ECLI:NL:RBAMS:2025:8815

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
AMS 25/3889
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffing parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks onduidelijke situatie

Eiser kreeg op 24 april 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren zonder betaling op een locatie in Amsterdam. Hij voerde aan dat de situatie onduidelijk was omdat geen borden of betaalautomaten zichtbaar waren en dat de blauwe markeringen waren verwijderd. Eiser had een parkeerschijf geplaatst en foto’s overlegd.

De heffingsambtenaar stelde dat het gebied wel degelijk een betaald parkeergebied betrof en onderbouwde dit met foto's van borden en blauwe markeringen nabij de parkeerlocatie. De rechtbank oordeelde dat het aan de heffingsambtenaar is om voldoende kenbaar te maken dat betaald parkeren geldt, wat hier was gebeurd door borden en markeringen in de directe omgeving.

Daarnaast rust op de parkeerder een onderzoeksplicht om vooraf te controleren of betaald parkeren geldt, bijvoorbeeld door rond te lopen of informatie op internet te raadplegen. De rechtbank constateerde dat eiser parkeerde aan een zijde van de weg waar geen blauwe zone gold, maar wel betaald parkeren, met meerdere parkeerautomaten en borden in de omgeving.

De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat eiser onvoldoende onderzoek heeft gedaan en daardoor niet wist dat betaald parkeren van toepassing was. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en proceskosten werden niet vergoed.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3889
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 mei 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiser op 24 april 2025 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren op de [adres 1] in Amsterdam op 19 april 2025 om 9.58 uur zonder dat daarvoor parkeergeld was betaald.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de heffingsambtenaar van 23 mei 2025 op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de heffingsambtenaar in de persoon van [naam] .
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Eiser voert aan dat hij zijn auto geparkeerd heeft in een gebied dat is aangeduid als tijdelijke parkeergelegenheid voor een duur van 1,5 uur. Volgens eiser zijn in de betreffende straat geen andere verkeersborden zichtbaar die aangeven dat betaald parkeren van toepassing is. Ook is er geen parkeermeter of betaalautomaat aanwezig. Eiser vindt dat sprake is van een onduidelijke situatie. De blauwe lijnen op de locatie, die aangeven dat sprake is van betaald parkeren, zijn volgens eiser verwijderd. Eiser heeft zijn parkeerschijf duidelijk zichtbaar op het dashboard geplaatst met daarop de aankomsttijd van 9.45 uur. Hij heeft foto’s meegestuurd van de plek. Eiser vindt dat als je vanaf de plek waar je geparkeerd hebt geen automaat of bord kunt zien, hij er dan vanuit mag gaan dat geen sprake is van betaald parkeren.
4. De heffingsambtenaar zegt dat eiser wél in een betaald parkeren gebied heeft geparkeerd en dat dat ook kenbaar was met borden. De heffingsambtenaar heeft dit onderbouwd met foto's ten tijde van het opleggen van de boete.
5. De rechtbank overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat het aan de heffingsambtenaar is om voldoende kenbaar te maken dat ergens betaald parkeren geldt. Dit kan door middel van borden in de directe omgeving van de parkeerplaats. Het is niet nodig dat vanaf iedere parkeerplek een bord of parkeerautomaat zichtbaar is.
6. Tegelijkertijd heeft de parkeerder een onderzoeksplicht. Dat betekent dat hij, voordat hij parkeert, moet kijken of ergens parkeerbelasting verschuldigd is, dan wel of ergens een vergunningsplicht geldt. Daarbij wordt van de parkeerder verwacht dat hij even rondloopt of onderzoek op internet doet.
7. Op de zitting is gekeken naar de foto's van de scanauto en daarop ziet de rechtbank dat de feitelijke parkeerlocatie van de auto van eiser aan de [adres 2] was. De scanauto van de gemeente Amsterdam heeft de parkeerlocatie gekoppeld aan het dichtstbijzijnde adres, [adres 1] . Op de [adres 2] is het weggedeelte aan de kant van het winkelcentrum aangemerkt als blauwe zone. Dit blijkt uit de blauwe markeringen en de borden die in deze straat staan. Aan het begin van de blauwe zone in de straat is een “blauwe schijfzonebord” geplaatst aan de linkerkant van de weg. Aan de andere kant van de weg is ook een bord geplaatst aan de rechterkant van de weg. Het gedeelte waar de blauwe zone geldt, is ook gemarkeerd met een blauwe stoeprand. De rechtbank ziet op de foto’s niet dat de blauwe markering verwijderd is.
8. De auto van eiser stond aan de andere kant van de weg waar geen markeringen waren en geen borden zijn geplaatst. Aan deze kant van de weg geldt geen blauwe zone, maar is sprake van betaald parkeren. Ook zijn er in de omgeving meerdere parkeerautomaten en borden.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar voldoende kenbaar gemaakt dat het een vergunningsgebied betrof en voldaan aan de informatieplicht. Het was daarom aan eiser om onderzoek te doen naar wat er op de borden stond en waar de blauwe markering aangebracht was. Ook had eiser naar aanleiding van de aanwezige parkeerautomaten in de buurt kunnen onderzoeken of hij op de plek waar hij parkeerde moest betalen. Dat eiser dit niet heeft gedaan en daardoor niet wist dat er daar betaald parkeren gold, komt voor zijn rekening en risico. De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025 door mr. B. de Vos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.