ECLI:NL:RBAMS:2025:8837

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
11778557 WM 25-10642 en 11778570 WM 25-10644
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Twee boetes voor door rood licht rijden en de toepassing van het una via-beginsel

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 12 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen twee Mulderbeschikkingen die aan betrokkene zijn opgelegd wegens verkeersgedragingen. Betrokkene werd beschuldigd van het negeren van een rood verkeerslicht op twee verschillende locaties in Amsterdam op 9 april 2024. De gemachtigde van betrokkene, mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, voerde aan dat er sprake was van één gebeurtenis en dat het una via-beginsel van toepassing zou moeten zijn, wat zou betekenen dat er maar één sanctie opgelegd had moeten worden. De kantonrechter oordeelde echter dat er in dit geval sprake was van twee afzonderlijke gebeurtenissen, aangezien de overtredingen voor de staandehouding en tijdens de staandehouding plaatsvonden. De rechter concludeerde dat de Mulderbeschikkingen terecht waren opgelegd en dat het beroep ongegrond was. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen, omdat betrokkene in het ongelijk was gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. B. Brokkaar
zaaknummers: 11778557 WM VERZ 25-10642
11778570 WM VERZ 25-10644
beslissing van: 12 november 2025
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 12 november 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres 1]
(verder: betrokkene)
namens wie beroep is ingesteld door:
Meerts Belastingadvies en Rechtsbijstand B.V.
mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts
[adres 2]
(verder: gemachtigde)
welk beroep is ingesteld bij verzoekschriften, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 27 december 2024 en is gericht tegen de beslissingen van 13 december 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

CJIB-nummers: [nummer 1] en [nummer 2] .

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene zijn bij beschikkingen van 7 mei 2024 (verder: de inleidende beschikkingen) twee sancties in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikkingen beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep in beide zaken – na gemachtigde gehoord te hebben - ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep in de onderhavige zaken is behandeld op de openbare zitting van 12 november 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Gemachtigde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van de beroepschriften. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep in de voornoemde zaken ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene zijn bij inleidende beschikkingen wegens verkeersgedragingen twee administratieve sancties opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met de personenauto met kenteken [kenteken] :
 niet is gestopt voor een rood licht bij een tram-/busverkeerslicht. Deze gedraging is geconstateerd op 9 april 2024 om 16:50 uur op de Sarphatistraat ter hoogte van [huisnummer] te Amsterdam (zaak 11778557 WM 25-10642);
 is doorgereden bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood staat. Deze gedraging is geconstateerd op 9 april 2024 om 16:58 uur op het Mr. Visserplein ter hoogte van het Waterloopplein te Amsterdam (11778570 WM 25-10644).
2. Het beroep is in beide zaken tijdig ingesteld.
3. Gemachtigde voert tegen de beslissingen van verweerder aan dat er wel een verband bestaat tussen de strafrechtelijke gedragingen en de onderhavige gedragingen via de Wahv. Het verband is dat al deze sancties zijn opgelegd bij één gebeurtenis. Betrokkene is enige tijd achtervolgd door de politie en is toen bij één en dezelfde staandehouding bekeurd voor vier overtredingen. Aldus is in strijd met het una via-beginsel gehandeld en daarom dienen de onderhavige beschikkingen te worden vernietigd.
Namens betrokkene is verzocht om een proceskostenvergoeding.
4. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat het hier om twee verschillende gebeurtenissen gaat. De twee Mulderbeschikkingen zijn opgelegd voor gedragingen verricht voorafgaand aan de staandehouding en de twee strafbeschikkingen zijn opgelegd voor feiten die tijdens de staandehouding zijn geconstateerd. De strafbeschikkingen betreffen ‘het niet inchecken met de taxi’, zoals is te zien op de namens betrokkene ingebrachte kopieën van de twee strafbeschikkingen.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. De verbalisant verklaart in zaak 11778557 WM 25-10642:
“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 4,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde.

Plaatsaanduiding verkeerslicht: Sarphatistraat, kruisende Weesperplein te Amsterdam.. Verkeerslicht negenoognummer, welke bestuurder het rode licht van negeerde: 511”.

Betrokkene is staande gehouden en de cautie verleend. Bij de staandehouding heeft betrokkene geen verklaring gegeven.
De verbalisant verklaart in zaak 11778570 WM 25-10644:
“Ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 3,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde.
Plaatsaanduiding verkeerslicht: Mr. Visserplein kruisende Waterloopplein te Amsterdam.. Verkeerslichtnummer waarbij chauffeur het rode licht negeerde: 002”.
Betrokkene is staande gehouden en de cautie verleend. Bij de staandehouding heeft betrokkene geen verklaring gegeven.
7. Het beroep van gemachtigde op het una via-beginsel begrijpt de kantonrechter zo dat gemachtigde stelt dat is gehandeld in strijd met de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (de Aanwijzing). Die Aanwijzing houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

“Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan, wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd óf wordt tegen hem een strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.”

8. Gelet op hetgeen verweerder ter zitting naar voren heeft gebracht in combinatie met de gegevens zoals deze vermeld staan op de in het geding gebrachte kopieën van de strafbeschikkingen stelt de kantonrechter vast dat het una via-beginsel in de onderhavige zaken niet van toepassing is. In de situatie van betrokkene betreft het niet één gebeurtenis, maar twee gebeurtenissen. De Mulderbeschikkingen zijn opgelegd voor twee gedragingen die de verbalisant heeft waargenomen voordat betrokkene werd staande gehouden. Bij de staandehouding heeft de verbalisant vervolgens gezien dat betrokkene bij aanvang van zijn werkzaamheden als taxichauffeur de kaart en/of pincode niet in de boordcomputer heeft ingevoerd én ook de aanvang van de rit niet heeft ingevoerd. Deze gebeurtenissen zijn twee andere gebeurtenissen dan waarvoor in de onderhavige zaken een sanctie is opgelegd. Het door gemachtigde gevoerde verweer treft daarom geen doel. Het beroep wordt in de onderhavige zaken ongegrond verklaard.

Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:

9. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Betrokkene wordt in de onderhavige zaken volledig in het ongelijk gesteld. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
10. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep in de onderhavige zaken ongegrond;
  • wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.