Op 8 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende de ontzegging van omgang en de toewijzing van eenhoofdig gezag. De vrouw, vertegenwoordigd door advocaat mr. M.F. Achekar, verzocht de rechtbank om het gezag over haar kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], uitsluitend aan haar toe te wijzen, en om de man, die gedetineerd is op verdenking van het neersteken van de vrouw, het recht op omgang met de kinderen te ontzeggen. De rechtbank oordeelde dat de man, die sinds 6 april 2024 in voorlopige hechtenis zit, een ernstig risico vormt voor de kinderen, die getuige waren van het geweld. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om de omgang voor een jaar te ontzeggen, wat de rechtbank overnam. De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen was. De vrouw had door het geweld een trauma opgelopen, en de rechtbank achtte het noodzakelijk dat zij alleen met het gezag werd belast om verdere schade aan de kinderen te voorkomen. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten droeg.