ECLI:NL:RBAMS:2025:8816

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/13/769310 / FA RK 25-3632
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder na langdurige afwezigheid van de vader

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 31 oktober 2025 een beschikking gegeven over de wijziging van het gezag over twee minderjarige kinderen. De moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. S. Toughza, verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag alleen aan haar toe te kennen. De vader, die in België woont en bijgestaan werd door zijn advocaat mr. A. El Aqde, heeft de kinderen al twee jaar niet gezien en voldoet niet aan zijn verplichtingen als ouder. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader niet betrokken is bij het leven van de kinderen en geen concrete stappen onderneemt om de relatie met hen te herstellen. De kinderen verblijven sinds de echtscheiding bij de moeder en hebben daar hun hoofdverblijf. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het in het belang van de kinderen is om het gezag aan de moeder toe te kennen. De vader heeft geen wezenlijk initiatief genomen om zijn rol als ouder te vervullen, wat heeft geleid tot de beslissing om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De rechtbank benadrukte dat deze beslissing niets afdoet aan de mogelijkheid voor de vader om contact met zijn kinderen te zoeken en zijn betrokkenheid te tonen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/769310 / FA RK 25-3632 (AL/NN)
Beschikking van 31 oktober 2025 betreffende wijziging van het gezag
in de zaak van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. S. Toughza te Amsterdam,
tegen
[de vader] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, wonende in België,
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. A. El Aqde te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoek van de moeder, ingekomen op 15 mei 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2025.
Verschenen zijn:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Marokkaans.
1.3.
De kinderen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. Op 7 oktober 2025 hebben zij een gesprek gevoerd met de kinderrechter. De kinderrechter heeft op de zitting van 8 oktober 2025 kort samengevat wat hun mening is.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 29 juli 2008 gehuwd te Nador, Marokko. Hun huwelijk is op 23 februari 2015 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 6 augustus 2014 in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
Uit het huwelijk zijn geboren:
  • [minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ),
  • [minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ),
hierna gezamenlijk te noemen de kinderen
2.3.
Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit.
2.4.
De kinderen verblijven sinds het uiteengaan van partijen bij de moeder en hebben daar hun hoofdverblijf.
2.5.
De vader heeft alleen de Marokkaanse nationaliteit. De moeder en de kinderen hebben zowel de Marokkaanse als de Nederlandse nationaliteit.
2.6.
Bij beschikking van 3 mei 2018 van deze rechtbank is een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders als bepaald waarbij de vader de voornoemde kinderen eenmaal per drie weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur en gedurende de kerstvakantie (in onderling overleg te bepalen) bij zich heeft, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en weer bij de moeder terugbrengt. Daarnaast is ten aanzien van de zomervakantie bepaald dat indien beide ouders niet in Marokko verblijven gedurende de zomervakantie de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader verblijven, indien de vader of de moeder in Marokko verblijft gedurende de zomervakantie dan zullen de ouders in onderling overleg de desbetreffende zomervakantie verdelen, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en weer bij de moeder terugbrengt.
2.7.
Bij beschikking van 15 januari 2025 van deze rechtbank is de moeder vervangende toestemming verleend voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 2] .

3.Het verzoek en het verweer

Het verzoek
3.1.
De moeder heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk
uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat het gezamenlijk gezag over de kinderen wordt beëindigd en het gezag over de kinderen voortaan alleen aan de moeder toekomt en dat hier een aantekening van wordt gemaakt in het gezagsregister door de griffier.
3.2.
De moeder heeft haar verzoek als volgt onderbouwd. Sinds de echtscheiding is de moeder volledig verantwoordelijk voor de dagelijkse zorg en opvoeding van de minderjarigen. In tegenstelling tot de moeder voldoet de vader op geen enkele wijze aan de op hem rustende verplichtingen als ouder. Hij is onbereikbaar/slecht bereikbaar voor zowel de moeder als de kinderen. Daarom heeft de moeder een aantekening in het gezagsregister op laten maken waarbij zij voogden aangewezen heeft wanneer zij mocht komen te overlijden. De vader toont geen interesse in de kinderen en is niet betrokken bij hun opvoeding, waardoor er geen invulling wordt gegeven aan het gezag. Ook toen de moeder langdurig moest revalideren konden de moeder en haar kinderen niet op hun vader rekenen, ondanks gemaakte afspraken dat de vader voor de kinderen zou zorgen. De vader heeft in het verleden geen initiatief genomen om de band met zijn kinderen te behouden en te versterken. Na de echtscheiding heeft de vader enkel omgang met de minderjarigen gehad wanneer het hem uitkwam, onder andere om de kinderen te laten zien aan zijn familie, en niet om een band met hen op te bouwen. Dit heeft voor gemis, verdriet, ongemak en onrust gezorgd bij de kinderen. De moeder heeft geprobeerd de omgang te bewerkstelligen, onder andere door het laten vaststellen van een zorgregeling, maar is opgehouden om de vader actief te benaderen over de omgang omdat de vader stelselmatig afspraken en ook de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling niet nakomt. Ook in deze procedure neemt de vader geen concreet initiatief om bijvoorbeeld middels een tegenverzoek afspraken te maken en het contact weer op te bouwen. De moeder heeft geen reden om haar kinderen omgang met hun vader te ontzeggen en blijft hen stimuleren om contact met hem te hebben. Helaas hebben de kinderen zelf, vanwege de toon, houding en gedrag van hun vader jegens hen persoonlijk, een negatief beeld van hun vader gekregen. De kinderen hebben overigens inmiddels ook een leeftijd bereikt dat zij een eigen wil hebben en aanbevelingen van de moeder niet altijd willen opvolgen.
3.3.
De moeder heeft in de afgelopen jaren meerdere malen problemen ondervonden om de benodigde toestemming van de vader te verkrijgen. Zo was er een stressvolle situatie voor de moeder en de kinderen toen het ging om inschrijvingen voor de scholen van de kinderen. Eind 2024 heeft zij een procedure moeten starten voor het verkrijgen van vervangende toestemming voor het paspoort van [minderjarige 2] . Ook in het geval van spoedeisende medische beslissingen is het voor de moeder niet te doen om (vervangende) toestemming te vragen aan de man dan wel de rechtbank. Hierdoor kunnen de kinderen in hun belangen worden geschaad. Gezien de algehele afwezigheid van de vader is het voor de kinderen bovendien niet te begrijpen dat ook het vieren van de vakantie in het buitenland afhangt van de toestemming van hun vader. De situatie brengt onzekerheid met zich mee en dat is niet goed voor de kinderen.
Het verweer
3.4.
De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd. De vader heeft de kinderen twee jaar niet gezien en mist hen. Hij ligt er wakker van en de hele situatie maakt hem ziek. Het feit dat de kinderen zo naar hun moeder toetrekken doet de vader veel. Het verbaast de vader dat de moeder om eenhoofdig gezag verzocht heeft. Hij acht het verzoek niet onderbouwd en betwist de door de moeder naar voren gebrachte feiten en omstandigheden. De vader heeft nimmer toestemming geweigerd. Hij is altijd bereikbaar om zijn handtekening te moeten zetten. De ouders zijn neef en nicht van elkaar, dus als het niet rechtstreeks lukt, kunnen zij via familie altijd wel contact met elkaar vinden. Als de moeder iets nodig heeft moet zij dat wel ruim van tevoren aangeven, nu deed zij dat vaak pas op het laatste moment. De aantekening in het gezagsregister waarin de moeder voogden aanwijst na haar overlijden, heeft de moeder niet met de vader overlegd. Dit is tekenend voor de communicatie tussen de ouders. De vader vindt dat de moeder hem onvoldoende informeert, bijvoorbeeld ten aanzien van de schoolresultaten van de kinderen. De moeder heeft de omgangsregeling stopgezet omdat de vader de regeling niet altijd nakwam. De vader heeft geen problemen met een dag meer of minder omgang. De vader is conflictvermijdend en wil zich niet opdringen, daarom heeft hij zich op afstand gehouden. Voor de afgelopen zomervakantie heeft hij zijn dochter nog wel gebeld en gezegd dat hij langs wilde komen; hij kreeg echter geen reactie. Hoe dan ook, het blijven zijn kinderen en hij staat altijd voor hen klaar. Desgevraagd heeft de vader gezegd dat hij het respecteert als zijn kinderen zeggen dat zij zich door hem in de steek voelen gelaten. Dat spijt hem en hij wil het graag met hen goedmaken.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot het vaststellen van een zorgregeling en het verzoek tot éénhoofdig gezag.
Inhoudelijke beoordeling
4.2.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter het gezamenlijk gezag van ouders beëindigen en bepalen dat het gezag aan één ouder toekomt, indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Ingevolge artikel 1:251a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter na ontbinding van het huwelijk op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat er sinds de echtscheiding sprake is van gewijzigde omstandigheden. De door de rechtbank vastgestelde zorgregeling is nooit uitgevoerd. Er is inmiddels geen communicatie meer tussen de ouders onderling en er worden geen afspraken over de kinderen gemaakt. De omgang van vader met de kinderen was al niet structureel en na een incident in juli 2023 is het helemaal opgehouden. Vader heeft sindsdien -op een videobelmoment in 2023 na- geen contact meer gehad met zijn kinderen. Niet is gebleken dat vader enig wezenlijk initiatief heeft genomen om dit te veranderen en het contact te herstellen. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat vader op andere wijze zijn belangstelling naar zijn kinderen toont. Ook stelt hij zich niet op de hoogte van bijvoorbeeld de schoolgang van de kinderen, alhoewel hij als gezaghebbend ouder zelf die informatie kan opvragen en daarvoor niet afhankelijk is van de moeder. Alhoewel de rechtbank begrijpt dat vader een conflictvermijdend karakter heeft en het te prijzen valt dat hij geen strijd wil, had het op vaders weg gelegen om zijn best voor zijn kinderen te doen. Nu is de feitelijke situatie dat de vader in de afgelopen jaren in het geheel niet betrokken geweest bij de verzorging en opvoeding van de kinderen en nauwelijks op de hoogte is van de leefwereld van de kinderen. Daarnaast hebben de kinderen de indruk dat zij niet belangrijk zijn in het leven van vader en snappen zij niet waarom hun vader wel over hen mag beslissen.
4.4.
Het uitoefenen van gezag is een serieuze aangelegenheid en brengt derhalve verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee. Het houdt meer in dan (beschikbaar zijn voor) het zetten van een handtekening. Bij gezagsbeslissingen is het noodzakelijk dat ouders hun kinderen goed kennen en dat daarvoor vanuit de ouders moeite gedaan wordt. Dat heeft vader onvoldoende gedaan, waardoor de feitelijke situatie nu is dat moeder er alleen voor staat. Weliswaar heeft de vader naar voren gebracht dat hij (meer) contact met zijn kinderen wil, maar de rechtbank heeft, gelet op het verleden, niet het vertrouwen dat dit op korte termijn daadwerkelijk zal gebeuren. Vader heeft dit voornemen verder ook niet concreet gemaakt.
4.5.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de noodzakelijke basis voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag ontbreekt. Er is geen communicatie tussen de ouders, het ontbreekt aan vertrouwen over en weer, vader is onvoldoende beschikbaar voor de kinderen en hij is niet op de hoogte van wat hun leefwereld is. Gelet op deze situatie acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders, indien zij worden gedwongen om met elkaar te communiceren over gezagsbeslissingen. Nu de rechtbank niet verwacht dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zal komen, betekent dat dat de rechtbank het gezamenlijk gezag van ouders zal beëindigen. Dat brengt rust en duidelijkheid voor de kinderen en dat acht de rechtbank in het belang van de kinderen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen en haar alleen met het gezag over de kinderen belasten.
4.6.
Tot slot benadrukt de rechtbank dat deze beslissing niets afdoet aan de mogelijkheid voor vader om contact met zijn kinderen te zoeken en zijn betrokkenheid en belangstelling te tonen. De rechtbank gunt de kinderen een onbevangen en fijn contact met hun vader. Bovenal gunt de rechtbank de kinderen een vader die ze kunnen vertrouwen en op wie ze kunnen bouwen. Er is echter nu iets stuk bij de kinderen en zij zijn teleurgesteld zijn in hem. De rechtbank geeft vader in overweging om op zichzelf en de ontstane situatie te reflecteren en zijn kinderen zijn spijt hierover te betuigen. Hierbij kan vader wellicht hulp vragen aan een professional. Op die manier kan er hopelijk weer een opening ontstaan in het contact tussen vader en zijn kinderen en kunnen de kinderen hun vader beter leren kennen en andersom en kan hij weer een rol in hun leven gaan spelen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en belast de moeder voortaan met de uitoefening van het gezag over de minderjarige kinderen van partijen:
[minderjarige 1],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2010;
[minderjarige 2],
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2013;
voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;
5.2.
vraagt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het gezagsregister;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A. van Luijck, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. N. Nauta, griffier, op 31 oktober 2025. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).