Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.3. Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
- te stompen/slaan in/op/tegen het gezicht en/of hoofd, althans het (boven)lichaam en
- vervolgens terwijl voornoemde persoon [slachtoffer 1] zich op de grond bevond te schoppen/trappen op/tegen het lichaam.
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
taakstrafvan
120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
60 (zestig) dagen.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt: en,
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
benadeelde partij [slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 1.750,- (zeventienhonderdvijftig euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
nihil.
de Staat € 1.750,- (zeventienhonderdvijftig euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast voor de duur van
27 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [slachtoffer 4]toe tot een bedrag van
€ 750,- (zevenhonderdvijftig euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
nihil.
de Staat € 750,- (zevenhonderdvijftig euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast voor de duur van
15 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [slachtoffer 3]toe tot een bedrag van in totaal €
2.015,- (tweeduizendenvijftien euro),te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit
€ 1.265,- (twaalfhonderdvijfenzestig euro)aan vergoeding van materiële schade en
€ 750,- (zevenhonderdvijftig euro)aan vergoeding van immateriële schade.
nihil.
de Staat € 2.015,- (tweeduizendenvijftien euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast voor de duur van
30 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [slachtoffer 2]toe tot een totaalbedrag van €
338,40 (driehonderdachtendertig euro en veertig cent)te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit
€ 38,40 (achtendertig euro en veertig cent)aan vergoeding van materiële schade en
€ 300,- (driehonderd euro)aan vergoeding van immateriële schade.
nihil.
de Staat € 338,40 (driehonderdachtendertig euro en veertig cent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 oktober 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan
gijzelingworden toegepast voor de duur van
6 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[... 2]