele krassen aan de buitenzijde. De getoonde tas zou vervolgens als de geleverde tas kunnen worden herkend als de code in en/of (een deel van) de gebruikssporen op de getoonde tas daarmee overeenstemmen. Daarvoor is dan nodig vast te stellen welke code de geleverde tas heeft en/of welke gebruikssporen die tas ten tijde van de aflevering eventueel had. Mogelijk is dit zichtbaar i) op foto’s die rondom het moment van de bezichtiging en levering van de tas door [eiseres] en haar echtgenoot zijn gemaakt, waarvan zij een deel tijdens de zitting hebben laten zien, ii) in een video-opname van de tas, gemaakt door [gedaagde] die [eiseres] stelt te hebben ontvangen, iii) in de Marktplaatsadvertentie waarover [eiseres] nog zegt te beschikken, iv) in eventueel berichtenverkeer met de zus van [eiseres] en/of v) in andere gegevens. Deze gegevens zijn echter geen onderdeel van het procesdossier. Bovendien heeft [gedaagde] betwist dat de getoonde foto’s overeenkomen met de door [eiseres] geschetste tijdlijn rondom de koop en aangevoerd dat die foto’s na de aankoop zijn gemaakt.
5.5.
Voor zover zou kunnen worden vastgesteld dat de door [eiseres] getoonde tas de door [gedaagde] aan haar geleverde tas is, wordt toegekomen aan de beoordeling van de authenticiteit van die tas. Ter onderbouwing van haar stelling dat de ontbindende voorwaarde is vervuld, heeft [eiseres] verwezen naar twee keuringsrapporten, waarvan [gedaagde] de juistheid heeft betwist. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het beginsel van hoor en wederhoor bij beide onderzoeken niet is toegepast en dat uit die rapporten niet blijkt dat deze betrekking hebben op de tas die zij aan [eiseres] heeft geleverd, noch blijkt dat sprake is van een namaaktas. Daarin wordt [gedaagde] in zoverre gevolgd dat de keuringsrapporten nog onvoldoende zijn toegelicht om mede op basis daarvan te kunnen beoordelen of de ontbindende voorwaarde is vervuld. In deze rapporten is bijvoorbeeld onder meer niet toegelicht hoe het onderzoek is aangevraagd en verlopen, welk verschil tussen echt en namaak daarin zichtbaar is en wat de deskundigheid van de rapporteurs is. In het kader van haar bewijsopdracht krijgt [eiseres] dus de gelegenheid om nader te onderbouwen dat de ontbindende voorwaarde zou zijn vervuld, bijvoorbeeld door de keuringsrapporten nader toe te lichten.
5.6.
De procedure zal vanwege de bewijsopdracht worden verwezen naar de rol en iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6.De beslissing in conventie en reconventie

De kantonrechter
6.1.
laat [eiseres] toe tot bewijs van haar stelling dat de door [gedaagde] aan haar geleverde tas niet van het merk Hermès is;
6.2.
bepaalt dat bewijslevering door middel van het overleggen van gegevens plaatsvindt voor of uiterlijk op de rolzitting van dinsdag 9 december 2025 te 10.00 uur;
6.3.
bepaalt dat, wanneer [eiseres] voor bewijslevering getuigen wil laten horen, uiterlijk op deze rolzitting ook het aantal getuigen en hun personalia moeten worden opgegeven, evenals de verhinderdata van beide partijen, de gemachtigden en – voor zover mogelijk – van de getuigen, waarna een tijdstip voor het verhoor zal worden bepaald;
6.4.
bepaalt dat uitstel in beginsel niet wordt verleend en dat bij het ontbreken van tijdig bericht van of namens [eiseres] ervan uit wordt gegaan dat zij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid tot bewijslevering;
6.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Boeve en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.