Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiseres] ,
[opa],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 13 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiseres] en [gedaagde]. [Eiseres], de kleindochter van opa, heeft een verbod gevorderd voor [gedaagde] om gebruik te maken van een volmacht die hem is verleend om een perceel land in Suriname te verkopen. De volmacht was afgegeven door [eiseres] en opa, maar [eiseres] stelt dat zij misleid is bij het afgeven van deze volmacht. De achtergrond van de zaak is dat [gedaagde] en zijn broer onterfd zijn bij testament en nu aanspraak maken op hun legitieme portie in de nalatenschap van oma. Dit zou volgens [eiseres] in strijd zijn met de afspraken die gemaakt zijn over de verdeling van de nalatenschap. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het belang van [eiseres] om het gebruik van de volmacht te verbieden, zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde]. De vordering van [eiseres] is toegewezen, en [gedaagde] is veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde boete is afgewezen, omdat er geen voldoende grondslag voor was. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.