ECLI:NL:RBAMS:2025:8666

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11689639 \ CV EXPL 25-6910
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van factuur en proceskostenveroordeling in het kader van een overeenkomst van opdracht tussen een internationale keukenchef en een organisatie voor eco-resorts

In deze zaak vordert [eiser], een internationale keukenchef, betaling van een factuur van € 21.280,00 van Unbound, een organisatie die eco-resorts bouwt. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst van opdracht die volgens [eiser] tot stand is gekomen, waarbij hij werkzaamheden heeft verricht op verzoek van Unbound. De procedure begon met een dagvaarding op 2 mei 2025, gevolgd door een tussenvonnis op 3 juli 2025 en een mondelinge behandeling op 7 oktober 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat er voldoende bewijs is dat Unbound instemde met de samenwerking en dat [eiser] zijn verplichtingen is nagekomen. Unbound heeft echter betwist dat er een overeenkomst was, maar de rechtbank oordeelt dat de communicatie tussen partijen, inclusief WhatsApp-berichten en e-mails, aantoont dat er een overeenkomst van opdracht is gesloten. De rechtbank heeft Unbound veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De proceskosten zijn begroot op € 2.097,48, inclusief griffierecht en kosten van de gemachtigde. De rechtbank heeft ook de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, evenals de wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is uitgesproken op 7 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11689639 \ CV EXPL 25-6910
Vonnis van 7 november 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: All-Round Incasso,
tegen
UNBOUNDXFREELODGE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Unbound,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 mei 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 3 juli 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 7 oktober 2025, waarbij de mail van 17 september 2025 en de schriftelijke toelichting van [eiser] aan het procesdossier zijn toegevoegd. Ook zijn door de griffier zittingsaantekeningen gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is een internationale keukenchef.
2.2.
Unbound is een organisatie die kleinschalige parken bouwt (eco-resorts) waar duurzame tiny houses, vergaderruimtes en event spaces te vinden zijn in verschillende stijlen en ecologische ontwerpen.
2.3.
Vanaf 11 december 2019 tot 1 januari 2020 waren FreeLodge B.V. en [bedrijf] B.V. bestuurders van Unbound. Vervolgens was [bedrijf] B.V. enig bestuurder tot 31 augustus 2023. [naam 1] was bestuurder van [bedrijf] B.V. Daarna is FreeLodge B.V. enig bestuurder geworden.
2.4.
[eiser] heeft sinds 2016 contact met [naam 1] .
2.5.
In maart 2020 is [eiser] op verzoek van Unbound naar Nederland gevlogen. [naam 1] heeft hierbij voor [eiser] een hotelkamer geboekt.
2.6.
Op 25 maart 2020 heeft een administratief medewerker van [eiser] een mail naar [naam 1] gestuurd. Hierin staat onder andere:
“The Unbound City Escape looks amazing, what a wonderful project! [eiser] would be very happy to be part of it, he would love to create a culinary strategy and an unforgettable experience for The Unbound and it’s clients. (…) In the next few weeks [eiser] would be timewise very flexible, he could also be on-site for a period of time. (…) Attached you will find as well [eiser] ’s conditions. His daily rate is CHF 1’300,-”
2.7.
[naam 1] heeft als reactie hierop onder ander gevraagd naar
‘an estimate on every point cost and time wise?’
2.8.
Hierop heeft de medewerker van [eiser] op 7 april 2020 een gespecificeerde offerte gestuurd naar Unbound t.a.v. [naam 1] voor een bedrag van CHF 77,000.-.
2.9.
In de periode daarna is [eiser] op verzoek van Unbound in juli en in augustus 2020 nogmaals naar Nederland gevlogen. De vliegtickets en hotelverblijf is betaald door Unbound.
2.10.
Op 13 september 2020 heeft [eiser] een gespecificeerde factuur gestuurd voor een bedrag van CHF 26.400,-.
2.11.
Op 7 oktober 2020 heeft [naam 1] daarop gereageerd:
“(…) I’m more than happy to pay for your services, but as we are starting up our F&B this is a bit too much. I hope you understand our position and could talk to [naam 2] to change the invoice accordingly.”
2.12.
[eiser] heeft vervolgens een aangepaste factuur gestuurd voor een bedrag van CHF 23.150,-.
2.13.
De factuur is tot op heden niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Unbound tot betaling van € 21.280,00, vermeerderd met handelsrente en kosten. In het gevorderde bedrag heeft [eiser] de hoofdsom verminderd tot CHF 20.000, dat gelijk is aan € 21.280,00.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten, waarbij zij hebben afgesproken dat [eiser] tegen betaling werkzaamheden als chef/testimonial verricht op verzoek van [naam 1] namens Unbound. [eiser] heeft voldaan aan zijn verplichting. Zijn werkzaamheden hebben o.a. bestaan uit het maken van culinaire recepten, het maken van menu’s, het opzetten van de keuken en het bezoeken van leveranciers. Ook heeft hij het eten verzorgd voor een trouwerij. Hij heeft voor deze werkzaamheden een factuur gestuurd, maar Unbound heeft deze niet voldaan. Unbound moet de factuur alsnog betalen, aldus [eiser] .
3.2.
Unbound voert verweer inhoudende dat er in het verleden gesprekken zijn geweest, maar dat er nooit een overeenkomst is gesloten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vraag in deze zaak is of er een overeenkomst tot stand is gekomen. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Dit zijn wilsverklaringen die in iedere vorm kunnen geschieden en ook in een of meer gedragingen besloten kunnen liggen. Of een overeenkomst tot stand is gekomen is afhankelijk van wat partijen hebben verklaard en kunnen afleiden uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat er tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Dit blijkt uit het volgende.
4.3.
Er hebben diverse WhatsApp gesprekken plaatsgevonden tussen Unbound – via [naam 1] die in die periode haar vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder was – en [eiser] . Hieruit valt af te leiden dat Unbound heeft ingestemd met een samenwerking en dat zij in het kader daarvan ook voorbereidingen heeft getroffen. Zo heeft Unbound op 8 maart 2020 een WhatsApp bericht gestuurd naar [eiser] dat zij een hotelkamer voor hem heeft gereserveerd en dat zij bezig is om een vlucht voor [eiser] te boeken. In totaal is [eiser] in 2020 driemaal naar Nederland gevlogen op kosten van Unbound.
4.4.
Daarnaast heeft de administratie van [eiser] na het eerste bezoek van [eiser] contact gehad met [naam 1] en is er een offerte gestuurd. Op de offerte zijn verscheidene werkzaamheden uitgesplitst met de verwachtte tijdindicatie en de uurprijs van [eiser] . Daarbij heeft Unbound de factuur van 13 september 2020 van CHF 26.400 niet betwist. Unbound heeft enkel gevraagd of de prijs naar beneden gesteld kon worden, hetgeen [eiser] vervolgens heeft gedaan.
4.5.
Uit de vele door [eiser] overgelegde WhatsApp-gesprekken en foto’s blijkt ook dat er uitvoering is gegeven aan de overeenkomst. Zo appt Unbound [eiser] op 30 augustus 2020:
“At 3 we have the lady from Uniqlo and the pr company at the Unbound. Can we prepare the Japanese balls for them?”,op 1 september 2020:
“could you bring the couple breakfast at 09.15?”In een ander bericht van Unbound staat dat [eiser]
“has created a menu from carefully selected local and seasonal products.”Ook is niet betwist dat [eiser] heeft gekookt op een bruiloft in opdracht van Unbound. In een mail van 19 juni 2025 schrijft [naam 1] , die op dat moment niet meer werkzaam is bij Unbound, dat de contacten met [eiser] enkel het ‘inventariseren van mogelijkheden’ betrof en dat het door omstandigheden nooit tot een samenwerking is gekomen. In het licht van hetgeen hiervoor overwogen is dit standpunt onbegrijpelijk.
4.6.
Uit de stukken blijkt verder dat de exploitatie van Unbound op 1 januari 2024 is overgenomen door Basecamp Eco-resorts. In de mailcorrespondentie tussen Basecamp Eco-resorts en de gemachtigde van [eiser] schrijft Basecamp Eco-resorts niet bekend te zijn met [eiser] en ook geen stukken heeft waaruit een overeenkomst blijkt. Wat daar ook van zij, de overeenkomst is destijds aangegaan met Unbound via [naam 1] als bevoegd bestuurder. Door de overname van Unbound door Basecamp Eco-resorts is ook de vordering van [eiser] overgegaan. Dat Basecamp Eco-resorts niet bekend is met de overeenkomst of met deze vordering kan niet aan [eiser] worden tegengeworpen.
4.7.
Dit betekent dat de vordering van [eiser] voor wat betreft de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke handelsrente zal worden toegewezen.
4.8.
[eiser] vordert € 185,39 aan kosten voor genomen taxi’s tijdens de bezoeken in Nederland. Uit de factuur blijkt dat de taxikosten zijn ‘
offered’. Dit is door Unbound niet betwist en uit de app-wisseling blijkt dat Unbound de vervoerkosten van [eiser] voor haar rekening nam. Deze kosten zullen daarom worden toegewezen.
4.9.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 987,80 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.10.
Unbound is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,48
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.097,48
4.11.
De gevorderde wettelijke (handels)rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Unbound om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 21.280,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 2 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Unbound om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 185,39,
5.3.
veroordeelt Unbound om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 987,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt Unbound in de proceskosten van [eiser] van € 2.097,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Unbound niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Unbound tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, kantonrechter, bijgestaan door
mr. S.C.C. Valk en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.