ECLI:NL:RBAMS:2025:8732

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
C/13/777418 / FA RK 25/8058
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met beperkte duur vanwege repatriëring

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 november 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis met mogelijke manische kenmerken binnen een bipolaire stoornis.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie bij anderen. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank achtte verschillende vormen van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk voor de duur van drie maanden, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie. Betrokkene verzocht primair afwijzing, subsidiair beperking van de duur tot drie maanden vanwege repatriëring naar Frankrijk.

De arts gaf aan dat de situatie van betrokkene kan verbeteren, maar dat de zorgmachtiging nodig blijft zolang betrokkene in Nederland verblijft. De rechtbank beperkte daarom de machtiging tot drie maanden, met het oog op repatriëring. De beschikking werd op 7 november 2025 mondeling gegeven en op 14 november schriftelijk ondertekend.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor drie maanden vanwege de noodzaak van verplichte zorg en repatriëring.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/777418 / FA RK 25/8058
kenmerk: ZM/IND/183280
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 7 november 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1985,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. B.G. Meijer te Amsterdam,
zorgaanbieder: GGZ inGeest.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 21 oktober 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 november 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene bijgestaan door een tolk in de Franse taal;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis, mogelijk ook met manische kenmerken en dan in het kader van een bipolaire stoornis.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van drie maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Door en namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek verzocht, omdat betrokkene voldoende is opgeknapt. Subsidiair is verzocht de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden, voor als betrokkene gerepatrieerd zal worden naar Frankrijk.
Ter zitting heeft de arts aangegeven dat het beter lijkt te gaan met betrokkene en dat het met de zorgmachtiging twee kanten op kan gaan. De zorgmachtiging is enerzijds, bij repatriëring, voor de duur dat betrokkene nog in Nederland zal verblijven. Anderzijds, als betrokkene uiteindelijk in Nederland blijft, om de manie te behandelen en in te kunnen grijpen als betrokkene niet mee werkt aan de noodzakelijke zorg.
Uiteindelijk heeft betrokkene aangegeven een zorgmachtiging voor langere duur zo bezwarend te vinden dat zij in dat geval kiest voor repatriëring naar Frankrijk.
De rechtbank ziet aanleiding om de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden, zodat verplichte zorg kan worden verleend zolang betrokkene nog in Nederland verblijft. In drie maanden moet er een mogelijkheid zijn om betrokkene naar Frankrijk te repatriëren.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van drie maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1985,
inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 7 februari 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 7 november 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.A. Nijssen, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 14 november 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.